Gods Woord blijft
„Want alle vlees is als gras en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is in der eeuwigheid. En dit is het Woord, maar het Woord des Ileeren blijft verdord en zijn bloem is afgevallen, dat onder u verkondigd is." (1 Petrus 1 : 24).
Petrus gewaagt hier van de grote waarde van het Woord van God. God brengt de dingen tot stand enkel door te spreken. Zijn Woord is maar geen ledige klank, maar een almachtige kracht. Zo heeft hij door te spreken de hemel en de aarde uit het niet voortgebracht. Maar zo heeft Hij ook door de almachtige kracht van Zijn Geest en Woord de gelovigen wedergeboren tot een levende hoop. Petrus herinnert ze er aan dat zij wedergeboren zijn door het onvergankelijke zaad van het Woord Gods. Om de onveranderlijkheid van het Woord Gods te bevestigen wijst de apostel op een bekende uitspraak van de Schrift uit Jesaja 40 : 6.
Tegenover de vastheid van het Woord Gods staat de vergankelijkheid van alle vlees. „Vlees". Het is de samenvatting van een gevallen mensheid. De gevallen mens is „vlees". Het is een woord dat de krachteloosheid en broosheid niet alleen, maar vooral ook de boosheid en \ erdorvenheid van de mens aanwijst. Van dat „vlees" zegt Petrus: „Alle vlees is als gras". Het is voorbijgaand en broos. Zodra de droge „sirocco" wind in mei komt verdort in het Oosten het gras en wordt tot niet.
„En alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras." Alle menselijke eer, rijkdom, wijsheid en schoonheid, zij is niet meer als een bloem, nu nog bloeiend en schitterend, maar terstond daarop geknakt en van haar schoonheid ontdaan.
Dit is de tekening, die de Bijbel geeft van de mens en van al zijn heerlijkheid. „Het gras is verdord en zijn bloem is afgevallen." Zo gaat het met alle vlees. De zaden des verderfs zijn in alles wat van de mens komt. Hoe schoon het er ook uitziet, het is als gras en een bloem des velds. Het is alles sterfelijk en vergankelijk. De vloek Gods rust er op. Na de lente komt de herfst. Na de geboorte komt de dood. Na de vreugde komt de smart. Na de jonkheid de ouderdom. Na zestig of zeventig jaar gezwoegd, geweend, gehoopt en verlangd te hebben keert het „vlees" tot de aarde weer. Koninkrijken komen en gaan. Geslachten groeien en gaan ten onder. „IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid", zo roept de Prediker. Waarlijk alle vlees is als gras en al de heerlijkheid des mensen als een bloem des velds. Geboren om te sterven en .... daarna het oordeel.
Ja wij vinden, waar we staren niets bestendigs hier beneên. Had de bijbel nu geen andere boodschap, liet zou ons brengen tot de leer der stoïcijnen: „Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij." Somberder en donkerder kan het immers niet dan Petrus het hier afschildert. Petrus is echter nog maar aan het begin van zijn boodschap. Deze donkere achtergrond dient slechts om de parel van zijn boodschap te laten schitteren. Er volgt Gode zij dank een.. „Maar het Woord des Ileeren blijft in der eeuwigheid."
Tegenover alles wat vergaat en verandert staat de onveranderlijkheid van het Woord des Ileeren. Met „het Woord des Ileeren" zo wil de kanttekening, moeten we hier vooral verstaan het evangelie. Zo luidt immers de kanttekening: „Namelijk het evangelie, waarvan Jesaja in die plaats profeteert." De boodschap van de strijd, die vervuld en de ongerechtigheid, die verzoend is.
Het Woord van Zijn belofte en genade behoudt altijd zijn waarheid en kracht, Dat Woord wordt nooit herroepen of verijdeld. Daarop kon Juda en Jeruzalem zich verlaten in de dagen van Jesaja, maar mag ook nu de kerk des Ileeren zich verlaten. Het is betrouwbaar en zeker. Het is even onwankelbaar als God Zelf.
Het Woord des Heeren „blijft". Het zal blijven, hoe machtig ook het ongeloof zij, en hoe heftig de hel ook mag woeden. De bedreigingen van dat Woord blijven en worden vervuld aan de ongehoorzame, maar ook de beloften van dat Woord blijven en worden vervuld aan Zijn gemeente. Er zal een kerk van uitverkorenen worden bijeenvergaderd. Zijn Naam zal worden voortgeplant van kind tot kind en van geslacht tot geslacht. Het Woord Gods blijft en kan niet gebroken worden.
De apostel besluit dan „En dit is het Woord, dat onder u verkondigd is." Het Woord van vloek en zegen, schuld en genade was onder hen verkondigd. En zo het onder hen verkondigd was, was het eeuwig waar en betrouwbaar. Dit mag ook van u gezegd. Het Woord der verzoening is onder u verkondigd. En zo het onder u verkondigd is, is het een getrouw en blijvend Woord, alle aanneming waardig.
Hoe noodzakelijk is het dan toch om onder de heerschappij en autoriteit van dat Woord te buigen. We moeten dat eeuwig blijvende Woord aanvaarden als het Woord Gods. Er moet gebogen onder de vloek en de bedreiging van dat Woord. „Ik ben die man", zo moet daarop uw antwoord zijn. Maar er moet ook gebogen onder de belofte en genade van dat Woord en gezegd: Zie Heere hier ben ik met mijn vloek en schuld, doch ik weet niets anders dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Er moet een amen des geloofs volgen op de boodschap Gods. Want het Woord des Ilceren blijft.
Het blijft in ons leven liggen. God komt er eenmaal op terug. Ze blijven liggen de vermaningen en bedreigingen, maar vooral ook de beloften en nodigingen, waardoor God Zelf ons heeft gebeden: „Laat u toch met Mij verzoenen."
De bijbel is geen vrijblijvende boodschap. Iiet is geen geschiedenisboek of boek van wetenschap, maar Gods boodschap aan een gevallen mensheid met Zijn ultimatum van geloof en bekering. Wat er ook veranderen moge: het Woord des Ileeren blijft in der eeuwigheid!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 1967
Daniel | 16 Pagina's