JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Luther’s vraag nú!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther’s vraag nú!

8 minuten leestijd

Wij5 jongeren

Luiker en de moderne mens.

Is Luthers levensvraag nog actueel? Daarover wordt nog al eens gesproken. Vooral nu we herdenken dat de Reformatie van Luther 450 jaar geleden begon. Heeft Luther niet eerst geworsteld met de grote vraag: „Hoe krijg ik een genadig God? " Aan die bange strijd van hem denken we dus ook terug. Maar is dat probleem tóen ook nu nog actueel? Is dat nu nog ons probleem? Ds. G. Lugtigheid schreef onlangs van niet. „Onze gereformeerde jongeren, " zegt hij, „worstelen veel meer met de vraag: bestaat er wel een God? " Nu, deze predikant zal best weten wat er onder de jongeren in zijn kerk leeft.De vraag is alleen; hoe moeten we hierover denken? Daarom willen wij in „Daniël" hier eens op ingaan. We waren in onze rubriek nog wel bezig met de eredienst, maar dat laten we deze keer dan even rusten. Het onderwerp staat er trouwens niet ver van af.

Wij zullen het zelf ook wel tegengekomen zijn: in de kranten, in boeken, in gesprekken, misschien wel in ons eigen hart. De moderne mens vraagt niet: hoe krijg ik een genadig God? Maar: waar is God? Is er wel een God? Misschien zegt iemand nu: maar mag je dat ooit wel betwijfelen? is dat niet erg? natuurlijk gaat het in ons leven om de vraag van Luther; die andere vraag is toch eigenlijk goddeloos. En inderdaad, gelukkig weten wij in onze kringen nog hoe diep de vraag van Luther gaat. Maar als iemand nu toch die vraag van Luther niet meer aanvoelt en die vraag van de moderne mens in zich voelt opkomen? Dan kunnen we wel zeggen: dat mag niet. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. En daarom willen we er toch op ingaan. De Ileere Jezus zocht de zondaars ook op tot in het diepste van hun nood. En daar begon Hij Zijn zalig-makend werk.

De moderne mens en God.

Waarom komt die vraag op: is God er wel? Waar is Hij dan? Wie de Heere vreest kan — dachten wij — die vraag best begrijpen. Klaagt Job niet: Ga ik voorwaarts, zo is Hij daar niet, of achterwaarts, zo bemerk ik Hem niet? Het verschil is alleen, dat dit een kind van God onuitsprekelijk verdrietig maakt. Want Hij heeft God juist lief en daarom is God missen zo erg. Maar iemand die God nooit echt heeft leren kennen kan ook ervaren dat God Zich ver houdt. Zij bidden bij ziekte om genezing, in eenzaamheid om liefde, zij schreeuwen in oorlogstijd om redding, maar de hemel zwijgt. De ziekte zet door, de mensen laten je alleen, de bombardementen worden heviger. En dan. . .. dan komt de twijfel: is er wel een God? Is het wel waar wat ons vroeger verteld is over een God Die ons

altijd hoort? Waarom grijpt Hij dan niet in?

Maar behalve het menselijk leed is daar ook het hele moderne levensgevoel. Wijzelf hebben eens een gesprek gehad met een paar „provo's", die in alle ernst wilden horen wat een Christen in deze wereld te zeggen heeft. En zelf kwamen zij met hun kritiek en hun vragen eerlijk voor de dag. (Zoals je op de foto ook ziet). Vroeger geloofde iedereen in een God Die alles geschapen heeft en nog dagelijks onderhoudt. Maar wat de wetenschap leert over het ontstaan van deze wereld en wat dc techniek presteert in deze tijd maakt het zo twijfelachtig wat de kerk en de Bijbel zeggen over God. En die twijfel sloopt ons denken over Ilem. Dan komt de vraag van lai ther ons verouderd voor.

Maar toch, o mens, wordt nu eens stil. Wie gaf ons het verstand waarmee wij wetenschap en techniek bedrijven? Wijzelf in elk geval niet. Dat kan ons al bescheidenheid leren. Die bescheidenheid kenmerkt ook de echte wetenschapsmensen! En, mens in nood, wie zegt dat God verplicht is om al onze wensen te vervullen? Moet de God van hemel en aarde nu alleen maar naar óns luisteren? Mag Hij niet vragen dat wij eerst eens naar Hem luisteren? Is Hij er voor ons, or zijn wij er voor Hem? En zeg eens, is dat onze begeerte, om voor Hem te leven? Ook als Hij ons niet alles geeft wat we graag wilden? En kijk eens terug in je leven: bleek het elke dag opnieuw uit ons doen en laten dat wij er voor Hem zijn? Wie durft hier ja op te zeggen? Heeft God dan niet veel meer recht om vertoornd en bedroefd tc zijn over ons? Kijk, en dat heeft Luther begrepen! En nu wilde hij zo hartstochtelijk graag dat die God toch niet altijd toornig op hem bleef, maar Zijn vriendelijk Aangezicht liet zien. Daarom was zijn vraag: hoe krijg ik een genadig God?

Die vraag van Luther gaat veel meer op de werkelijkheid in. Want met de raag „waar is God? " lopen we met een grote boog om onszelf heen! Dan laten e de mogelijkheid buiten beschouwing dat het ook wel eens aan ons kan liggen dat wij Hem niet zien. Dat wij Hem niet willen zien zoals Hij is; en aar Hij woont. Hij woont maar op twee plaatsen: in liet Verhevene — en ij verbroken harten. En wie Hem zó zoekt, vindt Hem zéker. En daartoe oept Zijn Woord ons ook op! En dat Woord wijst ons op Christus, die goddelozen bij God terugbrengt.

Uit een discussie.

We kunnen het niet laten om jullie in dit verband attent te maken op een beroemd geworden briefwisseling tussen twee Hervormde predikanten over deze dingen: dr. Berkhof en ds. Boer. Ds. Boer, die intussen voorzitter is geworden van de Gereformeerde Bond, brengt hierin zijn reformatorische overtuiging naar voren, terwijl dr. Berkhof (nu professor) het standpunt van de zgn. „midden-orthodoxie" in de Hervormde kerk vertegenwoordigt. Uit deze openbare

briefwisseling wilden we nu enkele sprekende gedeelten citeren.

Dr. Berkhof schrijft dan: „Wij die in uw oog verwaterd zijn, zijn moderne mensen, die door het geseculariseerde (ontkerstende) denken van West-Europa zijn gepakt, en vaak ook geschonden. Wij beroemen ons waarachtig niet op deze moderniteit. Vaak kijken we met weemoed en jaloezie naar de eenvoudige belijdenisgetrouwe gemeenteleden. Wij zijn aan en over de rand van het ongeloof geweest. Dat heeft de lectuur van Hegel of Schopenhauer gedaan, van Freud of Nietsche, van Marsman of Sartre, of misschien alleen maar het klimaat waarin heel het moderne intellectuele leven is gedrenkt en dat door alle kieren ons bestaan binnendringt. Wanneer wij in dit alles „ter aarde geworpen, doch niet verloren" mogen heten, dan danken wij dat aan het Woord van God dat in zijn hoogheid en vreemdheid juist zeer nabij ons bleek te zijn in onze aanvechtingen cn zich hèt Antwoord betoonde op de vragen die ons bezighielden. Iioe wij dat ontdekten? Dat was genade, dat was het werk van de Heilige Geest. Maar Hij gebruikte mensen om ons naar die ontdekking toe te leiden, mensen die zelf onze aanvechtingen kenden en nog veel dieper hadden doorleden, maar die het geloof hadden behouden of gevonden. Ik noem enkele namen: Pascal, Kierlcegaard, Gunning, Chesterton, Sjestow, Barth, Brunner, Niebulir, Thielecke, enz. U ziet: de klassiek gereformeerde belijdenis heeft die functie in ons leven niet gehad. Dat kon ook niet. De vraag waarop zij antwoord geeft, is: Hoe krijg ik een genadig God? Onze aanvechtingen gaan om de vraag: „Is er een God? " Ds. Boer antwoord hierop dan: „U bent door de aanvechtingen van deze tijd heengegaan en geschonden. Dat verstaan sommigen van ons ook zeer goed. Anderen zijn voor deze crisis bewaard gebleven cn ik acht dit een voorrecht, omdat dit alleen maar oponthoud is om te geraken tot een veel diepere crisis, die ieder mens nodig heeft. U bent langs de weg gekomen: Is er wel een God? Daarbij noemt u allerlei mensen, die u dc weg gewezen hebben. Dat alles maakt stil en vervult met eerbied Maar velen van ons zijn door veel verschrikkelijker dingen doorgegaan. Immers de vraag: Ts er wel een God, en het antwoord, dat daar op komt, baant de weg tot de vraag: Wie is deze God? Hoe leer ik Hem kennen? Iioe komt ik met Hem in het reine? Waar u eindigt, begint het pas. Immers dieper dan de aangevretenheid van de moderne mens in deze cultuurfase, gaat de ontdekking van de Heilige Geest, wanneer wij gesteld worden in de ontmoeting met de levende God, die ons verbrandt in onze problemen en aanvechtingen, en de grondvraag aan de orde stelt, n.1. onze schuld. Hier komen de volle tonen van zonde en genade tot ontplooiing. Wie voor God staat, blijft alleen de schreeuw om genade over. Wij staan daar niet als mensen van de twintigste eeuw, maar als goddelozen en vijanden. Wie van ons in dat gericht betrokken werd, weet, dat hij daar nooit uit gekomen was, wanneer zich niet een ander had gemeld, n.1. onze Heere Jezus Christus, die zich om ons in dat gericht heeft gesteld. Daarom hebben wij Hem onuitsprekelijk lief. Hij is het antwoord op onze meeste indringende vraag: Hoe krijg ik een genadig God? "

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1967

Daniel | 16 Pagina's

Luther’s vraag nú!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1967

Daniel | 16 Pagina's