Rond en uit de Bijbel
Het Koningschap des Ileeren.
Obadja besluit zijn geschrift met een schildering van de toekomstige heerlijkheid van Israël. Ezau's grondgebied zal tot Juda's Rijk behoren, zodat men vanuit Sion zowel over Juda als over Edom zal regeren. „En er zullen heilanden komen, " staat er. Dit slaat waarschijnlijk niet op de Heiland, Jezus Christus. Het meervoud zou dan wel erg bevreemdend zijn. Het ziet veeleer e Bijbel m op verlossers — dat staat er in het Hebreeuws ook — zoals de oude richters. Zij zullen het volk des Heeren richten. Het 1 ijkt ons eerbiediger om de tekst geen geweld aan te doen en niet te denken aan de Messias. Dit neemt niet weg dat door deze nationaal-politieke profetieën héén, de Messiaanse gedachte wordt uitgesproken. Ook in Amos werd de Messiaanse heilstijd beloofd, zonder dat er letterlijk sprake was van
de Messias. Zo ook hier, want één van de grondgedachten aangaande de Heilstijd vinden we hier terug: „En het Koninkrijk zal des Heeren zijn." Het heil ligt klaarblijkelijk niet in al het menselijke, niet in de overwinning van Israël op zichzelf, maar in Gods heerschappij. Hoe bedekt en verborgen het O.T. hier ook moge zijn, wat in het O.T. verborgen is, is duidelijk in het N.T., zegt Augustinus. Vandaaruit mogen we zeggen dat deze profetie vervuld is door de komst van Gods Koninkrijk, dat aanvankelijk door Christus reeds is opgericht, maar waarvan de voltooiing nog te komen staat.
Aanvankelijk opgericht? Wat zien we daarvan? Christus is gegeven alle macht in hemel en op aarde en Hij heeft de wereld overwonnen! En Vietnam dan, het hongerprobleem, het rassenprobleem, de toenemende afval van de Heere, het onvolkomene en het zondige? Leidt Koning Jezus nu werkelijk de geschiedenis? Schreeuwt niet veeleer alles daar tegen in? Ja, alles schreeuwt en krijst dat Christus' Koningschap een ijdele waan is. En toch heeft Christus de hele wereld in Zijn hand. Maar, let wel: in Zijn doorboorde hand, zoals laatst een predikant het uitdrukte. Hij is Koning, Zijn hand draagt de wereld, maar Hij is de Koning van het kruis, Zijn hand is de doornagelde hand. De opgevaren Koning is de Gekruisigde. In het tijdsbestek tussen Pinksteren en de Komst van Christus op de wolken, zal de wereld in die spanning van lijden en verheerlijking blijven leven. Het ganse schepsel zucht, zegt Paulus. liet Koninkrijk is er, en het is er nog niet. Het is de tussenperiode van de Geest: de Geest is geschonken, maar is nog slechts een eersteling, het onderpand van wat komen gaat. Het is als met de strijd van vlees en geest in het persoonlijk leven. Enerzijds zegt Paulus: ik ben gestorven, Christus leeft in mij en wat ik nu leef dat leef ik door het geloof (Gal. 2). Anderzijds is het: dood dan uw leden die op de aarde zijn! en: ik ellendig mens. Enerzijds weet : hij een kind van God te zijn, een vrije I zoon, anderzijds weet hij zich verkocht onder de zonde te zijn, verzocht door de Satan. Ook in het persoonlijke leven „zie" je nooit dat je een kind Gods bent, dat je aan de zonde gestorven bent. Ook in het persoonlijk leven schreeuwt alles daar tegenin. Maar ook daar is het slechts het gelovige zien op Jezus en het getuigenis van de Geest dat het „er voor houden" doet aan de zonde gestorven te zijn en voor God te leven (Rom. 6). Daar blijft de strijd van vlees en Geest, van het nog-niet en van het reeds. En zo ligt het ook „in het groot." Hebr. 1 zegt: „Doch nu zien wij nog niet dat hem alle dingen onderworpen zijn, maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond...." De verheerlijkte, volkomen schepping zien wij nog niet. De Satan, de antichrist, de mens der wetteloosheid schijnen vaak nog vrij spel te hebben. Maar het geloof ziet Jezus als Triumfator. Het geloof ziet niet met lijfelijke ogen hoe alles Hem onderworpen is, maar met geloofsogen. Wat ik nu leef, dat leef ik door het geloof, zegt Paulus immers. Dat betekent: ogen dicht en oren open (Calvijn), Gods Woord laten zeggen wat het te zeggen heeft. En dat zegt dat Jezus Koning is, dat Hij de Leeuw is uit de stam van Juda, de Wortel Davids, en dat Hij heeft overwonnen. Dus: de Leeuw als Overwinnaar, de Wortel Davids (de afgehouwen tronk!) als de lijdende Knecht. Omdat Christus door nood en dood is heengegaan, zullen ook de Zijnen door nood en dood heen gaan. Een dienstknecht is niet meer dan zijn heer! Om met Hem verheerlijkt te worden is het nodig om hier óók met Hem te lijden. Niet om óók nog wat te verdienen, maar om Hem uit genade gelijkvormig te worden. Een ieder die, hetzij „persoonlijk", hetzij meer door de wereldtoestand van buiten af wordt aangevochten door de Satan met het zo verborgen zijn van Christus' overwinning, die wete echter
hoe hopeloos het er tweeduizend jaar geleden op Golgotha uitzag. De Christus Gods, de Koning Israels, de almachtige „Wonderdoener" verkeerde in grote angst en bad „indien het mogelijk is. Als het ooit donker is geweest op aarde, dan was het wel toen Jezus aan het kruis was genageld. Als het ooit onmogelijk is geweest, dan was het wel toen Christus werd begraven. Alles de dood in en stilte van het graf. ... Nochtans heeft Hij daar door zijn dood dc dood gedood, het graf overwonnen, en liet leven en het Koninkrijk verworven. „Moest de Christus niet deze dingen lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan" zegt de Opgestane Borg. Zouden alle aangevochtenen dan niet hier uit moeten leven, om met Hem te lijden en met Iïem in heerlijkheid in te gaan? Zo leze men in de Schriften, hetgeen van Hem geschreven is. En op onze vraag wanneer Hij nu het Koninkrijk wederoprichten zal, luidt het antwoord: „Het komt u niet toe weten de tijden cf gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft." Maar wel zegt deze Koning tot Johannes: „Ja, Ik kom haastiglijk."
De vraag is dus niet: Wat zien we ervan, maar: wat geloven we van het Woord van deze trouwe Getuige.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1968
Daniel | 16 Pagina's