Een weerwoord tot de Pinksterbeweging
(i).
Aanklacht.
De Pinksterbeweging klaagt ons aan. En dat op twee manieren: zij verwijt ons, als leden van de kerk, gebrek aan het werk van de Heilige Geest, en een niet serieus nemen van de gehele Bijbel. Moeten we, alvorens te pogen een antwoord te geven, hierop niet het hoofd buigen? Want als de kerk één gebrek vertoont, dan is het wel een schromelijk tekort aan waarachtig geestelijk leven. In het gesprek met de Pinksterbeweging dienen wij ook ootmoedig te blijven. Maar al te gauw zijn we immers geneigd te vechten voor eigen triomf. En daar gaat het niet om. We moeten eerlijk zijn, en als we dat zijn zal ons alle hoogmoed wel vergaan. Het gaat niet om onze zege, maar om de waarheid der Schrift en dus om de God der Schriften. In zulke gevallen hebben we een diep besef nodig van onze beperkte menselijkheid, we hebben gebed nodig en opening in de Schriften. Laten we zo, in de erkenning dat we bedroevers van de Heilige Geest zijn, proberen na te gaan wat de Pinkstermensen bedoelen met hun aanklacht en of vooral de tweede aanklacht wel juist is.
Stelling.
Wat ik in het volgende — zij het al te kort — zou willen aantonen is dit: de wijze waarop de Pinksterbeweging de Bijbel hanteert is ondeugdelijk. Gebrek aan de Heilige Geest is het gevolg van het feit dat men geen ernst maakt met de reformatorische leer van Wet en Evangelie, de verkondiging van zonde en genade. Dit evenwel raakt ook onszelf — wie zou dit durven ontkennen? — maar wel met name juist de Pinksterbeweging.
de Pinksterbeweging
Richting aangeven.
Ik verbeeld me niet hier in deze artikelen echt antwoord te geven, het laatste woord te spreken. Ik wil alleen de richting aangeven waarheen we moeten gaan om tot een verantwoording te komen. Een gelukkige omstandigheid is dat ds. H. Rijksen een uitvoerige artikelenserie in , , De Saambinder" aan deze stof heeft gewijd. Lees die nog eens na, m.n. wat betreft de geschiedenis van de Pinksterbeweging, de kinderdoop, de gebedsgenezing en het chiliasme e.d. Hierover zal ik niets of weinig zeggen, omdat het mij hier vooral gaat om het verstaan van de Bijbel en om de grondslagen van de prediking en het christenleven.
Het verstaan van de Bijbel.
De Pinksterbeweging wil de Bijbel van a tot z accepteren als het woord van God. Dat willen wij ook. Maar dat wil niet zeggen dat we nu ook iedere tekst afzonderlijk uit zijn verband mogen lichten om zo onze meningen te staven. Ongetwijfeld is elk schriftwoord van God ingegeven (2 Tim. 3 : 16), maar daarom hebben we nog niet het recht elk schriftgedeelte te beschouwen als een op zichzelf staand geheel. Juist niet! Want we hebben niet een aantal teksten van de Heere ontvangen, maar de gehele Schrift. Alle schriftwoorden vormen een gulden keten, zodat ze hecht met elkaar verbonden zijn. Daarom willen ze tesamen gelezen en gehoord worden en vragen ze a.h.w. zelf om uitleg vanuit de andere woorden der Schrift.
Wat bedoelt de Heere nu met deze schakel van schriftwoorden? In één woord: openbaring. Door middel van (o.a.) profeten en apostelen zegt God ons aan hoe Hij zijn volk en de wereld door de geschiedenis leidt: de geschie-
denis van Gods trouw tegenover de ontrouw van de mens. Geschiedenis dus, d.w.z. een werkelijk gebeuren. In de Bijbel is dat het werkelijke gebeuren van Gods heilsdaden: schepping, zondeval, vleeswording van het Woord, enz. Dit „historische" karakter van de Bijbel maakt nu net de onaantastbare werkelijkheid uit van het christelijk geloof. Het geloof richt zich op Gods heilsfcitcn, op de Heere die, alle goddeloosheid ten spijt, doorgaat met zijn geschiedenis. De Ileere buigt zich dus neer tot de aarde, tot de tijd, tot de mens van een bepaalde tijd en situatie. Dat „tijdelijke" is geen bijzaak, maar daar komt het juist op aan: daar vallen beslissingen, daar openbaart Hij zich. lloe zouden wij dan die situatie veronachtzamen? En hoe zouden wij dan voorbarig conclusies gaan trekken uit één bepaalde situatie zonder het geheel van de Bijbelse gegevens daarin te verwerken? Hoe nu echter tot „het geheel" te komen?
De functie van de dogmatiek.
Om het geheel van de Schrift te verstaan is het nog onvoldoende dat we zonder meer Genesis tot Openbaring lezen. Het lezen van de Bijbel zal pas vruchtbaar worden, zal pas tot een „verstaan" komen, wanneer w T e, om een voorbeeld te geven, ons bij het lezen van Openbaring het boek Genesis nog herinneren, omdat het alles Gods woord is. Algemener gezegd, komt het hierop neer: we moeten Schrift met Schrift vergelijken. En dit laatste lijkt mij de functie van de dogmatiek. Niet om een prachtig sluitend systeem op te bouwen, maar om te luisteren naar de verbanden die de Bijbel zelf legt. Denk aan de eenheid van Oud en Nieuw Testament, die o.m. aan de dag treedt in de vele aanhalingen uit het Oude in het Nieuwe Testament. De Bijbel is een eenheid en één bepaalde tekst geeft slechts één moment weer van al de andere. Tot een schriftuurlijke belijdenis zal het pas komen als deze inderdaad voluit op de gehele Schrift gefundeerd is, waarbij de dogmatiek dienstbaar is om de verbanden te leggen. Tk meen dat ik dit mag zeggen: de Pinksterbeweging heeft ongelijk als ze beweert dat wij niet in de gehele Bijbel geloven. Alleen, voor ons betekent de gehele Bijbel: alle teksten tesamën met hun verbanden. Voor de Pinkstermensen betekent het veeleer: alle teksten afzonderlijk, hetgeen vermindering en kleinering van het schriftgeloof met zich meebrengt.
A. dc R.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1967
Daniel | 16 Pagina's