JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE KERKHERVORMING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KERKHERVORMING

7 minuten leestijd

III

Op de tiende november 1483 wordt in het gezin van de mijnwerker Hans Luther te Eisleben een zoon geboren, die de volgende morgen als Martinus, genoemd naar de heilige van die dag, gedoopt wordt. Van zijn vader heeft Lutlier de fierheid geërfd, die hem zozeer heeft gesierd, maar ook het boerenkarakter, waardoor Luther de ziel van het volk zo uitnemend verstond en hij zich in de volkstaal zo pakkend wist uit te drukken. Zowel de opvoeding thuis als die op school was hard: er werd veelvuldig geslagen en gestompt. In 1501 wordt Luther student aan de hogeschool te Erfurt. Het ideaal van zijn vader was, dat hij rechtsgeleerde zou worden. Temidden van zijn vrienden was Luther een vrolijke student. Hij hield veel van muziek en bespeelde de luit, maar studeerde tevens met grote ernst en bijzondere vlijt. Iedere morgen begon hij met gebed en kerkgang overeenkomstig zijn spreuk: Vlijtig gebeden is meer dan de helft gestudeerd.

In deze tijd kwam hem in de bibliotheek een latijnse bijbel in handen, die hij tevoren nog nooit had gezien. Dit wekte in zijn hart het verlangen op de gehele bijbel te lezen en er zelf een exemplaar van te mogen bezitten. Bovendien was het hem een ontdekking te bemerken, dat de Bijbel veel meer teksten, brieven en evangeliën bevatte dan waarover gewoonlijk in de kerk werd gepreekt.

Wat hij in de bijbel leest, laat hem niet los; hij wordt bezet met een innerlijke angst als hij denkt aan Gods toorn en aan het jongste gericht. Zelf zegt hij er later van: „ik had veel met de tentatio tristiae te doen, met aanvechting der droefenis".

In 1505 breekt hij zijn studie in de rechten af en wordt hij, tot grote teleurstelling van zijn vader, monnik in het Augustijner klooster te Erfurt. Twee oorzaken hebben hem tot deze gewichtige stap gebracht. Allereerst overviel hem, op weg van het ouderlijk huis naar Erfurt, een zwaar onweer. Een felle bliksemslag verschrikte hem zo, dat hij in angst uitriep: „Help mij, heilige Anna, ik zal monnik worden." De tweede en voornaamste oorzaak was zijn vurige begeerte naar rust voor zijn ziel. Hij wil God gaan dienen, Hem met het houden van missen verzoenen en de eeuwige zaligheid met kloosterheiligheid verwerven.

Toen hij zich aan het klooster meldde, stelde de prior hem volgens voorschrift van de orde o.a. deze 3 vragen: Zijt gij een lijfeigene? Hebt ge onbetaalde schulden? Lijdt gij aan een verborgen kwaal?

De jonge man antwoordde driemaal ontkennend, hoewel hij, geestelijk gezien, drie keer ja had moeten antwoorden. Hij was een slaaf, er was een schuld en een kwaal; dat was immers de reden dat hij hier kwam. Gedurende het proefjaar ging alles goed. „In het eerste kloosterjaar houdt de duivel zich altijd koest", zegt hij later.

Een aangrijpend ogenblik is het voor Luther geweest toen hij, die door de prior tot het priesterambt bestemd was, zijn eerste mis moest celebreren. Heel het ingewikkelde ritueel heeft hij tot in de puntjes bestudeerd. De kloosterklok had geluid. De kerkgangers, kloosterlingen en familieleden, waaronder zijn vader, die zich met hem verzoend had, zijn gezeten. Terwijl het koor zingt, re-

citeert de jonge priester dc voorgeschreven tekst. Tot hij komt aan de woorden: „Wij offeren U, de levende, de ware, de eeuwige God".

„Op dat moment", zegt hij later, „werd ik getroffen door een grote schrik. Ik dacht: met welk een tong moet ik zulk een majesteit aanspreken, als een mens in tegenwoordigheid van een aards vorst reeds moet beven? Wie ben ik, dat ik mijn ogen tot de goddelijke majesteit durf opheffen? Engelen omgeven Hem, op Zijn wenk beeft de aarde. En zal ik, ellendige, kleine dwerg, zeggen: ik vraag U om dit of dat? Want ik ben stof en as en vol zonde — en ik spreek tot de levende, eeuwige en ware God!"

Dit beven voor de grote God is Luther eigen gebleven en liij heeft getracht met goede werken God genadig te stemmen. Hij heeft zich zó gemarteld met bidden, vasten, waken en kou lijden, dat hij kon zeggen: „Als er één monnik in de hemel was gekomen door monnikerij, dan zou ik er ook binnengekomen zijn: dat kunnen al mijn kloostergezellen getuigen, die mij gekend hebben. Want ik had mij, als het nog langer geduurd had, ten dode gemarteld met waken, bidden, lezen en andere arbeid".

In 1510 wordt hij, samen met een ordebroeder, voor kloosterzaken naar Rome gezonden. Van de kans om daar allerlei aflaten te verdienen, maakte hij gretig gebruik. Zo kroop hij op de knieën dc Pilatus-trap op, terwijl hij op elke trede een Onze-Vader bad voor de verlossing van zijn grootvader uit liet vagevuur. Droefheid vervult zijn hart als hij er de grote goddeloosheid en lichtzinnigheid ziet, terwijl hij verwacht had dat de pauselijke stad heilig was.

De reis is een grote teleurstelling geworden; de rust en troost voor zijn geweten, die hij er zocht, vond hij niet.

In het klooster was al spoedig de bijzondere begaafdheid van Luther opgevallen. Na verloop van tijd wordt hij dan ook naar Wittenberg overgeplaatst, om daar theologie te studeren.

In 1512 promoveert hij tot doctor in de theologie en al spoedig wordt hij professor aan de universiteit te Wittenberg.

Tussen de jaren 1511 en 1514 heeft in het hart van Luther de grote omkeer plaats gehad. Steeds dieper was hij gaan inleven dat zijn hart niet recht was voor God. Hij besefte, dat hij altijd, ook in zijn beste werken, zichzelf zocht.

Hoe heiliger Luther trachtte te worden, des te meer ontdekte hij zijn eigen onontkoombare verlorenheid. De woorden „rechtvaardigheid" en „gerechtigheid" waren als een bliksem voor zijn geweten. Als hij ze hoorde, bekroop hem de vrees: wanneer God rechtvaardig is, zal Hij straffen. Twijfel en wanhoop maakten zich dan van hem meester. De overste van zijn orde, Johan von Staupitz, met wie Luther vaak over zijn aanvechtingen sprak, trachtte hem te troosten door hem op de genade van Christus te wijzen. Maar ook de naam van Christus boezemde hem geen hoop in, maar juist vrees. Hij zag in Hem alleen de komende rechter, die ieder naar zijn werk zou vergelden.

Het bijbelwoord bracht verlossing uit de nood. Bij zijn studie was Luther gestuit op de woorden uit Romeinen 1 : 17: Want de rechtvaardigheid Gods wordt daarin geopenbaard (dit is: n het Evangelie, zie vers 16). Luther begreep die woorden niet; hij meende dat de rechtvaardigheid Gods die eigenschap is, waardoor hij de zondaren straft. Hoe kan er dan staan, dat die vreeswekkende eigenschap geopenbaard wordt in het Evangelie, in de blijde boodschap? En wat betekent: de rechtvaardige zal uit het geloof leven? " Wat hebben Gods gerechtigheid en ons geloof nu met elkaar te maken?

Dagen en nachten peinsde hij over dc betekenis en het verband dezer woorden. Tot hem plotseling op een eenzame plaats in de toren van het klooster het licht opging. „Toen begon ik

te begrijpen, dat de rechtvaardigheid Gods diegene was, op grond waarvan de rechtvaardige leeft van Gods geschenk, namelijk uit het geloof; en dat dat de bedoeling is, dat door het Evangelie de rechtvaardigheid Gods geopenbaard wordt, namelijk de passieve rechtvaardigheid, waardoor ons de barmhartige God rechtvaardigt door het geloof, gelijk geschreven is: „de rechtvaardige zal uit het geloof leven".

Nu gevoelde ik mij terstond herboren en door geopende poorten het paradijs binnengaan. Toen vertoonde het gelaat der gehele Schrift zich mij terstond anders". Luther mocht inleven dat God de mens rechtvaardig spreekt om Christus' wil, zonder enige verdienste van 's mensen kant. De ontdekte zondaar kan en behoeft niets anders te doen dan deze vrijspraak met een oprecht geloof aan te nemen.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1967

Daniel | 16 Pagina's

DE KERKHERVORMING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 1967

Daniel | 16 Pagina's