DE KERKHERVORMING
VI
Hoewel Luther na zijn moedige rede op de rijksdag te Worms door het duitse volk als een held werd vereerd, was voor Karei V de zaak beslist. Op 28 mei vaardigde hij het edict van Worms uit, waarbij Luther en zijn aanhangers in de rijksban werden gedaan en de verbranding hunner geschriften bevolen werd. Luther was vogelvrij verklaard. Ieder die hem tegenkwam, mocht hem vangen of doden. De toekomst zag er donker voor hem uit. De vrije terugtocht was de laatste gunst die hij kreeg.
De keurvorst had hem echter reeds in Worms doen weten, dat hij onderweg ergens zou worden opgepakt en in veiligheid gesteld. De uitwerking liet Frederik aan zijn raadsheren over, zodat hij zich met recht van den domme kon houden. Op de terugreis liet Luther bij Eisenaeli zijn begeleiders (20 ruiters) teruggaan, zodat dc overval zonder strijd kon worden uitgevoerd, 's Avonds sprongen een paar mannen, als roofridders vermomd, plotseling uit het bos tevoorschijn, dwongen Luther de wagen te verlaten, zetten hem op een paard en kwamen des nachts na veel omwegen met hem op de Wartburg aan. Daar vond hij een veilig onderkomen. De slotvoogd behandelde hem als een gevangen ridder, gaf hem. de naam van jonker George, hield hem verborgen tot een baard hem onherkenbaar had gemaakt en zorgde zo, dat zelfs de andere Wartburgbewoners het geheim niet ontdekten. De mare van Luthers gevangenneming bracht bij velen diepe verslagenheid.
Tien maanden heeft Luther op zijn „Patmos" vertoefd. Een gemakkelijke tijd is dat niet voor hem geweest. Na de ontzaglijke emoties kon de reactie niet uitblijven. Hij ging zich afvragen of hij wel werkelijk op de goede weg was. Hoe ondraaglijk zou zijn verantwoordelijkheid zijn, als velen door hem zouden verloren gaan. Zwaar en veel waren de aanvechtingen des duivels. Maar het Woord Gods, dat hem eens in zijns zielsworstelingen de weg had gewezen, hield hem ook nu staande.
Deze innerlijke spanningen namen niet weg, dat Luther in deze maanden een ongehoorde werkkracht heeft ontwikkeld. In de tijd van enkele maanden vertaalde hij liet Nieuwe Testament uit het grieks in het duits — een ongeëvenaarde prestatie. Het voorzag in een grote behoefte. Ofschoon het mooie boek in folio-formaat in onze geldswaarde een prijs van f 40, — a f 50, — kostte, waren er in Wittenberg en omgeving binnen enkele dagen meer dan 3000 exemplaren van verkocht. Twaalf jaar later verscheen ook het Oude Testament. Zijn prachtige bijbelvertaling was elastisch, vrij, omdat hij zich bewust in de zinswendingen van de volkstaal wenste uit te drukken. Hij vreesde, dat een al te letterlijke vertaling door het volk niet begrepen zou worden.
Hoe spande hij zich in om de juiste woorden te vinden! Iiij liet zich voorlichten bij de verzameling edelstenen van de keurvorst en de muntencollectie
van de stad Wittenherg om de juiste namen van edelstenen en munten te vinden; hij studeerde plant-en dierkunde en bezocht het slachthuis om dc onderdelen der offerdieren te Ieren kennen.
Veel zou nog van Luther te zeggen zijn: van zijn geschriften (hij heeft ongeveer 400 boeken en boekjes geschreven, waarvan vele in de volkstaal), de troebelen in Wittenberg, waardoor hij besluit in 1522 naar zijn stad terug tc keren om tegen de revolutiegeest op te treden, zijn houding in de Boerenopstand, zijn verhouding tot Zwingli, zijn gedachten over de opvoeding, het gezin, de overheid, de maatschappij enz. Wij menen echter dat we in het kader van de herdenking van de Kerkhervorming centraal moeten stellen de betekenis die hij gehad heeft voor de Kerk. Hij zelf heeft deze betekenis hierin gezien, dat hij het Evangelie opnieuw aan het licht heeft gebracht. Het Woord Gods lag bedekt onder een laag van menselijke woorden en inzettingen. De wet heerste over het Evangelie; niet de gave Gods, maar de daad van de mens was het middelpunt. Het past ons Godc dankbaar te zijn voor wat Hij dc Kerk in deze grote hervormer geschonken heeft.
Wij willen deze artikelenserie over de Reformatie besluiten met de verhouding tussen Rome en de Reformatie thans, 450 jaar na de Kerkhervorming, te bezien.
Het valt niet te ontkennen dat er de laatste jaren binnen de R.-K. Kerk iets aan het veranderen is. Wij zien in deze Kerk een ontwikkeling, waarover wij ons mogen verheugen.
Was het de leden der Kerk vroeger verboden de bijbel te lezen, thans wordt het bijbelonderzoek juist aanbevolen.
Op het Tweede Vaticaanse Concilie, dat gehouden is van 1962—'65, zijn verschillende protestantse vertegenwoordigers als waarnemers uitgenodigd (b.v. prof. Berkhouwer) om het oecumenisch karakter van het concilie te benadrukken. Hoe men hier ook over denken moge, deze houding van Rome tegenover het protestantisme was tot voor kort nog ondenkbaar.
Ook constateren we steeds meer kritiek van leken zowel als van geestelijken op de Curie (dit is de paus met zijn staf, die de Kerk regeren.)
Deze kritiek betreft zowel de dogma's (leerstukken) van de Kerk, als haar houding tegenover de problemen van deze tijd.
Als voorbeeld nemen we het verzoekschrift van 1700 van de 5.000 priesters in Nederland, waarin zij de paus om ontheffing van het celibaat hebben gevraagd. Het celibaat is het verbod voor geestelijken om te huwen, een bepaling die al veel leed heeft berokkend. De paus heeft het verzoek afgewezen.
De wijze waarop de bisschoppen hebben gereageerd was verrassend voor de protestanten en verbijsterend voor de paus: wanneer men vroeger op deze wijze de paus van repliek had gediend, was onherroepelijk de ban gevolgd. Steeds meer kan men de klacht vernemen dat het Vaticaan vreemd staat tegenover hetgeen onder de kerkleden leeft.
We moeten echter wel vaststellen dat deze gedurfde kritiek betrekkelijk alleen in ons land vernomen wordt. Vandaar dat de Curie de ontwikkeling alhier met gemengde gevoelens gadeslaat daar men zich teveel dreigt te onttrekken aan het oppergezag van de paus.
Kortgeleden heeft de geestelijkheid in ons land een catechismus samengesteld voor de leden van haar kerk. Het was de bedoeling dat dit werk in het duits vertaald zou worden. Daar de Curie van mening was dat de catechismus teveel moderne opvattingen vertolkte, werd de vertaling ervan verboden.
De paus gaat door middel van encyclieken (dit zijn pauselijke zendbrieven) telkens in tegen de nieuwe stromingen.
Telkens wordt liet gezag van de paus er ingehamerd: hiér is de Christus, hiér is de rots, hiér is Petrus. Hij durft niet in te grijpen met afzetting, in Nederland in elk geval nog niet, daar dan een scheuring niet denkbeeldig zou zijn. Kunnen wij de bovengenoemde ontwikkeling onder vele kerkleden positief waarderen, anderzijds moeten we vaststellen dat een Kerk beoordeeld moet worden naar haar leer, niet naar het gedrag der belijders. Een volgende maal zullen we daarom de keerzijde van de medaile bezien.
(Slot volgt)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1967
Daniel | 16 Pagina's