Wat verbeelden we ons wel?
Hoe komt deze vraag nu ineens uit de lucht vallen? ja, uit verschillende brieven hebben we begrepen dat velen blij zijn met een rubriek in „Daniël", waarin ook de lezer aan het woord kan komen. Toch geldt ook hier het „zoveel hoofden, zoveel zinnen". Niet iedereen is deze mening toegedaan. Zo ontvingen we een brief van iemand, die zelf geboren en getogen is in de Gereformeerde Gemeente, maar daarin nooit belijdenis heeft gedaan, het volgende: „U schrijft dat met „Onder ons gezegd" een nieuwe artikelenserie is begonnen. Om tc beginnen wil ik even opmerken dat het mij voorkomt dat een oude artikelen-serie onder een nieuwe naam is hervat. U schrijft ook dat wij eerlijk onze mening weer kunnen geven. Ik wil dan eerlijk bekennen dat het mij een groot genoegen was dat deze artikelen-serie was opgehouden en dat ik vanzelf er ook helemaal niet gelukkig mee ben dat deze, zij het dan onder een nieuwe naam, weer is hervat." En waarom is deze briefschrijver hiermee verre van gelukkig? Daarover zegt hij: „Vaak heb ik mij verbaasd en ook geërgerd gevoeld. Verbaasd als er over onderwerpen geschreven werd, die voor een lid van de Gereformeerde Gemeente eigenlijk van het begin af aan al een uitgemaakte zaak zouden moeten zijn, omdat het onderwerp, b.v. verzekeren, tot in de hoogste leiding van de Ger. Gem. is uitgewerkt en het stand-
punt dienaangaande ons op de catechisaties reeds geleerd wordt. Als lid van een kerk heeft men zich door zijn openbare belijdenis bij het standpunt van hogeraf aangesloten en daar mag men dus niet aan tornen".
Beschcidenheid geboden!
Eerlijk gezegd vragen we ons af welke voorstelling deze lezer heeft van het leven in en lid zijn van de Ger. Gem. Wordt er inderdaad van „de hoogste leiding" gevraagd dat zij op alle vragen en problemen van de leden een pasklaar antwoord heeft, waarover wij zelf niet meer hoeven na te denken? Uit zijn brief maken we op dat hij dit zich zo ongeveer voorstelt. Is hij daarom misschien nooit er toe kunnen komen belijdenis te doen in de Ger. Gem., waardoor hij zich dan ook aan standpunten en antwoorden „van hogeraf" zou moeten onderwerpen? Verder zegt hij: „En leven er dan toch nog problemen bij de leden, dan mogen we daarover niet in „Daniël" met elkaar van gedachten wisselen, maar dan hoort dat duidelijk uiteengezet als ingezonden (niet anoniem) stuk op de synode der Ger. Gem. behandeld te worden en van daaruit een uitspraak gedaan te worden."
Wat nu te doen?
We zijn ons er terdege van bewust dat het verzorgen van deze rubriek niet altijd een even gemakkelijke zaak is. Maar toch beslist ook geen verboden zaak! We zijn ménsen en geen kuddedieren. Deze rubriek wil juist een steentje bijdragen aan de opvoeding van onze jeugd, en wel in die zin dat ze als leden der kerk eigen verantwoordelijkheid beseffen en geen massamens worden. Maar mensen met een eigen overtuiging. Geen standpunten die ze klakkeloos en kritiekloos van ouderen hebben overgenomen. Want juist dan zullen ze later niet staande kunnen blijven in een samenleving die zoveel anti-christelijke tendenzen bevat. Onze jeugd, ook de ouderen, wij leven niet op een eiland, maar komen voortdurend met allerlei meningen in aanraking. Dat roept telkens weer vragen en problemen op omtrent ons leven, onze levensstijl, ons staan in deze wereld. Vragen ook naar een verantwoorde en bewuste levenshouding. Daarvoor is weliswaar nodig dat we beseffen een verduisterd verstand te hebben en oen dwaal ziek hart, het besef dat we altijd weer geneigd zijn (en ook vaak genégen!) onze eigen wegen te kiezen en ons niet door God en Zijn Woord te laten leiden. Maar toch, ondanks dat, kunnen we ons niet verschuilen achter anderen, ook niet achter de mening van de „hogere kerkelijke leiders". We zijn niet Rooms! Het zijn juist dc grote Reformatoren geweest, vooral Calvijn, die de enkeling, de méns, geplaatst heeft in zijn eigen en rechtstreekse verantwoordelijkheid voor God. En indrukwekkend en diep ontroerend getuigenis geeft hij daarvan in zijn beroemde brief aan Kardinaal Sadolet. We kunnen onze lezers niets beters aanraden dan die eens en nog weer eens te lezen (zie daarvoor: Calvijn, Bloemlezing uit zijn werken, uitgave Bijleveld, Utrecht).
IIet is niet mogelijk dat onze predikanten, onze Synodes, op al deze vragen op elk moment en in iedere situatie een voor iedereen passend antwoord geven. En dit houdt het belijdenis-doen ook niet in. Ieder lid draagt zelf ook de verantwoordelijkheid voor vorm en inhoud van zijn leven. Hij zal zelf persoonlijk verantwoording hebben af te leggen aan de Rechter van Hemel en Aarde voor wat hij wèl en wat hij niét gedaan heeft op de plaats waar hij door God gesteld is, met de gaven die hij van Hem ontvangen heeft.
Wel is het de bedoeling van onze rubriek dat niemand hoog van de toren blaast of anderen — ook niet onze predikanten — een hak wil zetten. De vra-
gen zullen op zeer verschillende terreinen liggen. En we beseffen dat we met „de prediking" nu niet met het makkelijkste onderwerp begonnen zijn. En we zijn het helemaal eens met de jongen die schrijft: In de eerste plaats zou ik toch willen opmerken, dat het heel moeilijk is om te zeggen hoe of er nu gepreekt moet worden. We moeten er echt wel rekening mee houden dat wij, om zo te zeggen, aan de andere kant staan". We zijn daarom blij dat een van onze predikanten bereid bleek te zijn om ons hierover enige informatie te geRomeinen 1 : 13-32 1 Sam. 18 : 17-30 ven. Helaas ontbreekt ons nu de ruimte om met deze gegevens in te gaan op de binnengekomen en reeds vernielde reakties. Daarover hopelijk de volgende keer.
L. Sparreboomstraat 24
Rotterdam - 26.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1968
Daniel | 16 Pagina's