Zending in Nigeria.
Alleen door Woord en Geest
Wij kunnen het ons moeilijk voorstellen hoe diep het geloof in de juju's ingeworteld zit. Het is al een heel ding als de mensen hun afgoden verbranden. Dan is er een uitwendige bekering tot stand gekomen. Maar hoe staan de zaken inwendig? Zijn de afgoden ook uit het hart verbannen?
Elia dacht dat er een grote ommekeer had plaats gevonden, toen het volk bij de Kannel riep: , , De Heere is God, de Heere is God!" Maar het gevolg ervan was, dat de profeet vluchtte en aan God zijn nood klaagde, toen hij uitsprak: „Ik ben maar alleen overgebleven." Waar waren dan die roepers van „de Heere is God? "
Door een sprekende consciëntie kan er al veel gebeuren. Dan kunnen wij best de juju wegwerpen, maar de begeerten in het hart kunnen zo lang in leven blijven. Het is er mee als met het lezen van slechte boeken. Op zekere dag kunnen wij die wegwerpen en verbranden desnoods, maar de begeerten, die door het lezen van deze lektuur zijn gewekt, zijn niet zomaar uit te bannen. Daar moet iets anders aan te pas komen. Het zal alleen kunnen door het bloed en cle Geest van Christus. Vaak volgt er dan een weg van lijden.
Zo is ook de angst voor de boze geesten niet zomaar weg te praten. En het geloof in deze geesten heeft diepe wortels. Het kan zijn dat het een tijdlang goed gaat; dat men denkt het gewonnen te hebben en dat de ware ommekeer heeft plaats gevonden. Maar zodra een erge ziekte zich openbaart en cle dood aan de deur ligt, worden vele van deze mensen weer bevreesd voor cle boze geesten, die dit kwaad doen komen. Zij denken dan toch in het binnenste van hun ziel, dat ze cle een of andere boze geest hebben vertoornd. In het geheim gaat men dan weer voor zo'n geest offers brengen.
Zo kan het gebeuren dat mensen, die de kerkdiensten bezoeken, toch noch amuletten dragen om tegen onheilen beschermd te zijn. De roomse missie spreekt deze mensen gauwer aan dan de zending van de protestanten. De amuletten worden dan vervangen door kruisjes en het is een eer om die te dragen bij de roomse godsdienst.
Alleen kennelijke genezing, door tussenkomst van God, kan maken dat men alleen op Hem gaat vertrouwen. Daarom is het van zo'n grote waarde als de Heere genezing en redding van de dood schenkt, waar geen ander middel meer gevonden kon worden dan het gebed. Als de mensen zo ver zijn, dat alleen de medicijnen door God gezegend worden; als zij dat werkelijk ondervinden, dan is er veel kans dat zij ook beseffen, dat een juju geen kracht heeft en dat alle dingen alleen van God komen. Dan kan het ook zó worden, dat deze mensen aan hun zonden, als dodelijke kwalen voor God, worden ontdekt. Alleen cle kracht van de Heilige Geest kan een mens zaligmakend overtuigen. De zonden van het Igedde-volk zijn groot. Hoe moet dat volk gebracht worden tot de gehoorzaamheid van Christus?
Het spreekt vanzelf, dat het voorbeeld
van dc zendeling een prediking moet zijn. Door onze wandel moeten onze naasten gewonnen worden. Dat geldt overal, maar wel zeer zeker op liet zendingsveld. Nu is het echter zo, dat een zendeling in de ogen van de inlanders veel rijker is dan zij en hun stamgenoten. De zendelingen hebben gemakkelijk praten, denken zij. Die kunnen zonder juju en zonder angst voor boze geesten leven; zij hebben nergens gebrek aan. Toch, al zouden ze dat denken en zeggen, moet het leven van een zendeling een voorbeeldig leven zijn, een leven aan God gewijd. Daardoor kunnen mensen getrokken worden.
Maar het voornaamste middel, dat de Heere Zelf heeft ingesteld, is de prediking van het Woord. De apostel zegt hiervan: „Predik het Woord, houd aan, tijdig en ontijdig; wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer."
Wij kunnen twijfelen aan het nut van de prediking, maar de Heere twijfelt er nooit aan. Het Woord zal doen hetgeen Hem behaagt. De profeet kan moedeloos uitroepen: Wie heeft onze prediking geloofd? Maar de uitkomst is niet voor ons; wij zijn slechts de zaaiers.
IIet gepredikte Woord kan de Heere krachtig en levend maken door de Heilige Geest. Als er alleen woorden worden gesproken, zwak en zonder overtuiging, zal er weinig van uit gaan, maar als de Geest des Heeren gaat werken, dan worden alle hoogten terneder geworpen en de verstoktste afgodendienaar geveld. Dan wordt de uitroep gehoord: „Mannen, broeders, wat moeten wij doen om zalig te worden? "
Dan worden deze zondaren uitgedreven tot Christus en Zijn kostelijk bloed. En dat bloed zal ook de zonden van zwarten afwassen, want bij de Heere is vergeving, opdat Hij gevreesd wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1967
Daniel | 16 Pagina's