India
Ds. Maris, secretaris van de I.C.C.C., heeft in „De Wekker" enkele interessante indrukken gegeven over zijn laatste bezoek aan enkele christelijke kerken in India. Deze gebieden hebben te kampen met een groot voedseltekort. De gelden in onze kerken bijeen gebracht in het kader van de aktie „Eten voor India", worden gebruikt om het elementaire voedsel aan te schaffen voor deze hongerende mensen. Hij geeft in zijn verslag de levenswijze van de bevolking weer. We kunnen dan zien dat deze mensen nog bijzonder primitief zijn. Ds. M. vertelt dat de avondbijeenkomsten goed bezocht worden. De mensen hebben alle tijd.
Alle tijd.
De diensten mogen gerust twee en een half uur duren.
Als de dienst om half acht begint, dan is het wel kwart voor negen voor dat alles present is. Dan pas kan de toespraak beginnen. De mensen zitten gehurkt op de grond, die meestal met matten is bedekt.
Rijst.
„In één van de gezinnen maak ik een grote familie-maaltijd mee. Dat hebben ze eenmaal in de maand. Alle broers en zusters met hun kinderen komen dan bij elkaar.
Groot en klein zit langs de muren van de kamer op de grond. De heer des huizes gaat rond met een grote pan met rijst en schept ieder een portie op. Er wordt met de handen gegeten. In dit verband begrijpen we allicht beter, waarom de Joden niet met ongewassen handen gingen eten. En het onderwijs dat de Heere Jezus daaraan verbindt, krijgt nog des te meer reliëf.
Vervallen hut.
Er is verder een groot zigeunerkamp in de buurt. Hier krijg ik een indruk van wat onder een „vervallen hut" is te verstaan. Een oude man zit in de open lucht op een houtvuur zijn potje te koken. Even verder is een grote vijver, waar vrouwen aan de was zijn. Ik vrees dat de kleren niet zo erg schoon zullen worden, want de zeep is voor velen een ongekende weelde. Dan wordt het wel erg moeilijk om die lange gewaden wit te wassen! Als ik mijn kleren terug krijg, zijn ze ook niet al te schoon.
Buffel-hoop.
Voor mijn logies ligt een groot weiland, maar het heeft meer weg van een voetbalveld. Eén enkele buffel probeert er wat gras te vinden.
Daar komt een vrouw aanlopen; ze verricht enkele hand-en spandiensten voor het gezin hier. Ik zie dat ze zich bukt naar de grond. Daar ligt een flinke hoop, daar gedeponeerd door een buffel. Ze begint die wat met haar handen te kneden en te fatsoeneren en stopt er hier en daar een steen in. Dan neemt ze de hele zaak mee. Ik begrijp dat alles niet direkt. Later blijkt dat ze er die steentjes in stoppen voor het „verband". Vervolgens worden er platte koeken van gevormd, die in de zon te drogen gelegd worden. Deze mestkoeken doen dan dienst als brandstof. Hout is hier namelijk schaars en dus duur. Voor de Oosterling is dit alles heel gewoon. We vinden het ook in de bijbel, b.v. Ez. 4 : 15 waar gesproken wordt over voedsel dat de profeet op rundermest gaat bereiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 oktober 1967
Daniel | 16 Pagina's