ZENDÏNGSVELP
Zending in Nigeria.
De kerkgang Na het eerste zingen worden de Tien Geboden voorgelezen, waarnaar met aandacht wordt geluisterd. Het is iets dat in hun gedachten echt van Hogerhand komt; het is geen mensenwoord, maar het komt van Hem, Die hemel cn aarde heeft gemaakt.
Het gebeurt ook dat gezamenlijk de Geloofsbelijdenis wordt uitgesproken. Dit is zeer nuttig, want op deze manier leren zij de belijdenis uit hun hoofd; bovendien zijn zij beter bij de dienst betrokken. Het is een heel ander soortmensen dan wij: zij moeten zelf iets kunnen doen, want anders wordt de kerkdienst voor hen veel te lang.
Vervolgens komen dan Bijbellezing en gebed. Na het gebed is men daar gewoon de kennisgevingen te laten volgen. Na het lezen uit Gods Woord en na het bidden, is dat ook weer een welkome onderbreking van de dienst. In de regel wordt daaraan een ruime plaats gegeven. Het is zo geheel anders dan in ons vaderland; de diensten zijn wat rumoerig en wij vinden daar niet het stille en eerbiedige luisteren, dat wij in de meeste kerken bij ons waarnemen. Na de mededelingen volgt de dienst der offeranden. Het collecteren mag begeleid worden met zang en voor dat zingen maken de Egede's gebruik van hun geliefde „koren", waarover de vorige keer iets is gezegd. Dan kunnen zij hun hart weer eens ophalen. Er zijn er bij, die met hun hele lichaam zingen: armen cn benen zijn in voortdurende beweging en aan de uitdrukking van het gelaat is te zien, dat de zangers en zangeressen er bij zijn. Misschien kunnen de mensen bij ons er van leren om het zingen niet aan een ander over te laten, maar de hele gemeente moet er bij betrokken zijn. Dominee Smytegelt zou zeggen: is het niet voor uzelf, dan is het wellicht voor een ander. De opbrengst van de collecte is niet bepaald groot te noemen. Vooruit weet je al, dat er niet veel andere geldstukken te zien zullen zijn dan penningen (ongeveer vier cent). In Ikaehi, dat toch een behoorlijke gemeente is, wordt in een dienst gemiddeld zes gulden opgehaald. Daaruit volgt wel, dat zon kerkje niet gemakkelijk een eigen predikant zou kunnen onderhouden. Nu is het wel zo, dat de meeste mensen arm zijn, en dan is het penninkje van de weduwe meer waard dan het zilver en goud, door de rijken gegeven, want die gaven zijn gaven uit de overvloed. Maaier zijn toch ook wel wat rijkeren. Wij kunnen nog niet zeggen, dat er naar vermogen wordt gegeven.
Toch zijn er kerkgangers, die echt naar draagkracht geven. Rhoda, het hulpje in het gezin van zendeling Commelin, ontvangt twaalf pennies per week als zakgeld. Zonder dat er drang op uitgeoefend is, verdwijnen elke week twee van die pennies in de collectezak. Dat is meer dan de tienden offeren! Zulke kinderen maken een ander beschaamd. Er is slechts één collecte en die is voor de kerk. De opbrengst van de collecten wordt elke maand naar de predikant (zendeling) gebracht. Deze beheert het geld, dat uitgegeven wordt voor vergaderingen, kerkgebouwen, voor opleiding van evangelisten cn wat er verder in het kerkelijk leven aan de orde is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1968
Daniel | 16 Pagina's