Zendingsveld Nigeria
De heer J. D. ten Voorde, voor de zending van onze gemeente werkzaam in Nigeria, schreef in een brief het volgende:
„We zijn dankbaar dat we gezond zijn — en voor zover als we zien — Nigeria iets rustiger is. Iedereen is echter nog wel bang voor een herhaling van het gebeurde. Het is te hopen dat Gods Geest in de harten van de leiders wil werken, zodat zij het goede voor het land zullen kiezen.
Het is op het ogenblik de droge tijd van het jaar. Veertien dagen geleden hebben we echter een klein regenbuitje gehad.
Het is een verademing in deze droge tijd.
Misschien komt er binnenkort nog één, maar niemand is daar zeker van. Dan moeten we wachten tot april voor de regenperiode weer begint. De regentank heeft nog ongeveer 10.000 liter water wat we voor het drinken houden en voor de kinderen om te baden. Nu beginnen de mensen weer met het verbranden van het droge, lange gras en hopen dan grote ratten te vangen, die heerlijk door hen opgepeuzeld worden.
Vorige week zondagavond stond het rondom het huis in vlammen. Dichtbij komt het niet, omdat het gras daar vóór die tijd weggehakt is door de tuinjongen. Het is wel een mooi gezicht, die hoge vlammen in het bos. Het is echter ook een vieze boel, want juist in deze tijd waaien de harde, z.g. „hammatan" winden, die het roet overal heen brengen. In huis, op de meubels, in het servies. Een klap in het gezicht van een heldere hollandse huisvrouw. Maar ja, dat is Nigeria! Je moet er maar aan wennen!
Onze tweede huisjongen zegt dat het verbranden van het gras beslist nodig is. De vuren maken rookwolken die in regenwolken veranderen en als er genoeg zijn, komt er water.
De mensen hier hebben een bijzondere wijze van denken, die ons — Europeanen — vreemd aandoet. Het is zo moeilijk om deze mensen te begrijpen. Ze zijn in een volkomen andere wereld opgegroeid en verklaren de dingen, die gebeuren, op hun manier. De laatste weken ben ik tot de konklusie gekomen dat mensen graag een antwoord op al de vragen willen hebben, die er in ons leven voordoen. Wij willen graag weten waarom en hoe dingen gebeuren zoals ze gebeuren.
Dit zag ik b.v. in het verhaal van een van de leerlingen van de kweekschool. Hij heeft zoiets als polio, maar misschien is het ook een andere ziekte. In ieder geval is hij lam aan één been. Twee jaar geleden ging hij regelmatig naar de dokter.
Later werd het echter erger en de direkteur bemoeide zich met het geval. We brachten hem naar het ziekenhuis en vroegen de dokter hem eens goed te onderzoeken. De dokter zei dat het misschien polio kon zijn. Maar de medicijnen die hij hier kreeg hadden geen baat. Zijn familie dwong hem naar een inheemse dokter te gaan, die beroemd was in het helen van beenklachten. Veel geld werd van deze arme student gevraagd, maar het resultaat was dat hij weer opgeknapt is!
Anderhalf jaar later kwam het echter opnieuw terug. Ik had een gesprek met hem.
Hij vertelde me dat hij vreesde, dat zijn ziekte nooit over zou gaan en misschien weer spoedig erger zou worden. Hij zei: nu moet u niet lachen en er ook niet met anderen over gaan lachen, maar ik wil er toch met u als vriend over praten. U weet dat ik een Christen ben. Mijn vader was een strenge afgodenvereerder en nam mij altijd mee, als hij ging offeren. Maar God zij dank, heeft hij mij nooit kunnen overhalen tot zijn godsdienst. U weet dus, dat ik niet in de tju-tju geloof. Nu moet u echter niet lachen als ik zeg, dat ik in vergif geloof. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien, dat het mogelijk is, iemand te vergiftigen door vergif op de weg te strooien. De medicijnman vertelde mij dit en liet het tenslotte zien. Hij maakte van verschillende soorten bladeren een medicijn en strooide dit langs een pad. Hij liet er een geit langs lopen, die nadat hij vijf meter gelopen had, neerviel met lamme poten. Hij was niet meer in staat te lopen, en de mensen hebben hem moeten slachten.
Deze medicijnman vertelde dat hij de man kent, die dit soort medicijn voor de student had gestrooid en zijn naam genoemd had. Hier was nu zijn ziekte aan te danken.
De arme jongen gelooft deze uitleg en verdenkt iemand in zijn woonplaats.
Toen ik drie jaren geleden voor het eerst deze verhalen hoorde, begon ik te lachen en zei dat het absoluut onmogelijk was.
Dit is iets dat wij met onze westerse gedachtenwereld niet kunnen volgen. Is het daarom ook niet mogelijk? Ik weet het niet, begrijp me goed, ik ben geen Afrikaan, maar ik ben voorzichtiger geworden met het oordelen over dingen, die mogelijk zijn en voor ons onverklaarbaar zijn.
Het is erg moeilijk om deze mensen te begrijpen. We maken dan ook een heel grote fout als we zeggen dat ze geen god hebben. Ik geloof, dat zij dikwijls godsdienstiger zijn dan wij. De dingen die zij niet verklaren kunnen, schrijven zij aan hun goden toe. Zij miskennen de macht daarvan beslist niet. Als ze opstaan danken ze hun god voor de bewaking en bescherming en vragen zijn zorg voor de komende dag. Bij elke belangrijke gebeurtenis: geboorte, huwelijk, sterven, oogsten en planten van nieuwe gewassen, wordt er aan god gedacht en geofferd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1967
Daniel | 16 Pagina's