Levensgeluk en levensaanvaarding
2
Op de laatst gehouden Bonsdag waren we allen als leden van een van onze verenigingen bij elkaar. Dat lid-zijn hadden we gemeenschappelijk. In zekere zin waren we bekenden van elkaar. In het woord bekende zit het werkwoord kennen. We weten wat van elkaar af. Maar dat kan veel en weinig zijn. Je kunt elkaar oppervlakkig kennen, je kunt een kennis van iemand zijn of je kunt echt met iemand bevriend zijn. Zo kent U de een van gezicht, de ander van naam en bij een derde weet U iets meer van de persoonlijke omstandigheden af.
Zo heeft ieder haar eigen leven. We hebben allemaal onze achtergrond, die blijdschap en verdriet inhoudt, verwachting en teleurstelling, hoop en angst voor de toekomst. En daarvan weet een ander meer of minder af. Sommige mensen zijn erg open en praten makkelijk over de dingen uit hun eigen leven. Anderen zijn meer gesloten en houden veel voor zichzelf, hoewel ze er soms naar kunnen snakken
eens een persoonlijk gesprek met iemand te hebben. Maar het weerhoudt ons vaak, omdat we het gevoel hebben dat een ander ons niet zal begrijpen, omdat hij of zij het naar onze mening veel makkelij keiheeft in het leven.
Maar vergis U niet daarin. We weten vaak zo bitter weinig van de ander af en blijven op een vrolijke of stoere buitenkant steken, terwijl we er geen idee van hebben wat daarachter schuilt. Er is geen roos zonder doorn, geen mensenleven zonder verdriet en geen gezin zonder zorgen. Dat zien we ook telkens weer in de Bijbel. Zo heeft ds. Schipaanboord het 's morgens gehad over het gezinsleven van Izaak en Rebekka. Twee mensen met twee zoons en verder veel bezit: rijk. Voor de buitenwereld een gelukkig gezin. Maar wat ging er al niet achter schuil? Eerst een tijd kinderloos. En toon er eindelijk een tweeling kwam hield vader meer van do een en moeder van de ander. De strijd tussen de jongens om het eerstgeboorterecht. De blindheid van Izaak en het bedrogen worden door zijn kind, waarbij zijn vrouw nog meehielp.
Dit is zomaar één voorbeeld. En zo is het nu vaak bij U en bij mij: onvervulde wensen en verlangens, een levensloop misschien, die we zelf nooit voor mogelijk hadden gehouden, zeker niet voor onszelf.
Maar kan een mens dan nog wel gelukkig zijn? Wat is geluk eigenlijk? Ik zou willen zeggen dat een gelukkig mens in innerlijke harmonie leeft met zichzelf en met zijn omgeving, terwijl het diepste geluk ligt in de innerlijke harmonie met God; de verzoening van onze zonden door het bloed van de Heere Jezus, waardoor we God werkelijk kunnen ontmoeten. Maar hierover later nog iets. Nu beperken we ons tot het geluk in het gewone aardse leven. Levensgeluk wil zeggen dat men in innerlijke harmonie leeft met dat wat het leven geeft, met dat wat het leven inhoudt; het eens zijn met wat U hebt bereikt, met wat U doet, met wat U geeft, met wat U krijgt, met de situatie waarin U leeft. En dat gaat niet vanzelf, omdat er in ieders leven dingen zijn of nog komen, die we niet gewenst hebben. Toch kunnen we dan gelukkig zijn. Het gaat er bij gelukkig zijn niet om veel of weinig voorspoed te hebben. Het gelukkig zijn wordt gevonden in de houding die we tegenover het leven aannemen: onze houding tegenover gewenste en ongewenste omstandigheden. Dan is daar allereerst de dankbaarheid voor het gewenste. Want het is nodig dat we onszelf er altijd toe dwingen te bedenken welke mooie dingen er in ons leven zijn. Het moeilijke is dat we daaraan zo gauw gewend raken, het niet meer zien en daarom ook niet dankbaar kunnen zijn. Pas als we de zegeningen in ons leven beseffen, kunnen we dankbaar en daardoor gelukkig zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1967
Daniel | 16 Pagina's