Dankdag voor het gewas.
Mijn overdenking van Ilem zal zoet zijn, ik zal mij in de Heere verblijden. (Ps. 104 : 34).
Het is ook in deze psalm de toon die de muziek aangeeft. Davids geloofsoog ziet in de heerlijke schepping de grote werken des Ileeren. Gods hand heeft dat alles gemaakt. Hij is de grote Schepper aller dingen! Gods kinderen zien in het rijk der natuur de schepping zo geheel anders dan de wereldling. Die kan er over in verbazing raken maar zijn natuurlijk oog is gesloten voor Hem die het alles voortbracht op het woord Zijner kracht.
David wordt door de heerlijkheid van die schepping tot God gebracht. Mijn overdenking van Hem zal zoet zijn. Wat is het een weldaad de goedertierenheden des Ileeren te overdenken. David zoekt het niet in de materie en blijft er niet in hangen. De Heere alleen! Hij spreekt met aandacht en ontzag van Zijn wonderen nacht en dag.
In het ware overdenken van de Ileere ligt zulk een zoetigheid dat Gods kinderen die voor geen tien werelden met al haar begeerlijkheden zouden willen ruilen.
Wat is het dan een schuldige, zondige vergeetachtigheid om de Weldoener te vergeten. Het ware danken en overdenken van de bewezen weldaden die de Ileere ons ook in het afgelopen jaarseizoen schonk mogen we niet vergeten. Dat is liefdeloos.
Toch zijn er duizenden die schuldig staan tegenover God de Gever, Die maar niet ophoudt met wel te doen aan zondaren die doorgaan met te zondigen. Wat is dat beschamend.
Het goede dat wij deden vergeten wij niet. Als we een arm mens die in nood zit honderd gulden geven moet soms iedereen het weten. En dan vergeten wij wat wij voor duizenden, ja niet te tellen weldaden hebben ontvangen en genoten.
Het is toch zo in de praktijk dat wij de weldaden in het zand schrijven en de tegenheden, moeite en teleurstellingen in het marmer. Wanneer de Heilige Geest in het hart van de zondaar dc overdenkingen werkt is dc vrucht daarvan: Ik zal mij in de Heere verblijden. Dat is onlosmakelijk verbonden aan dat ware overdenken. Dat wordt voor al degenen die God vergaten en verlieten een groot wonder. De bede wordt dan: En gij mijn ziel loof gij Hem boven al. De innerlijke zielsbehoefte wordt dan: Och of nu al wat in mij is Hem prees, om in des Ileeren huis Zijn weldadigheden te overdenken, waarin dan bevestigd wordt: IIoe zoet zijn mij Uw redenen geweest.
Dan is er vreugde in God. Een gezegde luidt: Een kinderhand is gauw gevuld. Mochten we kind zijn op dankdag om in kinderlijke blijdschap de grote zegeningen — van de Heere ontvangen — te overdenken. Omdat wij helaas die kindergestalte missen is er meer ontevredenheid - en geen verblijden in de Weldoener. Dat is voor Gods volk een oprechte smart. Het goede dat ik wil doe ik niet maar het kwade dat ik niet wil dat doe ik. Daarom hebben ze de dankende en biddende Hogepriester Jezus Christus nodig. In het achter ons liggende jaarseizoen waren er bergen van zegeningen en weldaden maar ook bergen van persoonlijke, huiselijke, ambtelijke en nationale zonden. Daar tussen in ligt het wonder. Dat werd voor de godvruchtige dichter ook het wonder. Voor u ook? Dan is het dankdag in de ware zin van het woord. Mochten wij het leren verstaan door de bediening van de Heilige Geest; om dan goed van God en slecht van zichzelf te spreken.
Dan mogen ondankbare schepselen dankdag houden in Hem Die het zo eeuwig waardig is en Die de lof, eer en aanbidding toekomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 1967
Daniel | 16 Pagina's