VARIA
Hartige hapjes
De nieuioe kateehismus Prof. Van Genderen besluit in „De Wekker" zijn bespreking van de N.K. met de
volgende opmerkingen: „De N.K. heeft het christelijk geloof aannemelijk gemaakt door een synthese (samensmelting) tot stand te brengen tussen de bijbelse boodschap, de traditionele leerstellingen en het moderne, evolutionistische denken. Dat leidde niet alleen tot een andere vertolking van de kerkelijke leer, maar ook tot een vervorming van de bijbelse boodschap. De mens is in het mid-
delpunt komen te staan. Juist op de kardinale punten blijkt het verschil met de belijdenis van de kerk der Reformatie zeer ingrijpend te zijn. De welwillende beoordeling van het reformatorische christendom heft het verschil niet
op!! Met verbazing vragen we ons af, hoe sommige protestanten zo verrukt kunnen zijn over deze kateehismus. Hoe kan prof. Kuitert schrijven, dat de matriolcgie van N.K. niet het grote struikelblok vormt en dat de gehele kateehismus een genadeleer heeft waar geen enkel reformatorisch christen moeite mee heeft, al ontbreekt de leer van
rechtvaardiging uit of door het geloof? Prof. Velema heeft een geheel andere visie. Ik zou zijn woorden willen overnemen: „Het conflict Rome-Reformatie ging ten diepste om de ernst en de omvang van de zonde, én om de wijdte, de hoogte en
het genadige van Gods erbarmen. Dit is na het verschijnen van de N.K. in andere vorm en tegelijk in verhevigde mate, nog het geval."
Voor het gehele beeld van het rcomskatholicisme zijn de officiële uitspraken van pausen en concilies toch nog van meer belang.
Intussen is het de zaak om met de N.K. te rekenen. En het is goed om er voorzichtig mee te zijn!!"
De roomse leer wordt in de N.K. op een boeiende wijze voorgedragen, maar na lezing bemerken we wel dat de vorm iets aan het wijzigen is, maar de inhoud is in wezen hetzelfde gebleven. Een gewaarschuwd man telt voor twee!!!
Oecumene-1.
Enkele weken geleden is op de Geref. Synode kardinaal Alfrink tegenwoordig geweest om een gemeenschappelijke verklaring over doop en de doopbediening af te leggen.
De Rotterdammer gaf het volgende verslag:
„Kardinaal Alfrink hield daarna een toespraak tot de synode. In feite heeft er nooit twijfel bestaan t.a.v. de erkenning van eikaars doop, zei hij. De doop is basis en uitgangspunt van deze fundamentele eenheid. De doop en het daarmee verbonden geloof in de Heere is de gemeenschappelijke rijkdom en het fundament tot verder zoeken naar cle eenheid die de Heere heeft bedoeld."
Dat is dezelfde kardinaal die in het geheim Prinses Irene overgedoopt heeft. De gewild oecumenische weg is een hellend vlak!!
Oecumene-2.
Op de Geref. Synode is ook beslist dat de Gereformeerde kerken zich niet officieel moeten laten vertegenwoordigen in een r.k.-eredienst waarin de mis bediend wordt. De officiële leer van het misoffer en het officiële anathema (vervloeking) over hen die deze leer verwerpen, staan het bijwonen van een mis beslissend in de weg. De synode citeerde antwoord 80 van de H.C. dat „de mis in de grond anders niet is, dan een verloochening van de enige offerande en het lijden van Jezus Christus." Proft. Hartvelt verzette zich scherp tegen deze uitspraak.
, Jiet is nu eenmaal rooms-katholieke stijl om een eens gegeven vervloeking niet terug te nemen. Maar de komst van de kardinaal op deze synode heeft bewezen, dat dit anathema niet meer gehanteerd wordt in de praktijk."
Volgens deze prof. moet het antwoord 80 opnieuw doordacht worden, nu Rome in de praktijk het anathema niet meer handhaaft, want de mis van nu is wat anders dan de mis in de 16-de eeuw. (De N.K. handhaaft de leer van de transsubstantiatie, alleen de vorm van de misbediening is wat eenvoudiger geworden!)
Prof. Hartvelt legde na de afwijzing van zijn voorstel de volgende verklaring af: „Ik heb er moeite mee, mijn rooms-katholieke vrienden met dit besluit onder ogen te komen."
Deze prof. moet toekomstige gereformeerde predikanten opleiden tot het predikambt!! Juist het beproeven van de geesten of ze uit God zijn, is dan zo hoogst noodzakelijk. We mogen in onze gebeden onze gereformeerde kerken niet vergeten, want ook zij zijn diep afhankelijk van de leiding van de Heilige Geest. Juist nu deze zusterkerken zulke belangrijke beslissingen genomen hebben, hebben ze in het bijzonder ons gebed nodig, opdat het ook in die kerken alleen maar mag gaan om de vraag: hoe komt God aan Zijn Eer en niet om de vraag: hoe zullen mijn r.k.-vrienden er over denken.
(o.a. uit „De Rotterdammer")
De stromingen in de R.K. kerk
Ds. Hegger heeft in Valkenburg (bij Leiden) gesproken in de Geref. Kerk over de grote onzekerheid op allerlei terreinen van het leven. Het lijkt wel of de satan het offensief heeft geopend, als inleiding tot de laatste grote veldslag. We nemen een gedeelte van een verslag van ds. Heggers rede over uit „De Rotterdammer" van 1 februari 1968:
„In de r.k. kerk van nu treft men drie stromingen aan. Allereerst de dogmatische groep, die vasthoudt aan de kerk, zoals die er altijd is geweest. Ten tweede een uiterst linkse groep, de meer vrijzinnigen.
Volgens spreker moeten wij deze groep zonder meer afwijzen, evenals dat in protestantse kringen is gedaan. Zij ontkennen bijv. een fundamenteel dogma als de erfzonde. Deze ontkenning kan uiteindelijk leiden tot ontkenning van de verzoening in Christus. De nieuwe catechismus ontkent weliswaar de opstanding van Christus niet, maar bevestigt deze evenmin. Verder is er
nog de middengroep, de bijbelse stroming. Zij houden ook aan de dogma's vast, maar proberen deze een nieuwe bijbelse inhoud te geven.
Wat betreft de inhoud van de Mis zijn er b: ij hen geen essentiële verschillen meer met de reformatorische opvattingen. Hun nieuwe opvatting over de transsubstantiatie, die lijnrecht tegenover de oude staat, is: brood blijft brood en wijn blijft wijn. Er is alleen een tekenverandering. Ook op ander gebied benaderen zij de reformatie; de vraag blijft echter of deze stroming ook is doorgedrongen tot het hart van het Evangelie. Zij hebben bijv. nog nooit een duidelijke uitspraak gedaan over wat zij onder de heilsweg verstaan. Volgens het concilie van Trente kan een rooms katholiek het eeuwige leven alleen verdienen door goede werken te doen; dit kan hij dan echter ook weer verliezen. Dit is 'n heel andere opvatting over de heilsweg dan wij als protestanten kennen."
Doopcrkenning.
Ds. Hegger sprak ook over de wederzijdse dooperkenning tussen de Ger. Kerk en de R.K.-Kerk:
„In rooms-kath. kringen heeft men over het sakrament van de doop een ruimer, meer bijbelse opvatting gekregen. In het verleden werd als eis gesteld, d.at het water gevloeid moest hebben, anders was de doop niet geldig; deze eis is nu vervallen. Ds. Hegger merkte op dat hij tegen de wederzijdse dooperkenning als zodanig geen bezwaar heeft, maar dat hij dit wel heeft tegen de manier waarop de synode deze aangelegenheid heeft behandeld. Hij had graag gezien dat er niet alleen gesproken was over de punten van overeenkomst, maar ook over de verschilpunten. Een groot verzuim vond hij hoewel hij overtuigd is van de beste bedoelingen van de synodeleden dat er niet gesproken is over de weg van het heil. Dit kan de indruk wekken van ondergeschikt belang te zijn. De synode heeft een kans gemist".
63 = 68 1968 = 1963
In „Protestants Nederland" van februari 1968 hei'innert de heer Huizer aan een uitspraak van kardinaal Alfrink van 13 dec. 1963:
„Wat ooit een concilie inzake het katholiek geloof — niet inzake vragen van praktisch beleid of van praktische beleving van de geloofswaarheid — heeft vastgelegd, zal nooit door een volgend concilie worden ongdaan gemaakt. Wat het Eerste Vaticaanse Concilie over het primaat van de paus en over de onfeilbaarheid van de paus als geloof van de kerk heeft uitgesproken, wordt door het tweede Vaticaans concilie niet afgewezen of gewijzigd". En ook: „de kerk blijft geloven aan het offerkarakter van de heilige eucharistie en aan de wezenlijke tegenwoordigheid van de Heer in het h. sacrament — geen concilie kan hieromtrent iets anders verkondigen dan de kerk altijd heeft geloofd. Wel kan het concilie echter, zonder de wezenlijke inhoud te veranderen, andere vormen geven aan het geloof".
Veel van hetgeen zich in de laatste tijd binnen de (Nederlandse) R.K. kerk afspeelt, zullen wij moeten zien tegen de achtergrond van deze en dergelijke uitspraken".
Dat is een uitspraak van dezelfde kardinaal, die een bezoek gebracht heeft aan de Geref. Synode in januari 1968. De inhoud verandert niet, de vorm wordt aangepast. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1968
Daniel | 16 Pagina's