Een dag in Uw huis
Wij, jongeren
Eén dag in Na het „Amen" op de preek gaat de kerk bijna uit. Dat weten de kleinste kinderen al. Een kort gebed, een psalm, de zegen — en wij gaan weer naar huis. Als de zegen wordt uitgesproken staan we al klaar om weg te gaan. Of.... gaan we echt staan om de zégen te ontvangen? Dus met een begerig hart?
„De HEERE zegene U Wart die zegen — het is geen plechtige slotzin. Of ja, juist wel! In één enkele
zin wordt het hele Evangelie ons nog eens op het hart gedrukt, vóór wij de wereld
weer ingaan! „De Heere zegene u, en IIij behoede u, de Heere doe Zijn Aangezicht over u lichten en Hij zij u genadig. De Heere verheffe Zijn Aangezicht over u en IIij
geve u vrede!" Is dit nu alleen maar een vrome wens? Nee, zo moest (volgens Numeri 6) Gods Naam op de kinderen Israëls gelegd worden. Zij kregen niet de wens van een mens, maar de Naam van God rnee. Met een belofte erbij: „.... en Ik zal ii zegenen".
Geldt dat voor ieder? vraagt iemand
misschien. Je herinnert je wel dat de Heere Jezus eens 70 discipelen voor Hem heen uitzond. Zij gingen twee aan twee de dorpen en steden door. En Jezus droeg hen op in elk huis een soort zegen uit tc spreken: „Vrede zij dit huis!" En toen zei. de Heere Jezus erbij: „En indien daar een zoon des vredes is, zo zal uw vrede op hem rusten. Maar indien niet, zo zal uw vrede tot u wederkeren" (Luc. 10). Daar hebben we een prachtig antwoord op de vraag. De 70 mochten overal eerst met een woord van vrede beginnen. Voor ieder. Maar die vrede wordt werkelijk geschonken aan hen die „het waardig zijn", zoals MatUw huis theüs erbij zegt. Maar wie zijn dat? De Kanttekeningen van de Statenvertalers zeggen: „Wie het Evangelie gaarne willen aannemen"! Voor hen is de zegen! Gaat je hart uit naar het water des levens? — hier is hel! Om niet. Maar kies je, — o, verdwaasde — voor 't leven de dood, dan stuit die zegen op jou af. De 70 discipelen moesten zelfs het stof van hun voeten afschudden, als ze ergens kwamen waar ze niet werden ontvangen. Maar ze moesten er ook clan nog bij zeggen: „Nochtans, zo weet dit, dat het Koninkrijk Gods nabij u gekomen is!"
Onder de spanning van dit Woord gaat de gemeente naar huis....
En wat doen wij?
Je zou nu verwachten dat ieder uit de kerk nog loopt te denken over de boodschap die hij of zij gehoord heeft. Maar de werkelijkheid is vaak wel anders. Dat komt uit de volgende brief van een jonge lezeres wel heel sprekend naar voren. Zij schreef ons:
„Ik vind het zeer merkwaardig dat mijn kennissen, zodra de kerk uit is, over allerlei andere zaken gaan spreken. Als ik ergens ben ook. Iedereen zit te praten over dominees zus en dominees zó, maar er kan geen goed woord af: die dominéé (ik zal maar geen namen noemen) doet dit verkeerd. Hij zegt het zó te gemakkelijk, enz. Mijn beste vriendin, die het volgens mij niet erg nauw neemt met de godsdienst, beweert hetzelfde sinds ze verkering heeft met een Oiid-Gereformeerde jongen. Heus, ik snap dat niet. Ze heeft zich nooit ergens om bekommerd. De hele kerk kan haar gestolen worden. Nu weet ik wel, dat een mens gauw kan veranderen, hoor, maar als die jongen er niet bij is, flirt ze net zo gemakkelijk met andere
jongens! En als er een dominee is, doet 31 ij het niet goed.
Want zó gemakkelijk wordt een mens toch niet bekeerd! Ik kan dat echt niet vatten, want haar gedrag komt neer op huichelarij! Hopelijk zie ik het veel te ernstig.
Maar ik maak me altijd een beetje kwaad om mensen die het beter weten dan de dominee."
Tot zover deze lezeres.
Nu wilden we op de kritiek op iemands prediking later nog eens terugkomen.
Daarover ligt nog een andere brief tc wachten. Het gaat ons nu om dit éne: de lezeres kan niet begrijpen, dat zoveel mensen uit de kerk metéén al weer zo vol kunnen zijn van allerlei andere zaken. Maar gaat het vaak niet zo? We gaan gezellig koffie drinken. En je moet toch wat praten! Een ongedwongen gesprek over de dingen van Gods Koninkrijk is moeilijk. Dus liet gaat over die-en-die. Van het één komt het ander. En in korte tijd is de indruk die het Woord maakte vervaagd door nieuwe indrukken. De Heere Jezus zei dat anders: het gestrooide zaad wordt weggepikt door de vogels....
Zou het niet beter zijn om het gehoorde Woord nog eens in alle rust te overdenken? Moet er nu werkelijk altijd gepraat worden? Zouden we niet beter ook eens stil kunnen zijn? Dat zal in een druk gezin moeilijker gaan. Maar aan jonge kinderen kun je vragen of ze iets hebben begrepen van de dienst. En is zingen bij het orgel nu echt uit dc tijd? Zo kunnen we ons soms nog liet best uiten!
Laten dc lezers ons goed begrijpen.
Het gaat niet om het kweken van een vromerige sfeer. We willen evenmin beweren dat elk gesprek altijd over geestelijke dingen zou moeten gaan! God heefl het héle leven geschapen met al zijn facetten. Maar laten we God bidden dat wij Zijn Woord zullen bewaren, diep in ons hart. Dat wij Zijn Geest in ons hart laten werken. Dat wij vrucht zullen dragen.
Dan hebben we midden in de drukte van de week, in de vertwijfeling soms,
toch vaste grond onder de voeten: Op Uw Woord heb ik gehoopt! Zo wordt de uitgesproken zegen volle werkelijkheid.
Denk maar eens aan de Nieuwtestamentische zegen die na de morgendienst werd uitgesproken. Nog duidelijker dan in de zegen van Aaron (die na de middag-dienst wordt uitgesproken) vat Paulus hierin het Evangelie samen: „De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God, en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen."
En het Evangelie is voor hen, die het Evangelie niet kunnen missen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1967
Daniel | 16 Pagina's