JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONS LAND ROND DE REFORMATE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONS LAND ROND DE REFORMATE

5 minuten leestijd

VI

Hoe verliep hei verder met het Anabaptisme, nadat de leiders van „het groot tafereel der dwaasheid" in Munster waren gedood? De Wederdopers zijn deze slagniet te boven gekomen, het was met de invloed van de woelige beweging gedaan. In mei 1535, toen Jan Beukelsz nog de scepter zwaaide in „het Rijk van Sion", is Amsterdam ternauwernood aan het lot van Munster ontsnapt. De Wederdopers beraamden een aanslag op de stad. De feestvierende stadsbestuurders hadden alle waarschuwingen in de wind geslagen en lieten zich overrompelen: de samenzweerders maakten zich meester van het stadhuis. De knecht van de schout, die in de toren vluchtte en het klokketouw meenam, heeft de stad gered, omdat nu het afgesproken teken aan de „bondgenoten" in de omtrek niet gegeven kon worden. De volgende dag werden de opstandelingen door de burgerwacht overweldigd en gedood.

De revolutionaire avonturen van 1534 en 1535 hebben belangrijke gevolgen gehad. De plaatselijke overheden gingen veel strenger optreden tegen de Dopers. Mocht ROND DE RE men van Luthersen nog wel eens wat door de vingers zien, wanneer het om Wederdopers ging; waren ze tot geen enkel toegeven bereid. Velen van hen hebben voor hun overtuiging hun leven moeten laten. In gelaten berusting ondergingen ze meestal de dood.

De Anabaptisten waren ontmoedigd en verdeeld na de catastrofe van 1535. Een groot deel van hen keurde voortaan het geweld af, en stelde zich onder leiding van Menno Simons. Deze was in 1496 te Witmarsum (in Friesland) geboren, kreeg in één der kloosters FORMATIE een priesteropleiding en werd priester te Pingjum. Hij had er een goed leven: voor de kleine parochie waren drie priesters zodat er veel vrije tijd overbleef. Die vrije tijd werd vaak doorgebracht met kaartspel en het drinken van wijn. Toen Menno later een beschrijving van het priesterambt gaf, was die niet fraai: „Een bovenmate zeer bedorven, ongoddelijke en vleselijke boef, die voor de wereld een priester genoemd wordt, die ontuchtige mens, vol van allerlei schalksheid en bedrog, bedekt nochtans zijn verdoemelijke boeverij met zulk een welgevallige schone schijn, dat er niemand is die iets kwaads bij hem vermoedt."

Al in het eerste jaar van zijn priesterschap overviel hem de twijfel aan het wonder van de mis. Hij kon niet meer geloven, dat op het woord van de priester brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus veranderden. Bij zijn medepriesters ontmoette hij geen begrip.

Langzamerhand kwam hij onder invloed van de opvattingen van de Wederdopers met hun prediking van het aanstaande vrederijk op aarde. Toen Menno in 1536 zijn pastorie verliet om

zich bij hen aan te sluiten, waren de pogingen om het nieuwe Jeruzalem te Munster en te Amsterdam te stichten al mislukt. Menno werd tot bisschop of oudste der Wederdopers geordend. Het was een moeilijke taak in deze tijd, waarin vaak felle onderlinge strijd gevoerd werd tussen de verschillende groepen van Anabaptisten, die in opvattingen verschilden. Het is hem gelukt de standpunten te verzoenen en door zijn vele geschriften meer een eenheid in de opvattingen te krijgen. Menno Simons verwierp de revolutionaire uitspattingen uit de Munsterse periode, hij keurde het communisme der Anabaptisten af, hij leidde de beweging in rustiger banen. Hij is in een hachelijk tijdsgewricht de redder der broederschap geweest. De naam van deze gematigde groep, die thans in ons land nog bestaat, luidde sedertdien Doopsgezinden, Mennonieten of Menisten.

De Doopsgezinden legden nu weer, zoals in het eerste begin, alle nadruk op inwendige, zedelijke vernieuwing van de mens en heiliging van het leven des harten.

Zij stichtten overal (kleine) gemeenten; in het midden van de zestiende eeuw was ons land er mee bezaaid. Het onderling liefdebetoon was sterk. Men leefde in gesloten kring als gemeente zonder vlek of rimpel; daarbuiten regeerde de Antichrist. Van alle weelde waren ze afkerig; een huwelijk met een niet doopsgezinde werd niet toegestaan. Het zweren van een eed was verboden; wapengeweld, ook tot eigen verdediging, werd geschuwd. Wie bij herhaling onheilig leefde en dus een smet op de gemeente bracht, werd uitgebannen. Gedoopt werd alleen hij of zij, die zich welbewust aan God wilde overgeven. Er was geen organisatie of kerkelijk verband, geen bindende belijdenis of vaststaande leer: men streefde naar een christendom van de daad. Zó leefde men tot in de achttiende eeuw.

Nadien is er veel veranderd. Men is dichter tot „de wereld" genaderd, en staat minder vijandig en gesloten tegenover Staat en samenleving. Zo heeft men ook geen bezwaar meer overheidsambten te bekleden. Toch wist men zich als Doopsgezinde Broederschap te handhaven. Hun leven wordt nog altijd cloor strenge eenvoud gekenmerkt. Van grote betekenis is voor hen nog altijd Men-110's hoofdwerk: Het Fundamentboek, dat in 1539 verscheen. Hierin wordt de kinderdoop verworpen; de volwassendoop geschiedt door overgieting met water. Het avondmaal is voor Menno het teken van Gods liefde in Christus en in het bijzonder: van de éénheid der gelovigen en van hun geestelijke gemeenschap met Christus. Avondmaal vieren wordt bij de Doopsgezinden veelal genoemd: „enighoud houden".

De Broederschap kent en erkent nog steeds ge'èn bindende geloofs-formulering, ze heeft dus nog steeds een ondogmatisch karakter.

Nieuwe leden treden tot de gemeente toe op grond van persoonlijke belijdenissen, die onderling verschillend zijn, ja zelfs tegen elkaar in kunnen druisen. Vragen die men toekomstige leden zou kunnen stellen zijn b.v. „Wat betekent God voor u? Welke betekenis heeft Jezus Christus voor u? Wat dunkt u van de mens, ook van uzelf? Welke opdracht heeft een christen en een christelijke gemeente? "

U begrijpt dat bij deze subjectief gestelde vragen de antwoorden zeer sterk uiteen kunnen lopen. Verreweg het grootste deel der Doopsgezinden is vrijzinnig geworden; een kleine rechtzinnige groep streeft naar een meer positieve belijdenis en zoekt naar vastere richtlijnen voor het geloof.

Momenteel heeft de Doopsgezinde Broederschap in Nederland ongeveer 40.000 gedoopte leden, verdeeld over 145 gemeenten. Men beschikt over plm. 120 predikanten, waarvan 25 vrouwelijke.

Er is ook een Doopsgezinde Zending, die haar activiteiten ontplooit op Java en Sumatra.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1968

Daniel | 16 Pagina's

ONS LAND ROND DE REFORMATE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 februari 1968

Daniel | 16 Pagina's