JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gesprekken rond de eredienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gesprekken rond de eredienst

7 minuten leestijd

Wij, jongeren

Gesprekken ron Nog eens de Wel

Ook deze keer weer een brief. Nu van een lezeres. Zij wil nog eens terugkomen op ons stukje over de Wet in de eredienst. Dat is al weer lang geleden (10 maart) en daarom zullen we nog even in het kort herhalen wat er in stond. In onze inleiding wilden wij laten zien, dat God met Zijn wet ons niet wil afstoten, maar ons welzijn op het oog heeft. Als de wet het ons dus moeilijk maakt, dan ligt dat niet aan de Heere, maar aan ons. Dat kan ons brengen tot de belijdenis: de Heere is goed en recht, maar ik heb gezondigd.

Nu haakt deze lezeres op die inleiding in. Zij leest eruit alsof wij het welzijn van de mens nu ook als het hoofddoel van de wet zien. Zij schrijft: „In de aflevering van 10 maart schrijft u over de Wet. Boven dit stukje staat: Waarom de Wet? en de slotzin geeft op deze vraag het juiste (hoewel onvolledige) antwoord. De manier echter waarop u tot dit antwoord komt is zeer onbevredigend en bevat bovendien een onjuiste gedachtengang. De geboden van de eerste tafel zijn er niet om ons te beschermen, maar „om ons te leren hoe wij ons jegens God zullen houden" (antwoord op vraag 93 van de Catechismus). En verderop: „Volgens u bedoelt God met Zijn Wet ons welzijn (en uit wat u schrijft blijkt dat u hiermee bedoelt: het materiële of aardse welzijn), volgens mij gaf Hij Zijn Wet in de eerste plaats tot Zijn eer: Gods Rechtvaardigheid wordt verheerlijkt in het straffen van de zonde óf aan de zondaar öf aan Zijn Zoon als plaatsvervanger van zondaars. In die weg had Hij het geestelijk welzijn van die zondaars voor ogen. En zij eren Hem door het d de eredienst houden van Zijn geboden uit dankbaarheid."

Tot zover deze briefschrijfster.

Natuurlijk wil de Wet ons voor alles leren, dat het doel van ons leven is: God te eren. In een dogmatisch stuk zou dat ook niet hebben mogen ontbreken. Maar in Daniël willen wij meer een gesprek met elkaar. En die keer wilden we, ter inleiding, alleen zeggen: heb je er wel eens bij stilgestaan, dat Gods Wet ook ons leven ordent tot ons eigen welzijn? dat de Wet ook ons gezin, ons huis, ons lichaam beschermt? Een voorbeeld kan dat misschien duidelijk maken. Als kleine kinderen leren dat zij vader en moeder moeten gehoorzamen is dat ook voor hun „eigen bestwil." Oók. Niet alleen. Voor alles verdienen je ouders het dat je ze eert. Zij zijn het waard. Zo is het ook met God. God is het vóór alles waard, dat wij Hem dienen. Als de briefschrijfster dat wil onderstrepen, dan zijn we haar alleen maar dankbaar. God in het middelpunt — niet wij! En als God in Christus ons genade bewijst, willen wij niet anders dan Hem alle lof en eer toebrengen. Maar mogen we dan niet zeggen dat Hij weer voor ons welzijn zorgt, ook voor ons tijdelijk welzijn? God heeft Zelf ons leven op aarde geschapen. En midden in de chaos die wij mensen daarvan gemaakt hebben, trekt Hij nu het spoor van Zijn geboden. Zo komt de oorspronkelijke bedoeling van de schepping weer in zicht.

Nu stond er in deze brief ook nog iets anders. Ook dat willen we nog aanhalen: „Het gehoorzamen uit angst is niet de juiste houding, maar wel beter dan niet-gehoorzamen, en als zodanig niet afkeurenswaardig. Immers, waar de

Wet niet beleefd wordt als „kenbron van ellende" en „tuchtmeester tot Christus" (le), cn dus ook niet als „regel der dankbaarheid" (2e), daar wordt de liefde tot God en Zijn geboden gemist en kan de Wet alleen dienen als Christelijke leefregel, waarbij zegen èn vloek van kracht blijven, " aldus de briefschrijfster.

Eerlijk gezegd, daar zijn we werkelijk van geschrokken. Als wij de Wet haar eigenlijke werk niet laten doen (terwijl dat toch tot Gods eer is en tot ons behoud!), mogen wij dan wèl de Wet laten optreden als „Christelijke leefregel"? Daar mogen we toch geen vrede mee hebben! En die noodtoestand mogen we nooit „Christelijk" noemen. Zo nemen we de Wet.. . . niet serieus genoeg en dan doet — volgens Galaten 3 — Christus ons geen nut.

„Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept", zou Paulus zeggen.

()nze ambtsdragers

We stappen nu over naar een heel andere brief met een heel ander onderwerp. Deze brief ligt allang te wachten tot het onderwerp in onze rubriek ter sprake zou komen. Het gaat over de ambten in de kerk. Of liever: over het eren van de ambtsdragers in de kerk. Maar de — wat oudere — briefschrijfster komt niet met vragen of met kritiek. Ze hoopt alleen dat dit onderwerp nog aan de orde zal komen in onze serie. Nu maakte ze het ons wel heel makkelijk, want door ons een dikke brief te sturen ligt het artikel eigenlijk al vóór ons. We willen jullie dit graag laten lezen. Het spreekt voor zichzelf. „Hoewel ik tot de oudere garde behoor, lees ik toch steeds met veel genoegen het jeugdblad Daniël. Ik ben blij dat de kerkdienst eens onder de loep genomen wordt. Want wij, die er van jongsaf bij grootgebracht zijn (cn gelukkig), zijn aan al die dingen zo gewend geraakt dat het wel eens goed is dat we er met de neus op gedrukt worden.

Nu hoop ik zo dat „het ambt" ook een beurt krijgt. Om maar bij de dominee te beginnen: beseffen we het wel voldoende dat hij daar staat als een gezant van God? Als we daar meer van doordrongen waren, wat zou er dan meer „spanning" in het luisteren zijn tijdens de kerkdienst. En vooral in deze tijd, nu allerwege het „gezag" zo ondermijnd wordt, lijkt het mij wel nodig dat daar aandacht aan besteed wordt. Want als je zo om je heen ziet — en vooral hoort, wat is er dan weinig eerbied voor de ambtsdragers. En dan hoeft men echt de jeugd alleen daar niet dc schuld van te geven: hoe wordt thuis door de ouders over de dominee en de kerkeraad gesproken? Gebreken worden uitgemeten, fouten, vooral karakterfouten worden smakelijk opgedist ten aanhoren van heel het gezin. Wordt er wel eens aan gedacht, hoe moordend dat werkt, ook bij nog jonge kinderen?

Moeten we daarom alles maar goed praten wat door ambtsdragers gedaan of gelaten wordt? O, nee, want ze kunnen ons net zo goed als andere mensen grieven en onheus behandelen. Breng het dan niet op straat, maar probeer het met dc persoon zelf uit te praten. En krijg je geen gehoor — want nogmaals, het zijn ook mensen — zoek het dan hogerop: vertel het aan de Heere.

Als er eens meer gebed voor dc ambtsdragers was, dan gingen we een goede tijd tegemoet. Wat een onbetaald, opofferend werk wordt er door ouderlingen en diakenen gedaan! Ook de vrouwen en gezinnen moeten zich daarvoor veel opofferingen getroosten. Eert ze toch om hun werk.

Is ook dit niet mede de oorzaak dat de Pinkstergroepen zo weelderig groeien omdat het ambtsbegrip en kerkelijk besef zo ver zoek is? Men verandert toch vaak van kerk als van een broodjeswinkel. Waar blijven we met de belofte bij het doen van onze belijdenis: ook, dat we ons zullen onderwerpen aan de

tucht, zo we ons in léér en/of leven zouden misgaan? " v

Hier moeten we deze brief wel afbreken. Is er iemand die er op in wil gaan? We ontvangen nog steeds graag brieven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1967

Daniel | 16 Pagina's

Gesprekken rond de eredienst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1967

Daniel | 16 Pagina's