JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods getuigen.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods getuigen.

6 minuten leestijd

Gods getuigen.

(Openb. 11 : 3-13) Johannes zag in zijn visioenen op Patmos wat er gebeuren zou met de kerk niet kerk niet lang na zijn tijd.

De Heere wilde dit niet verborgen houden voor Zijn kind en knecht, opdat hij het zou kunnen opschrijven, zodat Gods kinderen vertroost zouden kunnen worden wanneer het komen zou.

Johannes zag dat strijd en verdrukking de kerk te wachten stonden. Het boek in de hand van God, dat door het Lam geopend werd, sprak hiervan en vijf engelen kondigden met bazuingeschal de fasen van deze strijd aan.

De zesde engel sprak ook over strijd en verdrukking, maar toch ook over iets anders. Hij toonde ook dat temidden van deze verdrukking Gods Woord zijn vrije loop zou hebben. Ja, zo profeteerde hij, de tijd zou komen, na het bazuinen van de 7e engel, dat de ganse aarde vol zon zijn van de kennis des Iieeren zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

Omdat God de komst van deze tijd beloofd heeft, krijgen nu Gods knechten de opdracht om te profeteren, d.i. het Evangelie te verkondigen (zie hfdst. 10) en in hfdst. 11 wordt ons verteld hoe het deze knechten en hun getuigenis verging.

Johannes ziet slechts 2 hunner, als vertegenwoordiger van alle getuigen, die gedurende oY> jaar, een tijdperk van grote verdrukking, het Woord verkondigen.

Ze zijn met zakken bekleed vanwege de treurige omstandigheden waarin ze leven: dagelijks worden van hun broeders om Christus' wil ter dood gebracht. De enkele getuigen die God nog trouw ze duisternis der wereld. De wereld ziet hun licht, maar ze heeft de duisternis liever dan het licht omdat het licht de zonden openbaar maakt.

De mensen schuwen het licht en beginnen hen te haten, die het verspreiden. Ze trachten hen kwaad te doen. Maar wee degenen die de gezalfden des Ileeren aanraken!

Het zal hun vergaan als weleer de Israclietische soldaten die met hun hoofdmannnen door vuur uit de hemel op Elia's woord getroffen werden. God staat de Zijnen bij en geeft hun grote macht. Door het geloof zullen zij bergen verzetten. God, die Elia de macht gaf om de hemel te sluiten voor regen, en die Mozes macht gaf om wateren in bloed te veranderen, leeft nog en heeft macht genoeg om Zijn knechten in deze tijd hetzelfde te laten doen.

Echter belooft God Zijn dienstknechten geen onkwetsbaarheid. Ze zijn onkwetsbaar voor hun vijanden, zolang Hij wil, maar soms acht Hij het beter dat zijn knechten om Zijnentwil lijden. Johannes zag dat de twee getuigen, nadat zij hun prediking beëindigd hadden (niet eerder, want God waakt daarvoor!) gedood werden. Dat was hun einde. Is dat het loon voor Gods knechten? Moet het zo met hen aflopen? Het wordt zelfs nog erger! Ze krijgen zelfs geen eervolle begrafenis, maar hun lichamen blijven tot afgrijzen van ieder op de straten der stad liggen. Meestal is er rouw om iemand die overlijdt, maar voor het sterven van Gods getuigen zal feest gemaakt worden. De wereld houdt niet van de knechten van God, omdat zij altijd maar weer de mensen op hun zonden wijzen en hen daarmee onrustig maken.

Daarom vervolgt de wereld de Christenen ter dood. Het schijnt laag af te lopen met de kerk van Christus. Johannes zag maar twee getuigen van God die overig waren en nu worden dezen nog gedood ook! Heere, wat blijft van uw kerk over?

Het schijnt erger dan het is, en gelukkig hebben Gods vijanden te vroeg gejuicht. Gods dienstknechten gaan de weg van de Zoon. Hij werd gekruisigd en gedood; de wereld wou Hem niet. Maar na 3 dagen kwam de Geest des levens weer in Hem en Hij rees uit het graf door eigen kracht, want Hij is God bekleed met macht. Gods knechten gaan dezelfde weg. 3 '/•> dag liggen hun dode lichamen op straat; dan komt de geest des levens weer in ben en zij rijzen op, tot ontsteltenis van hen die om hen feest gevierd hadden. Zij die in Christus sterven, zullen met Hem weer opgewekt worden! Hun dood is het einde niet, ook al lijkt dit zo voor de wereld. Wat voor Jezus het einde niet was, is voor hen die in Hem geloven liet einde niet. „Wie in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven."

Geen groter getuigenis hadden zij ook ooit kunnen geven, dan liet getuigenis dat God nu door hen geeft: hun verrijzenis uit de doden. Tijdens hun leven en hun prediking weigerden de mensen zich te bekeren, maar nu God zulk een getuigenis over hen geeft, nu kunnen ze zich niet langer verharden. De God; van deze profeten is te machtig, Zijn daden zijn te groot. Wie zou deze God niet vrezen?

God gaf nog meer getuigenis. Toen Jezus verrees was er een aardbeving. Als de twee getuigen uit de dood verrijzen, schokt en beeft de aarde, en 7000 mensen van het geestelijke Sodom vinden de dood en ondergang.

En de overigen dit ziende, buigen zich neer, en geven Gode de eer. Tegen zulk een God is het niet vol te houden. Het boek Openbaring is geschreven tot troost ook voor ons, op wie het einde der eeuwen rust.

Wat met de 2 getuigen van God in hfdst. 11 gebeurde is in later jaren zoveel malen herhaald. Ook wij, die nu leven moeten geen ander lot verwachten. Verdrukking en strijd zijn ons toegezegd. Indien zij Christus' woord verv worpen hebben, zij zullen ook dat van zijn dienstknechten verwerpen. Menig dienstknecht van God klaagt dat zijn prediking geen vrucht draagt. Ileere, wie heeft onze prediking geloofd? j

Er is echter een les te leren van het geschrevene over de 2 getuigen. Hun prediking werd ook verworpen. Ze werden zelf verworpen. Hun getuigenis scheen te falen. Wat God door hun leven echter niet deed, deed Iiij door hun dood en opstanding. God gaf getuigenis, en toen bekeerden zich de mensen. Dit geschiedde na de dood van de getuigen, toen zij er geen weet meer van hadden. Zo kregen niet de dienstknechten maar God de eer. Zo volvoerde God toch Zijn plan. Zo gebruikte Hij toch Zijn dienstknechten. Zo werden er toch mensen bekeerd en kreeg Gode de eer. God maakte meer gebruik van de dood en opstanding van Zijn knechten, dan van hun leven. Dit is vernederend voor ons, omdat het toont dat God onze daden niet nodig heeft. Het is echter ook vertroostend als we alleen om Gods eer denken. Gods Koninkrijk komt toch ook al sterven zijn knechten.

Het is als met Simson; met zijn dood behaalde God een grotere overwinning dan met zijn leven. Menig martelaar voor Christus heeft later op een zelfde wijze God moeten dienen.

En dat ook vandaag degenen die getuigen moeten met hun lijden of dood, bereid mogen zijn, en hun zielen de Heere betrouwen als aan de getrouwe Schepper.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1968

Daniel | 16 Pagina's

Gods getuigen.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 januari 1968

Daniel | 16 Pagina's