Deze wereld en de toekomende
Dr. M. J. Arntsen schrijft in het februarinummer van „Protestants Nederland" over het gevaar dat alles tegenwoordig neergehaald wordt tot het „natuurlijke"; dat gebeurt zowel in roomse als in protestantse kerken. Hij vervolgt:
„Het is voor velen taboe, te spreken over een hemel, over God, Die daar woont, over een hiernamaals en een wederkomst van Christus. Er wordt eenzijdig de nadruk op gelegd, dat we deze wereld bewoonbaar moeten maken. Het gaat haast alleen over het leefbaar maken van deze wereld en de aardse vrede. Nu ziin dit heel belangrijke dingen.
Bezwaren.
Maar er zijn twee grote bezwaren. In de eerste plaats vergooit men op deze wijze, bewust of onbewust de hemelse zaligheid. En in de tweede plaats zoekt men de aardse vrede te bereiken op een heel partijdige wijze. De westerse landen, Amerika en ook Zuid-Afrika krijgen van alle ellende de schuld, en de communistische landen, waar zeker zoveel onrecht geschiedt, worden altijd vrijgesproken. Ik weet, dat ik nu generaliserend spreek, maar in grote trekken is dit de tendenz bij de Wereldraad van kerken, maar ook bij vele moderne r.k. theologen, ook bij de K.R.O. en bij een blad als Trouw.
Ik zou willen zeggen, laten de kerken toch in de allereerste plaats het evangelie verkondigen en wijzen de Rechter, Die voor de deur staat, en als ze zich met aardse dingen bemoeien, laten ze het dan op een billijke wijze doen."
In déze nacht.
„En nu zijn schrijvers als Harvey Cox in de mode, die de hemel letterlijk afschrijven en die alles zetten op de éne kaart van het aardse heil. Ik hoorde pas een preek als waarschuwing tegen dit soort „theologie bedrijven", uit I Cor. 15 : 19. „Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen". Die prediker zei toen: met zulke mensen moet je dus te doen hebben". Inderdaad, met Cox en al zijn kritiekloze bewonderaars, ook met die hele groep vernieuwingstheologen in de r.k. en in de reformatorische kerken moet je te doen hebben. Wat hebben we er aan, te gaan piekeren over het feit, hoe de wereld er in 2000 zal uitzien, en wat we daaraan kunnen doen, terwijl we er niet aan denken, dat Jezus Christus gereed staat om te oordelen? Zijn velen, die op die bezinningscentra werken, en zo erg solidair willen zijn met deze wereld, niet als de rijke dwaas, die niet bedenken, dat nog in dezelfde nacht God hun ziel weg kan nemen? "
Wat baat het een mens!
Dr. Arntsen komt aan het eind van zijn bijdrage tot enkele conclusies die het nadenken waard zijn, want de schrijver heeft, gegrond op veel studie, kennis van zaken:
„a. In de nieuwe r.k. beschouwingen over de plaats van de leken in de wereld wordt, evenmin als vroeger cle diepte van de verlorenheid van de mens gepeild.
Men acht de hulp van Christus wel nodig, maar de radicale onmacht van de mens ten goede blijkt niet. Dit is een euvel, dat we trouwens evenzeer bij protestantse „christen-radicalen" aantreffen.
b. Dat men het natuurlijke leven meer positief waardeert, is misschien een winstpunt.
c. Maar daar staat 'n groot verlies tegenover, n.1. dat men de doorlopende prediking van de Schrift om aan 't verderf van de wereld te ontkomen, veel minder duidelijk hoort. Vergeten al deze vernieuwingstheologen, of ze nu r.k. of protestant zijn niet te veel het woord van onze Zaligmaker „Wat baat het een mens, of hij de hele wereld gewint, en hij lijdt schade aan zijn ziel? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 maart 1968
Daniel | 16 Pagina's