5) Jahwe God der ganse aarde.
(12)
Aan het voorgaande moet worden toegevoegd dat de Heere onvergetelijk veel „meer" is dan een volksgod. Hij is de Schepper van het ganse heelal, de Almachtige. In liedvorm zingt Amos daarvan: „Want zie, Die de bergen formeert, en de wind schept, en de mens bekend maakt, wat zijn gedachte is, Die de dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen is zijn Naam." Even verder — in het 5e hfdst. — bewondert hij: „Die het Zevengesternte cn de Orion maakt, en de doodssehaduw in de morgenstond verandert, en de dag als de nacht verduistert; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op de aardbodem, HEERE is zijn Naam." De universaliteit (= de alomvattendheid, algemeenheid) blijkt vooral ook uit zijn heerschappij over de heidense volkeren, zoals we dat in het begin van Amos' geschrift getekend zien: Damascus, de Filistijnen, Tyrus, Edom, Ammon en Moab (de omringende volkeren, rond Israël), hun alle geldt het Woord van deze Jahwe.
Vonden we in Joël dat God dergelijke volkeren zal oordelen naar de mate e Bijbel waarin zij Israël hebben gekrenkt, een andere zijde van Gods verhouding tot de heidenen vinden we in Amos uitge-naar zijn drukt. God zal hen oordelen Wet, d.w.z. naar zijn eigen maatstaf zonder meer. En dan moeten we hier bij „Wet" niet denken aan de 10 geboden, maar meer aan Gods algemene wil aangaande goed en kwaad. Die volkeren wordt b.v. verweten dat zij wreed zijn geweest in de oorlog: zij hebben hun broeders met het zwaard vervolgd, de beenderen v& n Edoms koning tot kalk verbrand e.d. Hoewel de Heere zich niet zoals aan Israël met zijn „Tien Woorden" aan hun had geopenbaard, niettemin heeft Hij het recht als Schepper en Koning der aarde om hen voor hun onmenselijk gedrag te veroordelen en te straffen.
Het gericht.
De gerichtsaankondiging vormt de dreigende ondertoon van Amos' bestraffingen: „Zo schik u, o Israël, om uw Grod ie ontmoeten." Hij, Jahwe, zal verschijnen om wraak te oefenen over al het kwaad. In een aantal gezichten of visioenen, die de Heere Amos doet zien, wordt de ondergang van het volk voor Amos'
ogen geschilderd. Zoals we bij Joël ook zagen, wordt ook hier weer de Dag des Heeren aangekondigd (zie onder „Joël"). Merkwaardig genoeg was het volk ten tijde van Amos zo onbezorgd dat het zelfs met begeerte naar die Dag verlangde. Maar het was een vleselijk, dwaas en egoïstisch verlangen. Men dacht dat God hun in die Dag nog veel meer licht en levensruimte zou geven, en dat ze nog meer gelegenheid zouden krijgen om zich in de weelde te baden. Daar gaat Amos averechts tegenin: Wee dien, clie des Heeren Dag begeren! Waartoe toch zal u de Dag des Heeren zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht." Nee, geen noodlot zal zijn duistere kracht over het volk doen komen, maar de Heere zelf is de grote Werker van het gericht: De Heere zal brullen uit Sion" en „Ziet, Ik zal uw plaatsen drukken (= doen kraken), gelijk als een wagen drukt, die vol geladen is." Wel gebruikt de Heere daar middelen bij. Het „doen kraken" ziet waarschijnlijk op een aardbeving, en zeker wordt daarover in hfdst. 8 en 9 gesproken: Zou het land hierover niet beroerd worden beven)? " Dat zal gepaard gaan met „het ondergaan van de zon op de middag en het verduisteren van het land bij lichte dag." In die tijd zal er ook honger zijn die de Heere IIEERE zal zenden, maar „niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des Heeren. En zij zullen zwerven van zee tot zee.... om het Woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden." (8 : 11, 12).
Het meest typerend is wel de aankondiging van de politieke ondergang van het volk; de hele staat Israël zal vallen: De jonkvrouw Israëls is gevallen, zij zal niet weder opstaan." Profetisch ziet Amos de toekomst reeds als voltooid, zo zeker zal het Woord des Heeren voortgang hebben. De vijand zal het land veroveren en de hoogten vernielen; het volk zal grotendeels gedood worden en de overlevenden zullen in gevangenschap worden weggevoerd (5 : 27), waarbij de voornamen en rijken vooraan zullen lopen in de stoet van krijgsgevangenen. Deze politieke ondergang duidt niet op de Dag des Heeren, maar op de Ballingschap, waar we al vaker over spraken. De Assyriërs zijn de uitvoerders van dit gericht, maar zij zijn slechts instrumenten en dienaren in de hancl des Heeren. Hier geldt het ook: Zal er een kwaad zijn in de stad, datde Heere niet doet? " en: Gewis, de Heere zal geen ding doen, tenzij Hij zijn verborgenheid aan zijn knechten, de profeten, geopenbaard heeft" (Amos 3 : 6, 7). Velen zullen in die dagen hun doden beweeklagen: Op al uw straten zal rouwklage zijn. . . ., in alle wijngaarden zal rouwklage zijn, want Ik zal door het midden van u doorgaan." Dit laatste doet ons denken aan de verderfengel die de eerstgeborenen sloeg in Egypte. „Ik zal uw feesten in rouw, en al uw liederen in weeklage veranderen
Zoals joël ziet ook Amos door deze „tussentijdse" gerichtshandelingen heen naaide eindtijd, de Dag des Heeren, want in onmiddellijk verband met het voorgaande spreekt hij over de tekenen aan de hemel, zoals zonsverduistering. Hier valt moeilijk te scheiden tussen wat behoort tot de tussentijd en de eindtijd, maar zoveel is zeker, het gericht komt en zal tenslotte uitlopen op de grote Dag. En hoewel het gericht voor sommigen louterend zal werken — we zullen dat verderop bespreken —, het gericht zelf is onontkoombaar. Zelfs zij die ontkomen aan het zwaard en op de vlucht gaan, zullen het gericht niet ontlopen: „Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze vandaar halen en al klommen zij in de hemel, zo zal Ik ze vandaar ncderhalen. . . ., en al verborgen zij zich van voor Mijn ogen in de grond van de zee, zo zal Ik vandaar een slang gebieden, die zal ze bijten." (9).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1967
Daniel | 16 Pagina's