Een weerwoord tot de Pinksterbeweging
(slot)
Vlees en Geest.
Vlees en Geest. Die duisternis van zonde blijft, onze vleselijkheid tegenover de geestelijkheid van de Wet blijft de werkelijkheid van onze ellende. De Wet laat ons dat steeds weer zien als schuld, opdat wij cle schreeuw om genade niet te boven zullen komen, opdat we niet boven God zullen uitgroeien, opdat we zullen geloven, en niet zullen „zwijmelen" in eigen genietingen. Juist met zijn schuld en vleselijkheid moet de zondaar naar Jezus toe, opdat het zal zijn zoals geschreven is: „Wie roemt, roeme in de Ileere." (1 Cor. 1). Ik vrees dat veel „geestelijkheid" van dc Pinksterbeweging in feite „vlees" is: vlees dat zich niet aan de Wet Gods onderwerpt, dat ten diepste geconcentreerd is op eigen geluksgevoel, dat nog wel van Jezus spreekt, maar niet van cle eenzijdige genade Gods. Ik dacht dat het juist in dc eerste plaats het werk van de H. Geest was om ons aan die vleselijkheid te ontdekken: het voluit vijandig zijn jegens Gods wil. Vandaar uit komt cle radicaliteit van cle e Pinksterbeweging genade in zicht: alle gerechtigheid ligt buiten cle mens, het is totaal onmogelijk om iets aan te brengen, het ligt tot de laatste penning in Christus. Ik acht het dan ook volledig gebrek aan ontdekking door Gods Geest wanneer de Pinksterbeweging zo oppervlakkig over de vleselijkheid, ja de actieve, maar volledige doodsstaat van cle gevallen mens heenstapt. Dat is armoede aan het werk van de Geest!
Geest en Woord.
De Geest, dunkt me, is bij de Pinksterbeweging te weinig met het Woord van Christus verbonden. Hij lijkt me tc gemakkelijk te verwarren met cle menselijke geest, of het gevoel. Efeze 1 : 12 spreekt van de verzegeling met de Heilige Geest. Lees die tekst! In het Grieks staat er niet letterlijk „nadat gij geloofd hebt", maar „gelovende", zodat hier cle verzegeling nauw verbonden wordt aan het geloof; en — daar gaat het mij hier om — het wijst derhalve ook op een band met het „Woord der waarheid", cle prediking dus! Hier wordt niet over een aparte geestesdoop gesproken, maar
op de Woord verkondiging gewezen. Ook in Gal 3 : 5 wordt de Heilige Geest geschonken uit de prediking des geloofs. Natuurlijk is er een orde, een „nadat", want er is een opwas in de genade (2 Petr. 3 : 18), maar ik wijs hier slechts op dc oorsprong van zowel geloof als verzegeling: et Woord. Het Woord is het middel èn instrument bij uitstek waardoor Christus verkondigd en geschonken wordt. In dat Woord zijn Christus en de Heilige Geest nauw verbonden. Van Christus geldt het immers: De Geest des Heeren HEEREN is op Mij" (Jes. 61 : 1). De verkondigde Christus is het kanaal waardoor de gaven en vruchten des Geestes ons kunnen toevloeien. Calvijn zegt: In ons is geen druppel kracht dan die welke de Heilige Geest ons ingiet, Die zijn zetel in Christus gekozen heeft, opdat van Hem tot ons overvloedig zouden toestromen de hemelse rijkdommen, waaraan wij zo arm zijn" (Inst. II, 15, 2).
Ellende, verlossing, dankbaarheid.
Tenslotte wil ik nog vanuit de Heidelberger duidelijk maken wat ik bedoel. Wordt ons nogal eens verweten dat we niet verder komen dan het stuk der ellende, de Pinkstergemeente neemt dit eerste stuk niet serieus. Dit zou nog niet zo onvergeeflijk zijn, ware het niet dat dan ook de betekenis der verlossing en de dankbaarheid verschraalt en zelfs vergaat. Want de ellendekennis is niet in die zin het eerste stuk, dat die een zaak is van alleen maar de beginperiode. Nee, de drie stukken horen fundamenteel bij elkaar en zijn, wat hun wezen betreft, één. Vraag 2 luidt: „Hoeveel stukken zijn u nodig te weten? " en niet: „Hoeveel stukken hebt u achter u gelaten? " Zo blijft de ellendekennis het gehele christenleven door ten volle functioneren, èn opdat de verlossing genade zal zijn èn opdat de dankbaarheid haar ootmoedige oorsprong zal hebben. Het zijn onlosmakelijke schakels: wat betekent verlossing zonder ellende (in ieder geval niet: genade), wat houdt dankbaarheid in zonder verlossing (in ieder geval niet: Christus verheerlijken). Zondag 51 sluit het stuk der dankbaarheid af: „Vergeef ons onze schulden. ..." dat is: „Wil ons, arme zondaren, al onze misdaden, en ook de boosheid, die ons altijd aanhangt, om des bloeds van Christus wil niet toerekenen "• Dit beaamt een ieder door Gods Geest ge-
leide zondaar: het alleen-reinigende bloed tegenover onze (blijvende!) zonde. De Pinksterbeweging mag hoog opgeven over de dankbaarheid van de verloste Christen, maar het moge clan wel een dankbaarheid zijn die in diepe schulderkentenis opkomt uit , , De Heere onze gerechtigheid" en die met verzaking van alle eigengerechtigheid ontspringt aan „de Fontein die geopend is voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 juli 1967
Daniel | 16 Pagina's