JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

,,VROUWENPRAET"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

,,VROUWENPRAET"

7 minuten leestijd

Onze Bondsdag is weer achter de rug. Wij kunnen terugzien op een mooie dag. De belangstelling was weer geweldig; zeker 750 dames vulden het kerkgebouw. Zeeland was heel goed vertegenwoordigd.

Er zijn weer heel wat verenigingen, die contact hebben gezocht om bij onze Bond aan te sluiten. Intussen heeft Dinteloord. de knoop al doorgehakt en heeft zich aangesloten.

We hebben die dag veel goeds en leerzaams gehoord.

Hieronder volgt het openingswoord van ds. H. Rijksen. In de volgende „Daniël" hopen we de onderwerpen van ds. Schipaanboord en mevrouw van Malkenhorst te plaatsen. De a.s. contactmiddag is op de Landdag vastgesteld op D.V. woensdag, 11 oktober 1967.

Houdt u hier allemaal rekening mee met het oog op de verkoopavonden? Met vriendelijke groeten,

De ere-voorzitter, ds. H. Rijksen laat zingen Ps. 68 : 10 en 17, las daarna voor Johannes 4 : 31—42 en vroeg des Heeren onmisbare zegen over deze vergadering. „Het is mij een grote vreugde, " aldus de voorzitter, „u een hartelijk welkom toe te roepen op deze Bondsdag van onze Meisjes-en Vrouwenverenigingen uit de kring onzer gemeenten." Hij sprak zijn blijdschap vut, dat er weer zo'n grote opkomst was en sprak een hartelijk welkomstwoord tot ds. Schipaanboord en mevrouw Dra. Van Malkenhorst, die deze dag tot de vergadering

zouden spreken. Spr. vertelde, dat de Bond steeds groeit — 6 nieuwe verenigingen hadden zich sinds de vorige Bondsdag aangemeld. En als het de Bond goed gaat, is dat een teken, dat de plaatselijke verenigingen bloeien. Hij hoopte, dat de Heere Zijn zegen over het werk van de plaatselijke verenigingen wil-

de gebieden. „U werkt op verschillend terrein", gaat de voorzitter verder, „voor de zending, de plaatselijke gemeente, of een ander doel — maar het is uw aller begeerte in uw verenigingswerk tot een zegen te mogen zijn. Want ook deze arbeid in alle eenvoudigheid gedaan, is arbeid in Gods Koninkrijk. En dan bidden we u ook van harte toe,

Ik heb u voorgelezen uit Joh. 4, en naar aanleiding daarvan een enkel woord. Daar ging het ook over een vrouw, die tot zegen mocht zijn.

U weet het, het gebeurde bij Sichar, op dat stuk land, dat Jacob aan zijn zoon Jozef had gegeven. U weet wel, die zoon, die zeide: „Zal ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God? "

Op dat stuk land lag het plaatsje Sichar en bij dat dorpje lag een bron, die naar vader Jacob genoemd was, de Jacobs bron. Als de Heere Jezus daar op het heetst van de dag bij de bron zit te rusten, terwijl de discipelen het dorp zijn ingegaan om brood te kopen, komt daar bij de bron een vrouw om water te putten, 't Was een vrouw van verdachte zeden. Want, de Heere Jezus zegt tegen haar, dat ze vijf mannen had gehad en het zou natuurlijk wel een wonder zijn als al die vijf mannen waren gestorven. In elk geval, de man die ze nu heeft, is haar man niet.

De Heere vraagt of Hij wat van haar mag drinken. De vrouw hoort aan de spraak, dat de Heere Jezus een Jood is.

Dan kan de vrouw het toch niet laten een beetje spottend even te zinspelen op de rassenhaat, die er tussen de Joden en Samaritanen heerste. „Hoe begeert Gij, die een Jood zijt, van mij die maar een Samaritaanse vrouw ben, te drinken? " En dan spreekt de Heere Jezus dat wonderlijke woord: „Indien gij de gave Gods kendet en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef mij te drinken, zo zoudt gij van Hem begeerd hebben en Hij zou u levend water gegeven hebben."

Jezus zegt: „Indien gij de gave Gods kendet" en daarmee bedoelt de Heere Jezus Zichzelf, want Hij is de Gave Gods. Die gave, waarvan Paulus in verwondering uitriep: „Gode zij dank voor die onuitsprekelijke gave". De Heere zegt tot de vrouw: „Indien gij de Gave Gods kendet". U weet de geschiedenis, hoe de Heere de vrouw gaat ontdekken aan haar zonden, maar ook hoe zij de Gave Gods heeft leren kennen, als Jezus tegen haar zegt: „Ik ben het, Die met u spreekt." Dan mag ze de Gave Gods inderdaad leren kennen.

Dan vergeet ze haar watervat en loopt terug naar Sichar en roept tegen de mensen: „Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft, alles wat ik gedaan heb. Is deze niet de Christus? " Ze hoeft bij deze mensen niet te zeggen, wat de Heere Jezus gezegd heeft, want dat weet iedereen. Sichar kende haar.

En wat slaat dat getuigenis in, want het was ook echt. De vrouw heeft haar leven lang geprobeerd

haar schuld goed te praten, maar nu zegt ze: „Ik heb het gedaan." Ze probeert zich niet te verontschuldigen, niet vrij te pleiten, ze schuift niet de schuld op die zes mannen, maar ze zegt: „Nee, ik, ik heb het gedaan. En Hij heeft het me gezegd." Dan gebruikt de Heere dit getuigenis van die vrouw tot een rijke zegen, want dan lezen we: „En velen van de Samaritanen uit de stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw." Velen, 't Zou al groot geweest zijn, als die vrouw als middel voor één was gebruikt, maar nu velen.

Wat werd deze vrouw tot een zegen gesteld — tot een zegen van velen — tot een eeuwige zegen.

Ik zei aan het begin: „Het is uw begeerte in uw verenigingsarbeid tot een zegen te zijn, " maar al is het nu niet zo'n opzienbarende als bij deze Samaritaanse vrouw, waar het direct uitkwam, dat ze voor velen als middel werd gebruikt, toch bid ik u toe, dat de Heere uw verenigingswerk, maar ook uw persoonlijk leven tot een zegen stelle. Ik bid u ook toe, dat u net als deze vrouw persoonlijk de Gave Gods moogt kennen of mocht leren kennen. Want het geldt nog wat Jezus zei: „Indien gij de gave Gods kendet." Ik hoop, dat we niet eerder zullen kunnen rusten, voordat we die Gave Gods hebben leren kennen.

De Heere heeft beloofd: „Op uw noodgeschrei doe ik grote wonderen." Hij wil er dus om gebeden zijn.

Geve de Heere, dat u niet alleen zelf die Gave moge leren kennen, maar ook, net als deze vrouw voor anderen, in verenigingsverband, tot een rijke zegen gesteld moge worden.

Na dit openingswoord maakte ds. Rijksen de uitslag van de bestuursverkiezing bekend. De beide aftredenden, de dames W. den Hertog en A. Brouwer werden met grote meerderheid van stemmen herkozen. Daarna stelde de voorz. voor, om zoals dat gebruikelijk is een telegram van aanhankelijkheid te zenden aan H.M. Koningin Juliana. Hierna werden gezongen het le en 6e vers van het Wilhelmus. Dit is toch altijd weer een plechtig moment.

Nu krijgt ds. Schipaanboord gelegenheid te spreken over het aangekondigde onderwerp :

„HET GEZINSLEVEN VAN IZAaK

EN REBECCA." Na de pauze werd door de spr. een groot aantal vragen beantwoord. Uit het stellen der vragen bleek duidelijk, dat er met zeer grote aandacht naar het onderwerp was geluisterd.

Vervolgens kreeg mevrouw Van Malkenhorst het woord. Zij sprak over:

„LEVENSGELUK EN LEVENSAANVAARDEND

Ook hier kwamen nog veel vragen over. Na een prettige beantwoording kreeg de presidente, mejuffrouw W. den Hertog, het woord, waarbij ze zo als altijd een ernstig persoonlijk woord tot een ieder richtte.

Na een dankwoord uitgesproken te hebben tot allen, die mee hebben geholpen deze dag tot een onvergetelijke te maken, werden op haar verzoek van Psalm 119 de verzen 1 en 2 gezongen.

Ds. Rijksen sloot deze mooie en leerzame dag met dankgebed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1967

Daniel | 16 Pagina's

,,VROUWENPRAET"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1967

Daniel | 16 Pagina's