JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Joël.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Joël.

5 minuten leestijd

Joel.

Persoon. Óver de persoon van joel zijn slechts enkele dingen bekend. Daartoe behoren: at hij geprofeteerd heeft in het Zuidelijke Rijk (Juda), hetgeen we mogen concluderen uit de teksten waarin Jeruzalem en Juda met name genoemd worden (b.v. 3 : 1, 16, 18, 20); dat zijn vader Pethuël heette van wie we verder niets weten, en dat „het Woord des Heeren tot hem geschied is."

Het is alsof de profeet geheel schuil gaat achter de rijke betekenis van zijn naam: Jahwe is God, de IIEERE is God. En welke onzekerheden er ook heersen t.a.v. de tijd waarin hij leefde — we zullen dat direct zien — reeds bij voorbaat moeten wij tevreden zijn met deze naam: de IIEERE is God. Zo heet de profeet, dat predikt hij en dat geldt in alle tijden en op alle plaatsen. Het allerbelangrijkste weten we dus. Dat wil echter niet zeggen dat de tijdsomstandigheden daardoor onbelangrijk worden. Nee, want alles wat de Heere doet en heeft gedaan is van grote betekenis, niet alleen het wat, maar ook het hoe, wanneer en waar. Daarom vragen we verder: in welke tijd leefde deze Joël?

De tijd waarin hij leefde.

Hierover kunnen we niets met zekerheid zeggen. Joël zelf geeft er geen directe aanwijzingen voor. De tijdsaanduiding van de Israëlieten bestond daarin dat ze de namen van de regerende vorsten vermeldden, zoals we dat bij Hosea ook hebben gezien (1 : 1). Bij Joël vinden we zoiets niet. We zijn dus aangewezen op eventuele toespelingen die joël maakt op de tijd waarin hij optrad. Het zou buiten het bestek van deze artikelen-serie vallen, wanneer we hier allerlei teksten op dit punt gingen onde Bijhei w derzoeken. Het zou er toch maar op neer komen dat de meningen van diverse geleerden werden doorgegeven. En deze meningen lopen erg ver uiteen: elen plaatsen Joël ten tijde van Koning Joas van Juda, dus omstreeks 820 en derhalve bijna een eeuw vóór Hosea; anderen denken echter aan de tijd van na de ballingschap, en wel aan de tijd rond 400. Dat houdt dus N.B. in dat Joël door de ene groep tot de allervroegste schriftprofeten wordt gerekend, en door de andere tot de allerlaatste. Zonder hier langer bij stil te staan zou ik toch graag even willen wijzen op één der argumenten van de laatste categorie geleerden, omdat dat een indruk kan geven van een algemeen voorkomende manier van argumenteren wat betreft tijdsbepalingen van de profeten.

Men wijst n.1. op o.a. hoofdstuk 3 : 2b: .. . . vanwege mijn volk en mijn erfdeel Israël, dat zij (de heidenen) onder de heidenen hebben verstrooid " Dit is inderdaad een uitspraak die hoogstwaarschijnlijk slaat op de verstrooiing in de Ballingschap na 586 (vergelijk het overzicht in „Daniël", jrg. 21, no. 21). Maar mag men dan hieruit ook de conclusie trekken: us Joël leefde na de Ballingschap? Ik dacht van niet. Denk eens aan Jesaja, die in hoofdstuk 53 over de lijdende Knecht des Heeren voortdurend in de voltooide tijd spreekt: ij was veracht, Hij is verwond, Hij werd. ter slachtig geleid, enz. Zonder twijfel spreekt Jesaja daar over het Borgwerk van Christus, waaruit toch niet tc concluderen valt dat Jesaja na Christus heeft geleefd! Zo kan het ook van Joël gelden dat zijn geest door de Heere in de toekomst wordt „verplaatst" en dat de profeet door de verlichting van Gods Geest zijn uitgangspunt voor zijn profetie neemt in die toekomstige

tijd. We hebben immers met Gods Woord, en wel met Gods profetie van doen! Daarom dacht ik dat het bovengenoemd argument al te menselijk geredeneerd was en te weinig rekening hield met het goddelijke karakter van de profetie. Dat laatste maakt dat de profeten „over de tijd heen" mogen zien dat Gods daden in de toekomst zó zeker zullen geschieden dat ze er over kunnen spreken alsof ze al geschied zijn.

Karakter van de profetie.

Het meest typerende voor Joël is wel dat hij in de sprinkhanenplaag die hij in het begin van zijn geschrift beschrijft, een voorspel ziet van de eindtijd, de grote Toekomst des Iieeren, niet de „Dag des Heeren" enerzijds als de verschrikkelijke tijd van Gods toorn en gericht voor Gods vijanden, en anderzijds als de Heilstijd, de verlossing voor het verdrukte volk des Heeren.

Opbouw van het boek.

Het boek bestaat uit twee delen: oeteprediking en heils toezegging, misschien beter: oeteprediking met verkondiging van straf én heil. Hfd. 1 : 2 tot en met 2 : 17 geeft een beschrijving van een ontzettende zware sprinkhanenplaag. In het eerste hoofdstuk heeft die plaag al plaats gehad, n.1. op het platteland, terwijl in het tweede hoofdstuk het sprinkhanenleger zal komen, n.1. naar de stad Jeruzalem. In dit toekomstbeeld wordt Joëls blik verwijd tot een profetisch vergezicht aangaande de Dag des Heeren (2 : 10). Het volk wordt daarom tot boete en berouw opgewekt.

Het tweede deel loopt van 2 : IS tot het einde: et wegnemen van de plaag en het herstel van de vruchtbaarheid (2 : 19—27), de voorbereiding van de Dag des Heeren, n.1. de uitstorting van de Heilige Geest (2 : 28—32) en de Dag des Heeren zelf.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1967

Daniel | 15 Pagina's

Joël.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1967

Daniel | 15 Pagina's