JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VROUWENPRAET

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VROUWENPRAET

6 minuten leestijd

Zoals in de vorige „Daniël" reeds vermeld is, hopen wij onze Contactmiddag te houden D.V. op WOENSDAG, 11 OKTOBER, 's middags te 1.30 uur in Utrecht.

De kerk is niet meer in de Boothstraat, maar aan de Catharijnekade. De ingang is Bergstraat 54. Denkt u daar vooral om.

Vanaf het station richting stad gaan. Over de eerste brug — dat is de Catharijnebrug — over de eerste oversteekplaats linksaf. U ziet dan voor u de winkel van Vinke.

De straat tussen het water en Vinke is de Catharijnekade. Als u deze een eindje in loopt, vindt u rechts de Bergstraat. De ingang is op no. 54.

Mevrouw v. d. Linden uit Geldermalsen hoopt voor ons een onderwerp te houden.

Mogen we op afgevaardigden van al onze verenigingen rekenen?

Er zijn verschillende zaken, die wij met elkaar moeten bespreken.

Dus probeer deze middag vrij te maken.

Namens het bestuur,

M. F. Iiardon-Kieviet.

M. F. Iiardon-Kieviet. „Het gezinsleven van Izacik en Rekeeca"

(4)

Izaak bond zichzelf de handen en de mond; maar ook zijn hart. Want na de verschijning van de ware Ezau kan hij Jacob niet meer vloeken. Jacob was de uitverkorene des Heeren; de aardse zegen en het geestelijk priesterschap zijn op zijn schouders gelegd, en voor zover het 't vlees aangaat, zal uit zijn linie de Christus, de ware Messias geboren worden. Het geestelijk zaad krachtens wederbarende genade — de uitverkorenen — deel Ik in al die schatten van het genadeverbond.

Izaak maakte dus duidelijk een onderscheiding tussen wezen en bediening van het Verbond. Ik wil dit hier goed benadrukken!!

Na twintig jaar horen we de kostelijke zaken, die Jacob tot Ezau mag getuigen. Als Ezau zegt: „Ik heb veel", spreekt Jacob: „Ik heb alles."

In hoofdstuk 28 : 4 spreekt Izaak: En Hij geve u de zegen van Abraham, aan u en uw zaad met u, opdat ge erfelijk bezitte het land uwer vreemdelingschap, 't

welk God aan Abraham gegeven heeft."

Dat is dus de nadere bevestiging, tegen zijn wil aan Euzau gegeven, maar door een weg van bedrog door Jacob ontvangen. Hij is de uitdrukkelijke stamhouder van de belofte Gods. En met die uitzonderlijke zegen, met de wil en het medeweten, is Izaak nu geheel verenigd.

Waar Jacob gereed staat, zoals zijn moeder Rebecca reeds sprak, om een vrouw te zoeken, maar in feite om te ontvluchten aan het wraakzwaard van Ezau, clan komen we bij Ezau, de onheilige.

Ezau komt van de jacht thuis; hij brengt alles in gereedheid, treedt tot de sponde van zijn vader en zegt: „Opdat uw ziel mij zegene".

Izaak zeide: „Wie zijt gij? " „Ik ben uw zoon, uw eerstgeborene". Toen verschrikte Izaak met een grote verschrikking. „Wie was hij dan? " O, Izaak, dat was uw zoon Jacob. Gij hebt het zelf gezegd: Ezau's handen — Jacobs stem. Nu toch Izaak, wat God u bevolen had: de meerdere zal de mindere dienen.

„Ik heb gegeten, eer gij kwaamt", zo zegt Izaak, „ik heb hem gezegend en hij zal gezegend wezen". Het geloof dringt nu door.

En als Ezau deze woorden hoort, zo schreeuwde hij met een grote, bittere schreeuw. Maar het zijn in feite niet anders als krokodilletranen, tranen van nijd, omdat hij de Messiaanse belofte voorbij ziet. Hij zich zich benadeeld in het stoffelijke, vergeet u d.at vooral niet.

Izaak zeide: „Uw broeder is gekomen met bedrog en heeft uw zegen weggenomen". En dan komt Ezau aan het woord.

„Hij heeft mij twee maal bedrogen". Je liegt Ezau, dat is niet waar. „Want mijn eerstgeboorterecht heeft mij genomen". Nee Ezau, dat hebt ge vrijwillig verkocht. „En nu heeft hij mijn zegen genomen". Deze heeft Jacob, in de weg van bedrog ontvangen, omdat Ezau Christus om een schotel eten ging verkopen. Ezau, toen Jacob met dat voorstel kwam, hadt ge moeten zeggen: Broeder, dat doe ik nooit. Maar ge dacht: Wat kan mij het schelen, ik ga toch sterven. Ge dacht over het verkopen van dat eerstgeboorterecht, dat dat alleen maar het tijdelijke, het aardse was, dat dat het voornaamste was. En die het hoogste — het minste acht, verliest het minste met het hoogste. Ziet, zo denkt de mens nu van nature, maar de genade door de wedergeboorte geschonken, het kindschap Gods en Christus en een recht in de Heere Jezus ten eeuwigen leven, verkocht door Ezau, en dan toch de zegen willen beërven. Ze willen wel zalig worden, maar de Heere vrezen, nee, dat niet; de weg daartoe zelfs begeert men niet te bewandelen. Van de rijke jongeling lezen we: „Hij ging bedroefd heen". Hij kon het niet opbrengen.

Ezau is het beeld van het onherboren hart van de zondaar. Zeker, er is een soort berouw. Dat is vanwege de gevolgen, maar Gods volk komt bij de oorzaak. O, die onheilige verkoop! Daar was geen innerlijke smart, daar waren geen tranen van boetvaardigheid, gelijk het betaamt.

Hij schreeuwde het uit: „Hebt ge dan maar één zegen, mijn vader, zegen ook mij"! En hij verhief zijn stem en weende.

We zien duidelijk in deze historie, dat Ezau, een verworpene, een onheilige, ook van zijn vader Izaak een zegen krijgt, maar alleen voor de tijd. Het land Seir wordt hem ter beschikking gesteld, een zeer vruchtbaar land ten zuiden van de Dode zee.

In de strijd op vele plaatsen — 1 Sam. 14 — worden de nakomelingen van Ezau onderworpen; eveneens door koning David — 2 Sam. 8 — en onder de regering van Achaz is het juk afgeschud — 2 Kon. 1G. Ze leven dan in de vrijheid tot 129 voor Chr. Toen werden ze opnieuw onderworpen, tot de besnijdenis gedwongen en bij de Joodse staat ingelijfd. En in het jaar 70 na Chr. zijn ze verdreven naar de vier windstreken der aarde. Edom is de erfvijand van Israël, een gezworen vijand. We zien dus in die strijd in dat gezin de strijd van het vrouwezaad en het slangezaad. Maar nu die onuitsprekelijke troost, 't welk is Christus, de eeuwige zegepraal, de Overwinning, Die als Sions betalende Vorst, en Koning, en Borg Zijn bloed heeft willen plengen voor hen, die zichzelve als een Jacob, een bedrieger, of als een Rebecca, een leugenaarster, of als een ordeverstoorder zoals Izaak, heeft leren kennen.

Ezau's wraak om Jacob te doden; maar Jacob mag vluchten.

Welke grote lessen, ook in deze heilshistorie: de meerdere zal de mindere dienen. Volk van God en onbekeerden, dat is nu alleen in Christus. Want Hij was die meerdere, Die ging prediken: „Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar als Een, Die dient."

Doch over hen Mijn gunst en goedheid nooit doen enden,

niet feilen in Mijn trouw, noch Mijn verbond ooit schenden en Die gunst heeft God Zijn volk bewezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1967

Daniel | 16 Pagina's

VROUWENPRAET

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 september 1967

Daniel | 16 Pagina's