JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een dag in Uw huis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een dag in Uw huis

8 minuten leestijd

Na de vakantie troffen we ineens wel vier, vijf brieven in de bus aan. Daarvoor willen we de schrijvers en schrijfsters hartelijk danken. Daarmee is ook over de prediking het gesprek op gang gekomen. Er waren ook brieven bij met bezwaren tegen één van onze stukjes en wij wilden die lezers maar het eerst het woord geven.

De nu volgende twee brieven gaan beide in op hetzelfde artikel. Dat ging over de jeugd en de prediking. Daarin hadden wij gezegd dat de prediking heel vaak over de hoofden heen gaat.

De preek aanpassen?

Een lezer (± 20 jaar) schrijft nu: „Als we vinden dat we weinig aan de preek hebben (en hebben we dat vaak niet? ), moeten we dan niet allereerst de fout bij onszelf zoeken? We zijn zo gauw geneigd te zeggen: de dominee heeft de jeugd in zijn preek vergeten, of: de dominee brengt maar een halve waarheid of iets dergelijks. Maar dringt het wel tot ons door dat wij „zondaren" helemaal geen mooie en goede preken verdiend hebben, dat we ze alleen uit genade mogen beluisteren? Waar blijft dan onze kritiek?

U zegt dat de preek veelal over de hoofden van de onbekeerde jeugd heengaat. En daarom zou de preek aangepast moeten worden. U bedoelt hier toch hoop ik niet dat er alleen maar over dat kleine stukje waarheid gepreekt moet worden, dat de onbekeerde jeugd eventueel aan zal spreken? Het lijkt mij zelfs onmogelijk dat een vijand van de waarheid (een onbekeerde) de waarheid aantrekkelijk zal vinden. Daarom geloof ik dat we het maar beter bij de manier van preken kunnen houden, die we nu mogen horen. Dan krijgen we tenminste een complete, zuivere waarheid. Dat de woordkeus voor de jongeren wel eens wat moeilijk is vind ik geen bezwaar. Een preek hoeft geen voorgekauwd stukje te zijn, zodat we alleen maar hoeven te slikken. Het lijkt me zelfs gezonder als er nog iets te herkauwen overblijft.

Misschien heb ik één en ander wel onduidelijk of zelfs verkeerd gesteld. Wilt U hier dan verder op ingaan? Dan wilde ik het er zo maar bij laten."

Zo eindigt deze brief. Jullie zien: een jonge man die er geen doekjes om windt!

Wij, jongeren

„On versch illigheid"

Al kunnen we nauwelijks met onze reactie wachten, toch willen we eerst nog iets uit een andere brief laten lezen. Hij is afkomstig van een lezeres, die zichzelf niet meer tot de jeugd rekent, maar evenmin tot „wat men noemt de ouderen", zoals ze zelf schrijft. Ook zij zegt in haar brief: „We moeten de oorzaak opzoeken, waarom de prediking vaak over het hoofd van de jeugd heengaat. Dit is met één woord te zeggen en wel: onverschilligheid. Dit lijkt misschien te boud gesproken, maar in werkelijkheid is dit zo. Laten we de zaken toch niet verdoezelen. Niet de prediking de schuld, maar wij, hoorders. Laten wij toch positief zijn en de jeugd toeroepen: leer luisteren! Dit is allereerst een taak van de ouderen. Menigmaal laten de ouders hun kinderen maar zitten waar ze willen, in plaats van hen bij zich te nemen en op te letten of ze ook luisteren. Het is helemaal geen schande als grote jongens en meisjes bij hun ouders in de kerk zitten. Hier is ook de taak van de kerkeraad, de plaatsen zo te verdelen dat ook de grotere gezinnen bij elkaar kunnen zit-

ten. Na kerktijd met de kinderen over de preek praten en onderzoeken wat zij ervan gehoord hebben, stimuleert het luisteren.

Hoe groot de onverschilligheid ten opzichte van de prediking onder de jeugd en helaas ook onder ouderen is, kan ik met enkele voorbeelden bewijzen". De schrijfster vertelt dan van een gezin, waar de meisjes en jongens van 15—20 jaar niet één kerkelijk blad inkijken, ook Daniël niet; en van jonge ouders, die vóór hun verandering nooit in de kerk hadden geluisterd; en van jonge onderwijzers, die volgens een bericht heel weinig kennis van de waarheid zouden hebben. Ze zegt verder: : „Als ik boeken lees over de martelaren, vooral die in de Romeinse tijd, waar slaven en slavinnen voor hun geloof de dood ingingen, zij die niet lezen en schrijven konden, maar het gepredikte Woord wel vatten konden, clan schaam ik me diep voor mijzelf en onze tijd."

En zij besluit haar brief zó: „Nogmaals, jeugd, leer luisteren, doe er moeite voor, het kon u tot eeuwige zegen zijn".

Indringend en eenvoudig

Aan ons dus nu de taak, om op deze twee brieven in te gaan.

De eerste brief zegt: wij hebben geen goede preken verdiend. En inderdaad, wie durft dat tegen te spreken? We hebben ook de Bijbel zelf niet verdiend.

Maar wij hebben het Woord toch gekregen. En God wil dat het ook verkondigd wordt. Hij wil ook dat er goed gepreekt wordt. En ieder die het Woord liefgekregen heeft, begeert dat ook. Waarom? Opdat er velen zullen getrokken worden uit de duisternis tot Gods wonderlijk licht. Opdat de gemeente opgebouwd wordt in het allerheiligst geloof. In één woord: Uw Koninkrijk kome!

Dan vraagt de brief: wilt u dan de waarheid aanpassen, halveren, en zo aantrekkelijk maken? We zouden terug willen vragen: gaven wij dan aanleiding tot zon vraag? De volle waarheid moet verkondigd worden. De Heere Jezus kon dat in één zin. „Wat onmogelijk is bij de mensen (de éne kant van de waarheid) is mogelijk bij God (de andere kant van de waarheid)." Met die waarheid worden wij geconfronteerd. En zo moet in de prediking het Woord van God heel dicht bij ons gebracht worden. Wij moeten voor de keus gesteld worden. Dan gaat het Woord niet over de hoofden heen. Dan keren we ons af.... of we worden gewonnen.

„Kiest heden wien gij dienen zult!" zei Jozua tot het volk. „Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? " riep Elia. „Zo de HEERE God is volgt Hem na." „Wie Mijn Woord doet", zo besloot Jezus de bergrede, „bouwt zijn huis op een rots, maar wie het niet doet, op zandgrond."

En de mensen hebben gevoeld, zegt Mattheiis, dat Jezus leerde als machthebbende.

Aantrekkelijk maken? Nee. Maar deze prediking heeft wel grote aantrekkingskracht. En zo worden velen getrokken! Verder zegt de brief: moeilijke woordkeus is niet erg, dan hebben we wat te herkauwen. Nu is herkauwen wel gezond. Dus: het gehoorde overleggen en bewaren. Maar dan graag de inhoud, en niet de vorm. Het goede Woord Gods en niet de moeilijke termen. Woordkeus uit boekentaal belemmert eerder de voortgang van het Woord. En wie met de mensen omgaat weet, dat je het niet duidelijk genoeg kan zeggen. De Ileere Jezus gebruikte ook voorbeelden in zijn prediking, die iedereen begreep. Hij wees op de vogels, op de bloemen, op de zaaier, op de oogst, op vriendenbezoek, op huizen bouwen, op het kinderspel. Daarom vertaalde Luther de Bijbel ook zo dat zelfs de eenvoudigste het zou kunnen begrijpen. En hij preekte ook in de taal van zijn volk. Dat hoeft niet stijlloos te zijn. Stijlloosheid strijdt met het hoge niveau van de Heilige Schrift.

Voorzichtig!

Nu de tweede brief. liet zit in de onverschilligheid, zegt de lezeres. Nu, dat er veel onverschilligheid is, wie heeft dat nooit ondervonden? Laat ieder voor zich bij God klagen over de hardheid van zijn hart. Maar laten wij voorzichtig zijn als het over anderen gaat. Zijn er soms oorzaken? Zien de jongeren thuis wel dat de vreze des Heeren rijk maakt? Hebben zij iemand die hen begrijpt en ongedwongen leiding geeft? Horen zij een prediking die ingaat op hun vragen en die bewogen is om hun heil? En is alles wel onverschilligheid wat erop lijkt? jongens en meisjes zouden zich voor elkaar en voor de ouderen schamen, als zij lieten merken, dat het Woord hen niet koud laat. Welk meisje van 16 gaat demonstratief de meditaties ziten lezen? Maar misschien worstelt zij op haar kamer wel om een genadig God! En moet een jongen van 18 altijd naast zijn ouders zitten in de kerk? Als hij maar niet los is van het Woord! Een gesprek over de preek juichen ook wij toe. Maar een echt gesprek is moeilijk. Navragen gaat nog. Maar gebeurt dat taktisch? En vooral: is er contact? Dat is de enige basis.

En laten we met het woord „onverschilligheid" toch niet generaliseren. Datzelfde bericht over jonge onderwijzers noemt ook de fijne gesprekken over de dienst van God. En wie niet buiten het jeugdwerk staat weet dat maar al te goed. Het is niet eerlijk om het één wel en het ander niet te noemen. Onverschilligheid blijft er. Wij zagen eens in een andere kerk (onder een bewogen preek over het geestelijk welzijn van de jeugd) hele rijen jongens en meisjes met hun hoofd op hun armen liggen slapen. Maar er is ook een andere kant. Wij zagen ook jongens en meisjes die hun vakantie besteden, om in de straten van Antwerpen het Evangelie bekendheid tc geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1967

Daniel | 16 Pagina's

Een dag in Uw huis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1967

Daniel | 16 Pagina's