Zending in Nigeria.
Zondag in Egcde
Zending in Nigeria. Zondag in Egcde
Om kwart over acht is zendeling Commelin de deur uit gegaan. Het is zondag. De kerkdienst begint pas om negen uur, maar er is nog veel te doen. Aan de Egede's kun je niet veel over laten, want die mensen zijn zo vergeetachtig, en als zij er aan denken, dan is het een half uur te laat. Zo is het ook met het luiden van de klok. Dit moet de zendeling ook zelf doen. Meestal is hij de eerste in de kerk. Het woord kerk is te mooi. In Ikachi, waar wij ons nu in gedachten bevinden, wordt gebruik gemaakt van een schoollokaal. Er moet nodig een nieuw kerkgebouw komen, maar men ziet alleen nog maar een paar pilaren en een stuk dak. Dat is het begin, maar dat begin is al over twee jaar gemaakt, dus wordt er niet opgeschoten. Het is een normaal beeld in Egede, om ergens tussen het hoge gras een paar pilaren te zien staan; een beeld van een te bouwen kerk in de misschien verre toekomst.
De klok wordt geluid. De mensen worden geroepen om zich te scharen rondom het Woord van God. Het is het sein voor allen op het terrein om naar de kerk te gaan. De Bethesda-kliniek ligt tussen twee kerkgebouwtjes in.
De zendeling spreekt op verschillende plaatsen. Soms is de afstand te ver om te lopen. Dan wordt de fiets of de auto gebruikt. Het gebeurt dat er plaatsen zijn, waar geen auto kan rijden; dan moet de fiets er aan te pas komen, of moeten de benen worden gebruikt.
Onderweg kan het zendingswerk al beginnen; zeker als de zendeling te voet gaat. Hij komt mensen tegen, die naar de markt of de farm gaan. Deze mensen worden aangesproken om naar de kerk te gaan. Helaas, het kerkbezoek is gering: negentig procent van de bevolking gaat liever naar de markt of naar de farm.
Ikachi echter maakt wel een gunstige uitzondering. Je zou het een „christelijk" dorp kunnen noemen. Het gebeurt dan ook, dat er wel driehonderd mensen komen luisteren naar het Woord des levens. In andere dorpjes mag je al blij zijn, dat er een vijftigtal naar de kerk komt.
Om negen uur zal officieel de kerkdiensteen aanvang nemen, maar in Afrika moet je altijd een half uur later rekenen dan de afspraak is. Enkele maanden geleden bijvoorbeeld moest zendeling Commelin preken in Ogengen. Bij aankomst moest hij eerst de banken stoffen en daarna de klok luiden. Een luidklok is daar niet. Daarom nam hij maar een stuk spoorijzer en sloeg daarmee op een soort bus. Dat was wel niet welluidend, maar de mensen werden toch opgeroepen om te komen. En wat denk je? Een half uur later kwamen de eerste kerkgangers met de kerkleider. „Waarom zijn jullie zo laat? "
„Wij hebben gewacht op het geluid van uw auto."
Die morgen was de zendeling een paar mijlen komen lopen, dus konden zij geen auto gehoord hebben.
Eer de kerkdienst begint, behoort er eerst zondagsschool te zijn, maar daar komt meestal niet veel van. Het ontbreekt aan goede leiders. Er zijn niet veel mensen, die zelf iets doen in het Koninkrijk van God. Het gevolg ervan is, dat de kinderen in grote onwetendheid opgroeien.
Als de kerk ongeveer half vol is, begint de dienst. De rest van de kerkgangers komt nog wel onder de dienst binnen. Dat maakt dat alles niet zo rustig verloopt.
Hij begint met „Onze hulp zij in de Naam des Heeren." Hij gebruikt ook wel een ander kort gebed, waarin Gods hulp wordt ingeroepen.
Na het korte gebed volgt het zingen. Het liefst zingen de mensen hun
zogenaamde „koren". Deze bestaan uit één regel met een refrein. Als voorbeeld moge dienen:
„Kom naar de kerk. God roept u!" Deze regels worden uitentreuren herhaald, met geklap in de handen en met de begeleiding van een kalebas, die een dof geluid geeft, als je met de hand op de opening slaat.
Er zit veel beweging in dat zingen. De mensen hebben een groot gevoel voor ritme, dat zij bij het zingen en door Handel. 12 Genesis 24 : 50-67 middel van het slagwerk tot uiting brengen.
Wanneer deze mensen met aandacht luisteren, kunnen zij op allerlei geschiedenissen uit de Bijbel „koren" maken. Zo gebeurde het laatst, dat zendeling Commelin gepreekt had over Jona. En wat zong de gemeente na afloop? „Als Jona God ontvluchten wil, wordt hij opgeslokt door een grote vis. Niemand kan God ontvluchten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1968
Daniel | 16 Pagina's