Van huis en erf verdreven
(1)
Wie Mij wil volgen wacht gewis de spot. Wie Mij belijdt, de wereld zal hem haten. Wie leven wil naar 't goddelijk gebod , en > t schijngenot der zonde heeft verlaten, die leeft als vreemdeling in Sodoms straten, waar elke dag het kwaad zijn ziel ontstelt. /-/ij wordt gemeden door de onverlaten, het duivels heir, dat sarrend hoont en kwelt; ^a* lieersen door goddeloos geweld en 't Hemels Rijk voor eeuwig af wil breken. — Zijn tijd is kort, de dagen zijn geteld, r driester zal hij zich op Christus wreken en alom strijden onder 't helse teken, tot heel het wereldrijk hem is gegeven .... En d' arme kudde zwerft in alle streken, zo menigmaal van huis en erf verdreven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 februari 1968
Daniel | 16 Pagina's