JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONS GEBEDSLEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONS GEBEDSLEVEN

4 minuten leestijd

5 — waarom bidden we?

Tenslotte nog iets over de inhoud van het gebed. De Bijbel zelf gebruikt dikwijls het voorbeeld van de verhouding van een vader of moeder tot hun kinderen. In psalm 103: „Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt zich de Heere over degenen, die Hem vrezen." En Jesaja: „Als een die zijn moeder troost, zo zal ik U troosten". Zoals een klein kind nu tot zijn ouders gaat met al z'n blijdschap en verdriet, zo mogen wij door het offer van de Heere Jezus in het gebed tot God komen en alles aan Hem voorleggen, zowel vreugde als moeilijkheden en wensen, want het gebed bestaat niet alleen uit vragen, maar ook het danken hoort daarbij. De catechismus noemt in zondag 45 het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid. En ook „dat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken." En verder „dat wij deze vaste grond hebben dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus' wil zekerlijk wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft." Wanneer wij niets meer van onszelf verwachten en in ware ootmoed in gebed gaan, zal de Heere ons dus nooit afwijzen. Het gebed om genade wordt vast en zeker verhoord en dat is een grote troost voor ons. Dit zal ons kracht geven vol te houden in het gebed: „Volhardt in den gebede."

Ook mogen en moeten we bidden voor de mensen die aan ons zijn toevertrouwd of die boven ons gesteld zijn. Wanneer we aan ons gezin en aan onze familie denken kan iedereen zijn eigen moeilijkheden opnoemen. Dit alles mogen we aan de Heere vertellen. Maar dit mag niet het enige zijn, want dan stellen we toch ons eigen wereldje weer in het middelpunt. Ook zij, die over ons gesteld zijn, hebben ons gebed nodig: het koninklijk huis, de overheid, de onderwijzers aan wie de kinderen worden toevertrouwd. En ook in het gemeenteleven heeft de kerkeraad onze voorbede nodig. Laatst zei een ouderling tegen me dat hij het kon merken, wanneer er in de gemeente gebed voor hen was. Zij hebben geen gemakkelijke taak en ondervinden veel kritiek. Als mensen hebben zij hun fouten en gebreken, terwijl er toch zoveel zelfverloochening van hen gevraagd wordt, hetgeen dwars tegen het karakter ingaat. Het gebed van de gemeenteleden kan daarom een krachtige steun voor hen zijn, terwijl de leden zelf door hun gebed deze mensen dikwijls met andere ogen zien. En zo hebben ook de predikanten en de mensen op het zendingsveld ons gebed hard nodig. En deze gebeden zijn naar Gods wil en tot Zijn eer, want allen werken aan de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Daarbij is er in onze gemeenten nog een bijzondere nood: het kleine aantal predikanten in verhouding tot de vele gemeenten. De Heere Jezus zegt zelf: „Bidt dan de Heere des oogstes dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote." Graag wil ik met een gedicht van C. Rijnsdorp eindigen:

DE BIDDER

„In d' eenzaamheid zijn God gezocht". Gezocht? Neen, veeleer God ontweken, totdat een kracht hem overmocht, hem dwong tot knielen en tot spreken. Voor hem was geen ontkomen meer, geen grijpen meer naar aardse dingen, maar 't was als drukte een Hand hem neer, tot lippen zich bewegen gingen en 't hart, het zwerven stervensmoe, zich keerde weer zijn Schepper toe.

„In d' eenzaamheid zijn God gezocht". PI ij knielde in de stilte neder; zijn ziel begon die vreemde tocht, die worstling naar het Midden weder. Een groter zon dan 't oog ooit zag liet in de ziel haar stralen vallen. Toen werd het meer dan lichte dag in 't brandpunt van die bundeltallen, en wat hem in dat licht verscheen, dat weet de ziel en God alleen.

S. T. van Malkenhorst-Visser, L. Sparreboomstraat 24, Rotterdam-26.

BONDSDAG '67

De Bondsdag ligt weer achter ons. Het was een geslaagde dag. Niet in het minst door de geweldige belangstelling èn — vanzelf! — door de twee sprekers. Een verslag volgt nog.

Mevr. M. Hardon-Kieviet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1967

Daniel | 16 Pagina's

ONS GEBEDSLEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1967

Daniel | 16 Pagina's