ZOLANG IK T LICHT GENIET....
Dit zal dan ons laatste „Daniël"-artikel worden. Tot onze grote spijt moeten we ons werk nu aan anderen gaan overlaten. We zien geen kans meer om aan een nieuw onderwerp te beginnen. Want wil dat inhoud krijgen dan vraagt dat studie, onderlinge gesprekken en aandacht, om alles goed onder woorden te brengen. En daar gaat ons het komende jaar de tijd voor ontbreken.
Terugblik
Terugblik Maar voor wij van jullie afscheid nemen willen we in dit artikel nog eens de onderwerpen van de afgelopen drie jaar overzien. We zijn begonnen met cle vraag: hoe gaan we om met andersdenkenden? Dat bracht ons op de buitenkerkelijken, maar ook op cle verschillende secten en kerkgroepen, die soms heel ver, maar soms ook heel dicht bij ons staan. In cle tweede serie ging het over ons dagelijks werk, over ons beroep. En we denken met veel genoegen terug aan de vele brieven, waarin lezers en lezeressen over hun werk vertelden. Zo kregen we fijne gesprekken over het verband tussen het geloof cn ons door-deweekse leven. En in het derde jaar hebben we onze gedachten laten gaan over de eredienst. „Eén dag in Uw huis" hebben we dat genoemd. In de hoop dat ieder voor zich in gedachten zou aanvullen: „.... is mij meer, dan duizend waar ik U ontbeer!" En in die geest hebben we ook over de héle kerkdienst en speciaal over de prediking met elkaar willen spreken. 1
We hopen van harte dat er lezers en lezeresen zijn die zeggen: we hebben er echt iets door meegekregen. Wat het Woord zegt en ook doet, is mij veel duidelijker geworden. En wat ik er door-de-week aan kan hebben, hoe ik ermee kan werken, dat zie ik nu ook veel beter. Want inderdaad, het Woord doet iets met ons. En zo leren wij iets met dat Woord te doen!
Ontwaakt!
Want dat Woord roept ons. Het roept ons wakker. Want de roepstem klinkt met kracht: „Ontwaakt! gij die slaapt, en staat op uit de doden!" En je weet, als je 's morgens wakker wordt, gaan je zintuigen weer werken: je kijkt weer, je hoort ook weer, je kunt weer voelen, je weet weer waar je bent, je krijgt dorst of honger, je denkt weer aan je taak. En zo is het ook, als het Woord door zijn levenwekkende kracht ons doet opstaan uit de doocl. W 7 e zien weer. De één schrikt wakker door Gods rechtvaardigheid, de ander wordt wakker door de vurige begeerte: „Geef dat mijn oog het goede aanschouw, 't welk Gij uit onbezweken trouw, Uw uitvcrkoornen toe wilt voegen!" We horen ook weer. Woorden met kracht! „Wie zijn zonden belijdt en Iaat, die zal barmhartigheid ontvangen." Of andere woorden uit de Schrift. W 7 e krijgen honger en dorst. Naar vrede met God, naaide verzoening in Christus Jezus. Naar gerechtigheid. En naar de „mate" van het geloof wordt de belofte waar: „En Christus zal over u lichten!"
Wij, jongeren
IIet doel
Maar de verlossing heeft ook een doel! Het gaat er ten slotte niet om dat ik „erbij" hoor! Petrus schrijft aan cle gelovigen dat zij geroepen zijn tot Gods wonderlijk licht.... om Gods deugden te verkondigen! Een voorbeeld. Je wilt toch niet gaan trouwen om liet bruiloftsfeest zonder meer. Maar om samen te mogen leven en een gezin te stichten. Zo eet je ook niet enkel voor het lek
ker, maar vooral 0111 nieuwe kracht te krijgen. Of, als je na een ernstige ziekte weer uit bed mag, wil je ook weer aan 't werk. Dus je wordt genezen om je taak weer te kunnen doen. En dat met vreugde. En inderaad, die trouwdag blijft onvergetelijk. En dat die ziekte, die stekende pijn, die ellende weer voorbij is, dat is in één woord heerlijk. Maar nu het leven uit dankbaarheid! Dat is de proef op de som. En zo is het ook met het werk van Hem, Die dat onvergetelijke Woord sprak: „Ik, de HEERE, ben Uw heelmeester!" Want na die genezing — in welke mate dan ook! één lichtstraal geneest al! — volgt het leven. En nu gaan al die voorbeelden mank. Want het is niet zo: bekeerd, en dus nu voorgoed genezen. Nee, de ziektekiemen blijven doorwerken. Wij komen altijd weer bij die grote Geneesheer terug. „Red mijn leven!" Maar we staan ook altijd weer voor het grote doel: God eren met ons leven. Maar dan is Góds doel onze wens.
'k Zal zolang ik 't licht geniet, Hem verhogen in mijn lied!
Ere zij God!
In mijn lied. Ook in mijn studie. Ook in mijn werk. En in het gezin. En in mijn vrije tijd. En in de politiek. En in de kunst. Wie heeft er literaire gaven? Er is groot gebrek aan Christelijke dichters en schrijvers. Wie heeft er studie-capaciteiten? Er is schreeuwend gebrek aan Christen-artsen, Christen-rechters, Christen-leraars, Christen-politici, Christen-journalisten, aan deskundigen in alle hoeken van de maatschappij, hier in het Westen, maar ook in onderontwikkelde gebieden. Deskundigen die God de Heere vrezen. Aan verplegers en verpleegsters die een verlossend woord kunnen spreken aan de eindeloos vele ziekbedden.
Of heb je maar drie, twee of één enkel talent? Dat maakt voor God geen verschil. Als dan dat éne talent maar niet verdonkeremaand wordt. Want God is geen harde heer. Hij eist geen tien talenten terug waar Hij er maar één gaf. Hij vraagt slechts dat wij dat éne talent dan productief maken. Want het is voor iemand met weinig gaven niet makkelijker maar moeilijker. Het kost je dan meer moeite om je taak goed te doen. }e hebt dan soms vaker met mislukkingen te kampen. Je hebt minder kansen in het leven. Je hebt ook minder te verantwoorden. Maar God vraagt je 0111 dat eenvoudige werk — in de wankel, in de huishouding, aan de lopende
band in de fabriek misschien — trouw te doen. En welke werkkring je ook hebt, altijd zijn er collega's, andere mensen, op wie jouw gedrag een blijvende indruk kan maken. Een vriendelijk winkelmeisje, een nooit vloekende arbeider, een serieuze scholier, een belangstellende collega op het kantoor — het valt op! Ook de gelegenheid om een voorbeeld te zijn kun je een talent noemen! Zo gezien krijgen de meeste mensen in hun leven in elk geval één groot en mooi talent: kinderen, om die op te voeden in de vreze des Heeren.
En Gods eigen gaven weer in Gods dienst besteden is op zichzelf al een onuitsprekelijke vreugde. Dan hoeft de eeuwige vreugde, die de goede en getrouwe dienstknecht wacht, hem niet eens aan te sporen. Maar God stelt ons ook dat nog in het vooruitzicht. „Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen!"
Wat onze rubriek betreft, nemen wij nu afscheid van jullie. We zijn heel dankbaar dat wij dit werk deze drie jaar hebben mogen doen. God geve dat het vrucht heeft gedragen.
C. Blenk
A. Blenk-van Zomeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 december 1967
Daniel | 16 Pagina's