JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Antisemitisme.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Antisemitisme.

6 minuten leestijd

(2)

Antisemitisme. Na dit kort historisch overzicht willen wij ons thans bezighouden met het Antisemitisme, de haat tegen de Joden. De term is aanvechtbaar, omdat b.v. de Arabieren eveneens aanspraak kunnen maken op de naam Semieten.

Voor een deel is het Antisemitisme een afreageren van onlustgevoelens door een meerderheid op een zwakke minderheid, die onder haar leeft als een vreemde, onbegrepen groep. Een belangrijke oorzaak van de eeuwenlange jodenhaat moeten we echter zoeken in de religie van dit volk.

In de antieke wereld werden de Joelen als de enige volstrekt goddeloze mensen beschouwd, daar zij niet wilden buigen voor de goden in een Grieks of Romeins pantheon.

De grote Romeinse schrijver Tacitus zegt het uitdrukkelijk: „zij nemen geen deel aan de verering van wat voor ons heilig is". Vervolging kon niet uitblij-

ven. Gedurende de vroege middeleeuwen verkrijgt het jodendom in de publieke opinie der volkeren een apart facet, dat onze aandacht ten volle verdient.

IIet staat in verband met de groeiende tegenstelling tussen het jodendom en het daaruit geboren Christendom.

Reeds in het Nieuwe Testament (bij Paulus) komt de gedachte naar voren, dat het Israël naar cle geest erfgenaam is geworden van de oude heilsbeloften uit het Oude Testament. Het vroegere uitverkoren volk was verworpen; door de Heiland te verwerpen, heeft het zijn eigen heil verspeeld en zwerft het rusteloos over de aarde (legende van Ahasveros). Waar dergelijke theorieën gepropageerd worden, is het niet vreemd dat op bepaalde momenten de volkshaat zich uit tegenover de „moordenaars van Christus". Zo kon het dan ook gebeuren, dat tijdens de kruistochten geweldige pogroms (jodenvervolgingen) plaatsvonden.

Als ongeveer 1350 de Zwarte Dood, een pest-epidemie, West-Europa teistert, waarbij 40 % van de bevolking het leven verliest, beschuldigt men de Joden ervan de bronnen te hebben vergiftigd, waardoor de ziekte zou zijn ontstaan. De katastrofe voor het oude volk was ontzettend. Massamoorden op grote schaal roeiden honderden Joodse gemeenten in W'est-Europa uit.

Paus Innocentius III schrijft op het 4e Lateraans Concilie (1215) de Joden voor dat zij als teken van uiterlijke vernedering een gele jodenlap moeten dragen.

Hij verdedigt dit eigenaardige symptoom met een beroep op de gedenkkwasten, die de Joden naar bijbels voorschrift moeten dragen aan cle vier hoeken van hun kleding.

Het is in deze eeuwen na de kruistochten dat de Joden stelselmatig uitgroeien tot de volkstypen, die in het geheugen der volkeren zijn blijven leven als afzichtelijke karikaturen, die als woekeraars de christenen uitbuiten.

In deze periode beleeft het jodendom de fase van zijn diepste maatschappelijke vernedering: vele landen zoals Engeland, Frankrijk, Duitsland en Spanje zetten hen buiten de grenzen. Ook de Kerkhervorming bracht geen verandering in de jodenvervolging. Is het niet opmerkelijk, dat Maarten Luther zich zeer scherp over de Joden uitliet?

Na aanvankelijk erop gerekend te hebben, dat de Joden zijn overtuigingen zouden zijn toegedaan, keerde de grote hervormer, toen hij zag dat de Joden niets van zijn leer moesten hebben,

zich tegen hen. Calvijn heeft zich daarentegen welwillender en gematigder over de Joden uitgelaten. De invloed van de denkbeelden van de Verlichting op de gelijkstelling van Jood en nict-Jood hebben we reeds genoemd.

Halverwege de 19e eeuw verschijnt van de Franse schrijver De Gobineau een verhandeling over de ongelijkheid van de menselijke rassen. Volgens deze denker is het blanke ras superieur, maar deze superioriteit wordt bedreigd door de vermenging met andere rassen.

Deze gedachten zijn van grote invloed geweest op het werk van Houston Stewart Chamberlain (niet te verwarren met enkele engelse staatslieden van die naam) dat in 1899 verscheen. Hij meentdat alle presaties van betekenis in de wereldhistorie moeten worden toegeschreven aan het Germaanse ras, dat in het Duitse volk zijn vertegenwoordiging bij uitnemendheid vindt. Daartegenover staat het minderwaardige ras der Joden, dat als een parasiet voortwoekert en het ras en de geest bederft van de volkeren temidden waarvan het woont.

De nationaal-socialisten hebben deze denkbeelden overgenomen, wat uitgelopen is op een massa-vernietiging van miljoenen Joden. Antisemitisme is zo demonisch van aard, dat er nooit genoeg tegen gewaarschuwd kan worden; het is zonde tegen God.

Mochten wij ter harte nemen wat Jacobus Revius lang geleden schreef in zijn bekende sonnet: , , 't En zijn de Joden niet, Heer' Jezu, die U kruisten". Deze begenadigde dichter mocht inzien dat zijn zonden Christus aan het kruis hadden gebracht, dat, om met M'Cheine te spreken, hij zelf door zijn schuld, Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.

Het meest beschamend is voor ons, dat de kerk mede een rol gespeeld heeft in dit Antisemitisme, al was het alleen maar door nalatigheid in de bestrijding ervan.

Het Concilie van Nicea v. 325 verzet de paasdatum voor de Christenen ondeide uitspraak: „Wij kunnen, wat betreft de dag waarop wij Pasen vieren, niets gemeen hebben met de moordenaars des Heeren".

In uitspraken van kerkvaders uit de eerste eeuwen over de Joden ontdekken we soms een werkelijk antisemitisme. Zo verbiedt Chrysostomus de christenen de omgang met de Joden. Hij aarzelt niet van hen te zeggen dat ze „rijp zijn voor de slachtbank".

De geschiedenis der Joden in het zg. christelijke Europa is een eentonig verhaal van gedwongc-i doop, opgedrongen gesprek, uitsluiting uit beroepen, gilden en bedrijven, verbeurdverklaring van bezittingen, verdrijving van land tot land, bedreiging door pogroms, tot de totale uitmoording in de concentratiekampen van Hitier toe. Het behoeft daarom geen verwondering te wekken dat de Joden in kerk en christenheid vijanden zagen, die hen, in plaats van door het evangelie van Christus tot jaloersheid te worden verwekt, met vrees en diepe afkeer vervulden.

Wat te denken van het gebed van de Goede Vrijdag, waarin door de Rooms-Katholieke Kerk gebeden werd voor de bekering van de „perfidi Judaei". Het latijnse woord perfidus heeft de betekenis van ongelovig. Bij dit gebed behoefde men niet te knielen, immers het joodse volk was voorwerp van Gods toorn en vloek. Het knielen bij dit gebed werd echter in 1956 weer verplicht gesteld. In 1959 heeft paus Johannes XXIII het woord perfidus voorgoed uit de voorbede geschrapt. Wanneer de Kerk doordrongen is van deze beschamende feiten, kan ze slechts heel deemoedig tot Israël komen, om, zoals eenmaal Johannes de Doper deed, heen te wijzen naar het Licht der Wereld.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1967

Daniel | 16 Pagina's

Antisemitisme.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juni 1967

Daniel | 16 Pagina's