BIJBELLEZEN
Het is opmerkelijk, wanneer hel onder de duistere tijden van het antichristendom zo diep vervallen was, dat er in geheel Frankrijk maar één Bijbel te vinden was, dat men die juist vond in het Kabinet van cle Koning, zoals het verhaal van die tijden aantekent. Zeker, het Woord van God past wel onder de waardigste juweelstukken in cle huizen van de aanzienlijken. Het ligt als een blaam op cle naam van een vervloekte Juliaan, dat hij Plato boven Mozes, en Sccrates boven Salomo's Spreuken verhief; van een godvergeten Maarschalk in Frankrijk, dat hij meer troost vond in de Schriften van Horatius dan in het Evangelie; en van Angelus Politianus, dat hij meer vermaak had in de gedichten van Pindarus dan in die van David.
Het luidt veel beter en het is meer voorbeeldig, dat de Moorman, een machtig Heer van Candacé, het voor zich niet laag rekende, zelfs op zijn wagen zich te verlustigen, door de profeet Jesaja te lezen; dat keizer Theodosius II, door veel des Heeren Woord te lezen, grote stukken daarvan van buiten kende; dat Budowec, een Boheems baron, onder de vervolgingen, zijn hand op de Bijbel leggende, daarvan uitriep: Ziedaar mijn Paradijs!
Dat Johanna Gray, een koningin van weinig tijd in Engeland, in een brief, aan haar zuster op het einde van haar leven met haar evangelieboek gezonden, getuigde, dat daarin haar gedurige en allervermakelijkste studie geweest was.
BIJI5ELROOSTER:
Zondag 10 maart Jesaja 53 Handel. 13 : 1-25 Maandag 11 maart Genesis 25 Handel. 13 : 20-52 Dinsdag 1.2 maart Genesis 26 : 1-17 Handel. 14 Woensdag 13 maart. Genesis 2G : 13-35 Handel. 15 : 3.-21 Donderdag 14 maart Genesis 27 : 1-29 Handel. 15 : 22-41 Vrijdag 15 maart Genesis 27 : 30-46 Handel. 16 : 1-18 Zaterdag 16 maart Genesis 23 Handel. 16 : 19-40 Zondag 17 maart Psalm 31 2 Thess. 1 Maandag 18 maart 1 Sam. 1 2 Thess. 2 Dinsdag 19 maart 1 Sam. 2 : 1-21 2 Thess. 3 Woensdag 20 maart 1 Sam. 2 : 22-36 1 Timoth. 1 Donderdag 21 maart 1 Sam. 3 1 Timoth. 2 Vrijdag 22 maart 1 Sam. 4 1 Timoth. 3 Zaterdag 23 maart 1 Sam. 5 1 Timoth. 4
(Uit de „Opdracht" aan de burgemeester van Rotterdam, in verband met het verschijnen van „Het Hooglied van Salomo", door Abraham Hellenbroek).
Een misversland.
Om jullie een duidelijk beeld te geven van de gang van zaken in deze rubriek even het volgende: op de dag dat „Daniël" verschijnt moet de copy voor de volgende keer al weer de deur uit. We kunnen op een brief dus nooit direct in het volgende nummer reageren. Dit zeggen we even om teleurstelling te voorkomen. De binnenkomende brieven worden door ons zorgvuldig bewaard en zullen zeker beantwoord worden, wanneer de gestelde vraag past bij
het aan de orde zijnde onderwerp. Uit een van de ontvangen brieven hebben we begrepen dat er door het slot van ons eerste artikel een misverstand is ontstaan. We hebben daar gezegd: „we schrijven niet onder een schuilnaam, omdat we — waar dat nodig blijkt te zijn — duidelijk onze eigen mening willen stellen en dan heeft iedereen er recht op te weten wie de eigenaars van die mening zijn". Hieruit heeft iemand opgemaakt dat de namen van de briefschrijvers in „Daniël" vermeld zouden worden. Dit is echter helemaal niet onze bedoeling geweest. We vermelden van geen enkele brief de schrijver. Met dat „wij" hebben we alleen onszelf bedoeld. Wij verzorgen deze rubriek en zullen dikwijls het voor en tegen van een bepaald probleem tegen elkaar moeten afwegen, waarbij we ook duidelijk onze eigen mening zullen geven. Maar omdat we dit schrijven in een blad, dat iedereen kan lezen, heeft iedere lezer er ook recht op te weten wiè dat schrijft. Dus schrijf gerust. Je naam komt er niet bij te staan.
JnlJie reakties. Na het verschijnen van de „Daniël" van 9 februari j.1. hebben we onze brievenbus steeds vol belangstelling leeggemaakt. Welke reakties zouden er binnen komen? Zouden we een „beginnetje" kunnen maken? Daarin zijn we echt niet teleurgesteld. De ene brief na de andere hebben we bij de kachel onder een kopje koffie en een pruttelende pijp gelezen. En bij iedere volgende brief waren we weer benieuwd welke vraag er in de bus en uit de bus zou komen. Ze lopen sterk uiteen. Om een indruk te geven volgen hier enkele
gestelde vragen: Koe denken we over de prediking in onze Gemeenten? Dit naar aanleiding van enige citaten in de rubriek „Va-
ria". Wat vindt U van meisjes die roken? Er staat wel niets over in de Bijbel, maar dit kunnen we toch niet goedkeuren? Tegenwoordig willen de jongens lang haar gaan dragen. Ook in onze Gemeenten. Dit is toch niet goed te praten? Maar hoe is dat te rijmen met onze „langharige" voorvaders? Mag je als christen wel werken in een boekhandel, waar allerlei soorten boeken verkocht worden? Als verkoper of verkoopster moet je ze natuurlijk ook gelezen hebben. Dus ook de moderne
schrijvers! Hoe denkt U over het wel of niet reizen op zondag van onze militairen? Wat is uw oordeel over de pinkstergemeenten en wat zijn de specifieke verschillen met de Gereformeerde Gemeen-
ten? In de Bijbel staat dat ambtsdragers hun huis wèl moeten regeren. Toch komt het dikwijls voor dat kinderen van amtbsdragers de kerk de rug toekeren, hoewel men nooit hoort dat ambtsdragers hierom worden afgezet. Gelukkig niet, want ze zullen er niet altijd schuldig aan zijn. Maar waar trekken we de grens met de toepassing van dit ge-
Ik lees „Daniël" altijd, maar ik moet eerlijk zeggen dat de onderwerpen me weinig interesseren. Waarom wordt er niet meer gesproken over datgene, waar we als jeugd echt mee zitten, zoals problemen die er kunnen zijn in de omgang tussen een jongen en een meisje, b.v. verschillende kerken, verschillende karakters enz.?
Jullie zien wel: een zeer gevarieerd programma. En wie weet wat er nog volgt. Voordat we verder gaan echter eerst nog een vraag!
De militair.
Een van onze militairen, of liever gezegd een ex-militair, stelde het probleem van het wel of niet door onze jongens reizen op zondag. We geloven stellig dat deze vraag de moeite waard is om te bespreken. Alleen, wil je ons nog eens een wat uitvoeriger brief schrijven? Want eigenlijk stel je alleen maar het probleem, zonder erbij te zeggen hoe je er zelf over denkt en welke voor-en nadelen je concreet aan beide kanten ziet. Kortom, hoe denk je er zelf over en waarom? En hiermee nodigen we ook gelijk andere militairen en ook nietmilitairen uit hun zegje te doen. Heb je zelf wel of niet gereisd op zondag en hoe heb je dat ervaren? Vond je begrip voor je moeilijkheden bij niet-militairen? Werd je door andere gezinnen en door de andere Gemeente, als die er was, opgevangen? Reageer hierop! We willen het nü nog niet direct aan de orde stellen, maar houden het probleem nog even in petto.
Waar gaan we hel over hebben?
Uit genoemde reakties merken jullie waarschijnlijk wel dat het voor ons niet meeviel de eerste keus te bepalen. Het is duidelijk dat de meeste vragen uit een levende behoefte gesteld zijn. Toch kunnen ze niet allemaal tegelijk beantwoord worden. We hebben ons afgevraagd welke vraag iedereen kan interesseren, ja, eigenlijk ook moet interesseren. Volgens ons is dat de prediking. Hierover hebben we van een ouderling een naar onze mening fijne, openhartige en evenwichtige brief ontvangen. Misschien zijn jullie door het lezen van „Varia" hierover ook wel gaan nadenken. De chr. geref. predikant, ds. Velema, heeft in „De Wekker" hierover het een cu ander geschreven, daarbij natuurlijk uitgaande van z'n eigen situatie cu omgeving. De Varia-schrijver heeft hiervan het belangrijkste overgenomen met de bedoeling ons tot nadenken te stemmen. En hierover kunnen we ook nadenken, want iedere zondag gaan wc naar de kerk.
Nu enkele vragen. Hoe luister je vaak naar een preek? Wat verwacht je ervan? Zie je de prediking als een voorrecht cn als een middel tot genade? Voel ie je door een preek aangesproken? Gaat er wel eens kracht van het Woord uit? Welke plaats neemt de prediking in je leven in? Wat versta je onder een schriftuurlijk-bevindelijke prediking en hoe denk je hierover?
We hopen op veel brieven. Met elkaar willen we een poging wagen in alle bescheidenheid tot een antwoord op deze vragen te komen. We beseffen dat door de Varia-schrijver en onze ouderling een bijzonder gevoelige zaak aan de orde wordt gesteld, waarop we niet dan met de grootste schroom ingaan. Wat zou de Heere met de prediking van Zijn Woord eigenlijk bedoelen? In het volgende artikel iets over de inhoud van de brief van onze ouderling. Intussen wachten we op jullie antwoord.
L. Sparreboomstraat 24 Rotterdam - 26.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 maart 1968
Daniel | 16 Pagina's