WOORD EN ANTWOORD
ROND EN UIT DE BIJBEL
WOORD EN
Ontdekking, : „Alleen een oude term"? Dat woord zal je niet vreemd in de oren klinken, denk ik. Je vindt het misschien een ouderwetse term, die je niet veel zegt omdat hij zo „afgesleten" zou zijn. Dat is dan jammer, want de uitdrukking kom je in het O.T. nogal eens tegen. Daarom moeten we hem niet verwaarlozen, maar zien in Bijbels ver-even bij Jona om het boek band. Vandaar dat we vandaan dwalen, alleen straks beter te kunnen begrijpen. Het woord ontdekken betekent: het deksel ergens afhalen, ontbloten, openbaren, te voorschijn brengen. Het woord wordt gebruikt in het „gewone" dagelijkse leven (hoewel dat, zoals we eerder als eens zagen, nooit „gewoon" is, maar doortrokken van de godsdienst), maar vooral in strikt-godsdienstige zin. Je begrijpt dat het ons om deze laatste betekenis gaat. Drie teksten nemen we als leiddraad.
In de eerste plaats Klaagliederen 4 : 22: Hij (God) zal uw zonden ontdekken." Hier wordt gesproken tegen Edom. Volgens de kanttekenaren betekent dit dat de Heere Edom zal straffen en dat daardoor de zonde van Edom aan het licht zal komen. Het was dus blijkbaar nodig dat dit volk gestraft werd. Voor die straf kwam had het natuurlijk ook wel zonde, maar het kende die niet, het wist niet hoe erg het was. Daarom zendt nu de Heere Zijn oordelen over Edom om het daarmee duidelijk te maken dat het gezondigd heeft.
De Heere ontdekt.
Uit dit eerste voorbeeld leren we drie dingen:
In de eerste plaats zien we dat niet de mens zichzelf ontdekt, maar dat de ANTWOORD Heere dat doet. Hij moet ons laten zien wie en hoè we zijn, want wij zijn er blind voor.
In de tweede plaats merken we dat het nodig was de zonde aan het licht te brengen door daadwerkelijk te straffen. Zo is het nog vaak. Dan komt de Heere ons tegen in onze zondige wegen om ons tot inkeer, tot besef van zonde te bi "engen. Hij kan b.v. uiterlijke moeilijkheden gebruiken. Dat zie je duidelijk in de storm bij Jona.
En in de derde plaats leert dit woord ons dat ontdekking van de zonde niet „genoeg" is. }e leest immers nergens dat het Edom tot bekering leidde? Nee, zelfs wanneer je ontdekt dat je een bepaalde straf door je zonde verdiend hebt ben je nog niet klaar. Want dan is de zonde nog niet verlaten en vergeven. Daarom: ontdekking moet samengaan met bekering tot de Heere en vergeving van de schuld.
De Heere ontdekt ook verbondskinderen.
De tweede tekst die we opslaan is Ez. 16 : 57: Aleer uw boosheid ontdekt was...." (vrij vertaald: hebt gij, Israël, u niet gestoord aan de waarschuwingen. Deze tekst geeft weer een paar nieuwe gezichtspunten. Blijkbaar moeten niet alleen heidense Edomieten, maar ook de verbondskinderen van Israël ontdekt worden aan hun boosheid. Verder: as dan zullen waarschuwingen en vermaningen van de Heere (via de profeten!) ernstig genomen worden, wanneer het volk inziet dat het gezondigd heeft. Hoe komt Israël nu tot erkenning van de zonde? De kanttekening zegt: oor de prediking van de profeten en de daadwerkelijke straf, d.w.z. de ballingschap.
Dit heeft ons veel te zeggen. Als de Heere ons tegenspoed in ons leven geeft moeten we naar de oorzaak vragen. De Heere zou dat wel eens „ontdekkend" kunnen bedoelen. Maar vooral, wanneer de Heere door Zijn dienaren ons de Wet voorhoudt wil Hij onze zonde aan het licht brengen en ons tot bekering leiden. De Wet is ontdekkend, want, zegt Paulus, , , door de Wet is de kennis der zonde." Gezonden hebben de Medicijnmeester niet van node maar zieken. Gezonden mogen wel naar de dokter, maar ze doen het niet; hoogstens voor controle, maar niet om genezen te worden. Zo is het ook in geestelijke zin. Brave Hendrikken en zij die menen geen zonde te hebben, komen eenvoudigweg niet tot de Heere Jezus. Hebben ze daarom ook geen zonde? Zijn er dan van die geestelijk „gezonden"? Nee, dat bedoelt de Heere Jezus natuurlijk niet. Hij wil zeggen: die zelfgenoegzame Farizeeën hebben er geen erg in dat ze zondaren zijn zoals de tollenaren, al menen ze het nog zo goed. De tollenaar in de tempel, die had Gods Wet begrepen!
Wat moeten we nu doen?
Moeten we nu maar wachten met naar de Heere te gaan totdat we een heel diep inzicht in onze verdorvenheid hebben gekregen? Nee, dat is niet goed gezegd. Het gaat erom dat we ons stellen onder de verkondiging van Wet en Evangelie, van zonde en genade. Op de preekstoel, daar worden we ontdekt. Daar wordt de Wet uitgelegd in geestelijke zin, d.w.z. hoe de Wet eigenlijk is: goed, heilig, volmaakt. Maar daar wordt ook bij gezegd dat wij niet geestelijk, goed en heilig zijn, maar dat we tegen God gezondigd hebben. We hebben zijn Wet — uitdrukking van zijn Wezen! — overtreden en kunnen, door die Wet te onderhouden, nooit meer met God verzoend worden. Dat is ontdekking: als het Woord des Heeren mij doet zien dat het zo hopeloos met mij geworden is dat ik nooit meer uit mezelf aan Gods heilige Wet kan voldoen en als ik daarbij belijd dat dit mijn eigen schuld is.
Maar evenzeer geldt het in de prediking dat, nu ik het niet meer kan en mag, Christus het eind en het doel van de Wet is. Hij heeft de Wet vervuld. En wanneer wij worden bestempeld als vervloekten omdat we „niet gebleven zijn in het boek der Wet om dat te doen, " dan geldt van Hem dat Hij de vloek der Wet heeft weggenomen door die aan het kruis te nagelen en Zelf een vloek te worden.
Ontdekking is dus daar waar de II. Geest ons door het Woord hiervan doordringt: k heb door mijn zonde de weg tot God zo afgesneden dat de Heere in Zijn Wet met niets anders tevreden is dan met Christus in mij, d.w.z. met de geloofsvereniging met de Heere Jezus Christus. Het is dus erkenning van eigen schuld en verlorenheid en een belijden dat Hij alleen rechtvaardig is. Calvijn schrijft in een preek over Gen. 15 : 6: Daar hebt ge in één woord waar God op aanhoudt, wanneer Hij ons ontdoet van alle mening van onze deugden, het is omdat Hij alleen rechtvaardig wil zijn, en dat wij verloren en veroordeeld zijn in onszelf."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 mei 1968
Daniel | 16 Pagina's