Een rubriek voor en van onze jeugd
De vorige keer heb je kunnen lezen wie de winnaars waren van onze vakantiepuzzel-wedstrijd; toen heb ik ook een praatje gemaakt met verschillende inzenders. Ik ben nog niet klaar met alle briefjes. Straks ga ik er nog even mee door. Eerst gaan we echter lezen hoe het verder met ds. Klaasz. gegaan is. Jullie weten toch zeker nog wel, wie clat dat was? liet eerste deel van het opstel hebben we gelezen in de „Daniël" van 8 september.
Van een roomse boer, die
Terwijl de schout en zijn rakkers het huis van Douwe Jakobsz. overhoop halen en natuurlijk niets vinden, snelt ds. Klaasz. de duistere polder in. Waar moet hij heengaan? Hij weet het ook niet. Het lijkt hem het beste om alle huizen te vermijden en een goed heenkomen te vinden in het verlaten veld. Ongeveer een uur haast hij zich voort eer hij eindelijk wat rust durft te nemen. Waar bevindt hij zich? Hij tuurt om zich heen, maar hij kan niets onderscheiden. Om hem heen zijn alleen korenvelden. Hij besluit om zich midden op zo'n korenveld te verstoppen en daar dan de dag af te wachten. Zo gezegd, zo gedaan. Hij baant zich een weg door het hoge koren en als hij denkt, dat hij ongeveer midden op een veld is blijft hij staan. Hij maakt een plaatsje, wikkelt zich in zijn mantel en gaat rustig liggen. Nu ziet hij boven zich de duistere hemel, waar slechts hier en daar een sterretje fonkelt. Hoewel hij een vluchteling is voelt hij zich veilig, want hij mag weten, dat zijn Vader in de hemel hem ook hier ziet en zeker verder voor hem zal zorgen. Zo zijn het geen angstige gedachten, die hem kwellen, nee, hij is gerust en vol vertrouwen. Hij is zo gerust, dat hij de ogen kan sluiten en al spoedig in een diepe slaap verzonken is.
Vroeg in de morgen verlaat boer Lievensz. zijn boerderij. Hij heeft een drukke dag voor de boeg, want hij wil vandaag het stuk tarwe midden in de polder gaan maaien. Het is een prachtige zomermorgen. De vogels laten hun zoet gezang horen en alles ademt vrede.
Ja, buiten is er een vredige stemming, maar in het hart van de boer is het zo vredig niet. Integendeel, onrust is er in zijn hart. Enkele jaren geleden, ja toen was er rust. Toen ging hij regelmatig naar de kerk en naar de biecht; toen leefde hij onbezorgd. Maar de laatste maanden is er verandering gekomen. Het is gekomen, nadat die marskramer een boekje op hun boerderij had achtergelaten. Uit dat boekje heeft zijn vrouw Sijke hem nu al dikwijls voorgelezen en het gehoorde laat hem niet met rust. Het is alsof hij zijn kerk nu met andere ogen is gaan zien; alsof hij niet meer volkomen vertrouwt op de woorden van meneer pastoor. Die Roomse godsdienst laat hem zo leeg, zo koud. Dan gaat er uit dat boekje veel meer warmte uit. De laatste tijd is hij niet meer ter kerk geweest. Hij kan het niet meer en zijn vrouw ook niet. Zijn ze dan aanhangers geworden van de „Nieuwe leer". Nee, dat zou de boer niet durven zeggen. Hij heeft al zoveel van die ketters gehoord, dat hij eerder bang van die mensen is, dan dat hij er zich toe aangetrokken voelt. Of zouden die mensen er toch beter aan toe zijn dan hij? Met niemand heeft hij er nog over gesproken, met wie moet hij er ook over praten? Hij heeft wel eens op het punt gestaan er met Douwe Jakobsz. over te spreken, want die zie je ook niet meer naar de kerk gaan; maar het is er nog nooit van gekomen. Al denkend heeft Lievensz. zijn akker bereikt. Hij blijft staan en kijkt rond. Waar zal hij beginnen? Maar wat is dat? Hoe komt het dat daar z'n koren zo plat getrapt is? Het lijkt wel alsof er iemand dwars door zijn land gegaan is. Hij zal het spoor eens volgen. Met grote stappen beent de boer door zijn akker. Het is niet moeilijk de weg te vinden, want hij ziet voor zich overal gebroken halmen. Wie zou hier toch geweest zijn? Wat voor schavuit heeft het gewaagd zijn kostelijke graan zo plat te trappen.
Plotseling blijft hij staan. Hoorde hij daar iets? Het is net of hij iemand hoort ademen. Voorzichtig nu gaat hij op het lichte geluid af, terwijl hij zijn zeis vaster in de handen klemt. Hij hoeft niet ver meer te gaan. Ineens ziet hij voor zich een slapende gestalte. Ja, daar ligt een man te slapen, zo maar midden in zijn korenveld. Kent hij die slaper soms? Aandachtig bestudeert hij het gezicht van de rustige slaper. Neen, deze man heeft hij nooit eerder gezien. Zo te zien is het geen boer, ook geen reizend koopman. Zal hij hem
wakker maken? Het is al niet meer nodig. De vreemdeling knippert met de ogen en kijkt wat verbaasd om zich heen, totdat zijn ogen eensklaps op boer Lievensz. vallen. Even slechts is er een lichte schrik te lezen in de ogen van de vreemdeling, dan kijken ze hem weer open en eerlijk aan. „Goede morgen", klinkt het hem dan tegen. „Ja, boer, je moet me maar niet kwalijk nemen, dat ik uw korenveld als slaapkamer gebruikt heb. Ik had deze nacht een schuilplaats nodig en ik kon niets beters ontdekken. En ik kan U eerlijk zeggen, dat het me nog goed bevallen is ook. Wat is de Heere toch goed voor ons. Moet U dat ook niet bekennen op deze heerlijke zomermorgen. De Heere laat Zijn zon weer opgaan over bozen en goeden. Maar nu is het voor ons een vraag of we goed of boos zijn. Hebt U daar wel eens over nagedacht, boer? " Boer Lievensz. heeft nog steeds geen woord gezegd. Hij is te verbaasd over deze vreemdeling en over de woorden tot hem gesproken. Hij begrijpt plotseling, dat dit één van die ketterpredikers moet zijn, waarop steeds zo'n jacht wordt gemaakt. Zijn besluit staat vast, hij zal deze onbekende helpen en een schuilplaats aanbieden.
(Wordt vervolgd)
Zo jongelui, dit keer tot zo ver; een volgende keer hopen we verder te vertellen. Hier volgen dan nog wat antwoorden op briefjes.
Mejuffrouw Sanderse. Als er één is die iedere veertien daag uit ziet naar „Daniël", dan bent U dat wel. U bent ook één van de trouwste inzenders van de puzzels. Weet u hoeveel er al ingestaan hebben in de loop der jaren? Ik weet het ook niet; dan zou ik al de oude Daniëls eens na moeten snuffelen en daar komt niets van. Als ik het zou doen dan kwam ik zeker Uw naam dikwijls tegen. U hebt zeker wel een flinke verzameling gedichten ook, want daar zijn er ook veel van geplaatst. U vroeg me om die bijbelstudie van Jona. Een vriend van mij heeft een kampweek meegemaakt en die heeft me beloofd dat boekje te geven. Als ik het heb dan stuur ik het u door. Het allerbeste hoor.
Beijke den Boer. Ik vond het leuk dat er ook een briefje uit Herken bij was. Ik heb gelezen in de krant, dat jullie dorp pas hoog bezoek heeft gehad. Ja, zo'n uienwasserij zie je ook niet overal. Het is een flinke fietstocht voor je iedere dag
naar school. Een Hollandse jongen daar echter wel tegen. kan
Mattie Jobse. Jammer Mattie, dat jij maar alleen dat gedicht ingestuurd hebt. Kon je de andere puzzels niet of had je niet gelezen, dat je ze alle drie in moest zenden? Het heeft er toch heus ingestaan.
Mieke Wind. Wat ik tegen Mattie gezegd heb, geldt ook voor jou, Jammer! Rinus Provoost. Jij hebt in je vakantie zowel nuttig als prettig werk gedaan, 's Morgens werken en 's middags zwemmen. Het was zeker wel druk aan het strand. Ik ben in de vakantie nog in jouw dorp geweest, maar ik heb je niet gezien. Ja, op de U.L.O. moet je hard werken; ik weet er alles van.
Mientje Nijsse. Dat hoor ik maar graag dat meisjes verpleegster willen worden. Ik vind dat een prachtig beroep; doe maar goed je best op school. Je hebt grote reizen gemaakt in de vakantie hoor. Wat een prachtige zomer hè?
Jan Wilbrink. Heb je gezien dat het toch wel een gedichtje was, die derde puzzel? Jij dacht wel van niet, maar het was heus wel waar. Zoals je ziet ben je weer bij de winnaars. Als je je boek nu ook maar mooi vindt.
Zo, dat is gebeurd. Ik heb nu alle briefjes beantwoord. Sommige kinden hebben alleen maar de oplossingen ingestuurd, zonder een begeleidend briefje. Dat is ook niet erg hoor maar die kon ik niets terugschrijven.
Dan gaan we nu besluiten. Allen een hartelijke groet en tot D.V. een volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1967
Daniel | 16 Pagina's