Tot in de dood
(1)
Er was geen redding na de droeve val, toen wij moedwillig 't paradijs verbeurden, door satans list, die ons 't geluk ontstal en heel de schepping onder 't vonnis treurde. De dieren, eens gedwee, elkaar verscheurden; de bliksem, trof de schone cederstam; de bloemen knakten, die zo vriendlijk fleurden; de wolf vermorzelde het dartel lam; de dood, zo onafwendbaar, 't leven nam .... Gezegend uur, in d' eeuwigheid geslagen, toen Christus als Verlosser tot ons kwam: „Ik zal de toorn cles Vaders willig dragen, Ik zal als Herder naar Mijn schapen vragen, Ik schenk uit liefde weer het eeuwig leven!" Toen ging na sombre nacht de morgen dagen: Gij hebt Uzelf tot in de dood gegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1967
Daniel | 16 Pagina's