BIJBELLEZEN
BIJBELLEZEN
Sommigen zien het Woord Gods zo diep niet in en laten hun gedachten daarover niet ernstig gaan, of het wel Gods Woord is of niet. Zij horen en lezen het als wat goeds, maar meer weten zij er niet van te zeggen. Dat zijn doorgaans natuurlijke mensen, die met God en de godsdienst niet veel op hebben.
Anderen nemen het Woord als goddelijk aan, omdat de kerk en iedereen zegt dat het zo is. Dezen doen doorgaans met het Woord geen voordeel.
Er zijn mensen, ongelukkigen mag ik ze wel noemen, die in de twijfel van Cartesius vervallen zijn. Dezen zijn slim in hun eigen ogen. Zij moeten zien, tasten, voelen. Zij zetten hun rede op de rechterstoel en dagvaarden de Bijbel voor zich om geoordeeld te worden en meteen God Zelf om aan hen reden te geven van Zijn zeggen, maar zij krijgen tot straf van hun onbeschaamdheid de kracht der dwaling en dikwijls het eeuwig verderf.
Sommigen worden door de Heilige Geest stil bewerkt tot het geloof in de waarheid van het Evangelie en van de goddelijkheid van de Schrift. Het Woord werkt op hun hart tot vertroosting. Zij onderzoeken niet of zij van de goddelijkheid daarvan verzekerd zijn of niet. God verschoont hun kleine krachten en ik raad hun dat zij in hun eenvoud maar voortgaan en de leiding van de Geest maar opvolgen, want aldus zullen zij de hemel innemen, terwijl anderen elkander bestrijden.
(Uit: Redelijke godsdienst van W. a Brakel, uitgave Pieters, Oostburg).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1967
Daniel | 15 Pagina's