JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VARIA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VARIA

9 minuten leestijd

In het dagblad „Trouw" lazen wij enkele weken geleden een verheugend artikel. Hieruit volgen enkele passages:

Open brief

Een aantal hervormde predikanten heeft een open brief gestuurd aan ..predikanten, ouderlingen, diakenen en gemeenteleden van de Nederlandse Hervormde Kerk". In deze brief stellen de adressanten „enkele klemmende vragen" en zij doen dat „vanuit een groeiende ongerustheid over de geestelijke gesteldheid van c!e hervormde kerk en over de wijze, waarop zij in haar prediking, belijden en theologie, in haar apostolaire, diakonale en oecumenische activiteiten naar buiten treedt en haar plaats in de Nederlandse samenleving van de na-oorlogse jaren inneemt."

Boom zonder wortels

Wat de 24 adressanten in de na-oorlogse ontwikkeling tot een steeds benauwender vraag is geworden is deze: is een apostolaire kerk zonder levende gemeente niet gedoemd om te verdorren, als een boom zonder wortels (eerder had men opgemerkt dat karakteristiek voor de nieuwe struktuur van de hervormde kerk is, dat het verantwoordelijk-staan-in-de-wereld als wezenlijk voor de kerk wordt gezien)? Verder zeggen zij: het apostolair uitgaan in de wereld heeft het geestelijk leven in de kerk arm en schaars gemaakt, de prediking vervlakt en verschraald, het belijden verzwakt en ondermijnd.

Wereldse wijsheid

Briefschrijvers merken o.a. op dat „de kerkelijke leiders en woordvoerders de geloofstaal van de levende gemeente niet meer kunnen verstaan en daardoor bastaarden zijn geworden van hun eigen traditie; maar — wat nog erger is — in superieure hooghartigheid, die nergens op berust d.an op „wereldse wijsheid", brandmerken zij het geloof der gemeente als fundamentalistisch, piëtistisch, achterlijk, romantisch, niet-modern! En daarmee berooft men de gemeente van haar kroon, haar geestelijk gezag "

Centrale vraag

Zo worden we, aldus briefschrijvers in het laatste gedeelte van hun stuk, door

dit alles teruggevoerd „tot die ene centrale vraag, die altijd weer opnieuw beslissend is voor het bestaan en voortbestaan der Kerk: de vraag naar de rechte, bijbelse prediking. Naar ons besef schort het daaraan; niet alleen vandaag, niet alleen sinds de laatste wereldoorlog, maar al sinds vele tientallen jaren. Hier ligt een oude en diepe schuld als een diepe ban op de hervormde kerk, met name ook tegenover het „volk Gods", dat in Afscheiding en Doleantie, maar ook in kleinere kerken, groepen en kringen de historische volkskerk verlaten heeft, om toch ergens een geestelijk dak te vinden, waaronder het met de troost en tucht van het levende Woord Gods kon leven".

Heimwee

Ik citeerde enkele gedeelte uit dit krantenartikel om deze dingen onder de aandacht van onze lezers te brengen. Wij zijn blij met deze geluiden. Ze raken ook ons. Deze dingen worden dan toch maar gezegd binnen de Kerk van onze Vaderen! Kan dat onder ons?

Ledeboer heeft altijd heimwee gekend naar deze Kerk. Ik citeer nu ds. A. Vergunst in de Rotterdamse Kerkbode van 24 februari j.1.: „Hij (Ledeboer red.) was nimmer los van haar. Nimmer heeft hij haar als de „valse kerk" bestempeld, zoals in de Gereform. Kerken en in de Chr. Geref. Kerken veelal geschiedde. En iets van dit „heimwee" is in de kring van onze gemeenten gebleven. Ik geloof dat dat er blijven moet. Ons uitzien moet zijn naar de dag dat „God ons haar wedergeeft" (Ledeboer). Als dat er niet meer is raken we met de „eigen kerk" zo tevreden dat we helemaal vergeten „noodbehuizing" te zijn. Dan willen we nooit meer uit de „noodwoning". Wij, die buiten de N.H. Kerk leven, maar niet los van haar mogen leven, zouden de strijd van hen, die worstelen binnen de Hervormde Kerk om het goed recht van de Gereformeerde Belijdenis veel meer moeten meestrijden." Volgens ds. Vergunst moeten deze mensen zich gesterkt weten door „zovelen die de Gereformeerde leer liefhebben" en moeten ze er niet uitgaan „als ze niet uitgeworpen worden."

Naar ons hart

In dit artikel wijst ds. Vergunst op diegenen die lichtvaardig de Gereform. Gemeenten verlaten en naar de N.H. Kerk overgaan. Hij zegt: „Aan hen behoeven we geen aandacht te geven in dit ver-

band, omdat hun laster over de door hen verlaten gemeenten ook wel aantoont, wat hen bewoog en hun onbewogenheid over de kerk zelf hen veroordeelt." Nee, gaat hij verder, „veel meer moeten we bezig zijn met hen, die niet lichtvaardig van het een naar het ander vliegen, maar die iets beseffen van de deerniswaardige toestand niet slechts van de Ned. Herv. Kerk, maar van de Kerk der Hervorming in Nederland, die, zo droevig verscheurd zijnde, ons dag noch nacht rust zou mogen laten."

Wanneer ds. daarna beschrijft hoe er zijn die arbeiden om de Gereformeerde Waarheid te verbreiden en te verdedigen in het midden van de Ned. Herv. (Ger.) Kerk vervolgt hij: „Ziet, dat is naar ons hart. Die strijd moet niet alleen binnen, maar ook buiten de Hervormde Kerk gestreden. Als „Ledeboeriaan" blijf ik dan uitzien, hopend, biddend. Maar ook middelen zoekend. En daar ligt een taak te wachten. Een grootse, die meer en meer dringt, juist voor deze tijd."

En wij?

Voelt u het verband tussen deze twee artikelen? De strijd, waarvan in net eerste artikel sprake is, is toch ook onze strijd? Of niet? En het heimwee van Ledeboer ook ons heimwee? Of niet? Voelen we ons thuis in onze noodwoning? Of hebben wij (met ds. Vergunst) „deze Kerk lief en zijn wij nooit los van haar? "

Op het hellend vlak

De verwildering op zedelijk gebied neemt schrikbarende vormen aan. Op de televisie verscheen enkele weken geleden een naakte dame en op een tentoonstelling van schilderijen kleedde een „kunstenaar" zich uit en liet zich daarna door een Japanse schilderes bekladden. Afschuwelijk. Waar gaat dat heen? Incidenteel komen er in de pers protesten voor tegen het zedelijk verval.

De krant

Tegen de bovengenoemde t.v.-uitzending heeft ir. Van Dis geprotesteerd in de Tweede Kamer. „Trouw" heeft dat protest belachelijk weergegeven. „De Wekker" schrijft het volgende:

„De wijze, waarop van dit protest melding werd gemaakt was beneden peil van de christennaam. Journalistiek is een ver-

antwoordelijke zaak. De ethiek van de journalist raakt niet alleen wat hij schrijft, maar ook wat hij niet schrijft; heeft ook betrekking op wat hij vermeldt en weglaat; zelfs op de koppen en de opmaak.

Het is dan ook reeds zover gekomen dat in diverse kringen de krant, die als christelijk moest doorgaan, is opgezegd en verwisseld voor een neutrale krant, waarvan men tenslotte weet wat men er aan heeft. De maandagochtendnummers van welke krant verschillen toch haast niets meer van elkaar. Sport op zondag wordt door ieder „zich respecterende" krant verslagen. Het is natuurlijk de vraag of het de juiste methode is dit te doen en uit te gaan van de gedachte: liever te maken met een duivel op klompen dan op pantoffels. Helaas het gebeurt. Sommigen zeggen: uit overtuiging."

Instemming

In „De Banier" van 16 nov. j.1. valt een rooms-katholiek ir. Van Dis bij: „Als lid van de rooms katholieke kerk moet ik helaas konstateren, dat U de enige roeper in de woestijn bent aangaande deze hoogst belangrijke onderwerpen. Men laat inderdaad alles maar toe. Een hondje wat niet voorzien is van goede vaccinatiepapieren wordt de toegang tot ons land ontzegd. Als het om de geestelijke volksgezondheid gaat, mag alles in de vorm van pornografische lektuur en immorele films met scheepsladingen hier ons land binnenkomen om het volk nog dieper in het verderf te storten. (...) We leven wel in een mooi landje, men schreeuwt om Gods wraak in de vorm van atoombommen of dergelijke afstraffingen en de overheid is bang om maatregelen te nemen."

Aktie

Moeten we nu maar afwachten? En zeggen: het gaat naar de grote afval toe. Ds. J. H. V. vervolgt in zijn reeds bovengenoemd artikel in „De Wekker": „Er moet een daad gesteld worden. Is het niet mogelijk dat predikanten en vooraanstaande kerkleden uit verschillende kerken samen deze zaak bespreken? Bestaat de mogelijkheid niet een voorlichtingsorgaan in het leven te roepen om het kerkvolk op de hoogte te brengen? De vragen leven bij meerdere mensen. Binnen zowel als buiten onze kerken wordt met de gedachte aan een aktie gespeeld. Men neemt het niet langer en wil zich positief opstellen. De aktie voor een nieuwe christelijke omroep is één van de uitingen van het groeiende onbehagen onder een deel van de christenheid van ons land. Het is duidelijk dat we elkaar nodig hebben. Zou juist deze geestelijke, in feite ongeestelijke situatie, christenen, die geestelijk één zijn, uit verschillende kerken niet dichter bij elkaar kunnen brengen om tegenover de gesignaleerde afval een front te vormen? Nog is het tijd, al vragen we ons af: hoe lang nog? "

De kracht van de Geest nodig

Ds. A. V. schrijft in het Geref. Weekblad van 18 nov. j.1. o.a. ook over de vervlakking op zedelijk gebied en roept op tot een nieuwe reformatie, in de zin van een geestelijk reveil:

„Wanneer we zien op de zedelijke verwildering van onze dagen die zich op verschillende manier openbaart, wanneer we zien hoe tegenwoordig openlijk zonden bedreven worden waar men zich vroeger voor schaamde, wanneer we erop letten dat er ook van de kerk bijna geen waarschuwende vinger meer opgestoken wordt en geen roepstem tot bekering meer doorklinkt, terwijl er bijna geen onderscheid meer is tussen kerk en wereld, dan zullen we te meer verstaan hoezeer de kerk van onze tijd reformatie dringend nodig heeft, hoe de wind van de Heilige Geest over het erf van de kerk moet waaien, hoe het licht van Gods Woord over ons hart en ons leven moet schijnen opdat we de zonde en schuld, onze nood en ellende recht leren zien en kennen en wij de genade leren zoeken van de Heere Jezus Christus. 450 jaar na de reformatie mogen we de Heere wel smeken om de vernieuwende en verlichtende kracht des Geestes die in de jaren na 1517 openbaar is gekomen. Want de reformatie riep terug tot het licht van Gods Woord, tot de wet en de getuigenis."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1967

Daniel | 16 Pagina's

VARIA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 december 1967

Daniel | 16 Pagina's