BIJBELLEZEN
Ik veronderstel, dat men wel weet, wat des Heeren huis heet, waar Hij woont en dat Hij woont, waar Zijn Woord wijlt: p het veld, in de kerk of op zee. Maar waar zijn Woord niet is, daar woont Hij ook niet. Daar is ook zijn huis niet, doch daar woont de duivel, al ware de kerk ook van goud en door alle bisschoppen gezegend. Waar echter zijn huis is, daar is het louter zegen, genade en leven, overeenkomstig het woord van de dichter: Wij zegenen u vanuit des Heeren huis, " wijl gij in des Heeren huis zijt, zo zijt gij zalig. En er staat in Exodus 20 : 24: Aan de plaats, waar Ik mijns naams gedachtenis (dat is mijn Woord) stichten zal, daar zal Ik tot u komen en u zegenen."
Uit deze tekst is ook ons vers ontstaan. Waar God zijn Woord uitzendt, zijn naam en zijn werk, niet onze naam en ons werk geprezen worden, daar achtervolgt Hij het en komt met louter zegen en niets dan genade, net als in de pas aangehaalde tekst. Waar echter de duivel zijn woord uitzendt en het wordt aanvaard, daar achtervolgt hij met de vloek en het eeuwig verderf, hoewel de wereld daar niets van gelooft, de vloek voor zegen, de duivel voor God en de leugen voor waarheid houdt en als zodanig looft.
(Uit: Psalm 113 van Dr. Maarten Luther)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1968
Daniel | 16 Pagina's