JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Rond en uit de Bijbel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rond en uit de Bijbel

6 minuten leestijd

(3)

(3) Het antwoord van het volk. Wat is de reactie van het volk op Gods liefde (11 : 1)? Afgoderij, d.w.z. het volgen van de Baiils (1-3); hoogtendienst (10 : 8), d.w.z. een eredienst op gewijde heuvels die doorspekt was met allerlei heidense praktijken, zoals de gewijde prostitutie (4 : 13), verering van beelden (11 : 2), kalverendienst (8 : 5, 10 : 5). In naam schijnt er nog wel hoogtendienst geweest te zijn die aan Jahwe gewijd was (vgl. 4 : 15), maar 't meest werden de „boelen", d.w.z. de Baiils gediend (2 : 4, 7; 9 : 10; 11 : 2).

Ilosea leefde in een tijd van syncretisme, dat is: ersmelting van het ware met het valse, dus aanpassing met verlies van waarheid (vgl. 2 : 15 waar Jahwe Baal genoemd werd!). Vooral het vereren van gouden kalveren te Dan en Bethel (8 : 5, 6; 13 : 2) schijnt hoogtij gevierd te hebben. Daarnaast is sprake van bijgeloof, een soort „orakelvragen" (4 : 12) en vooral van onzedelijkheid veroorzaakt door de Baiildienst (4 : 11 en 14b).

e Bijbel 4) De politieke zonden. We zagen in het begin al even op welk een gewelddadige manier de Koningen tijdens IIosea's optreden op de troon kwajmen (2 Kon. 15 : 10, 14, 24, 30). Hiervan vinden we de weerklank in zijn profetieën:7 : 3-7, 6 : 8. De kern van Hosea's kritiek hierop lezen we in hfdst. 8 : 4. „Zij hebben koningen gemaakt maar niet uit Mij." Israël mocht wel een koning hebben, maar bij de gratie Gods; het moest theocratisch geregeerd worden, dus in onderdanigheid aan en vertrouwen op de Heere. Hfdst. 13 : 9 zegt wat de basis van de theocratie is: In Mij is uw hulp."

We bemerkten ook al hoe — m.b.t. de buitenlandse politiek — Israël hulp zocht bij Assyrië door schatting te betalen. Dit is weerspiegeld in hfdst. 5 : 13, waar het scherp wordt afgewezen. Israël moet tot de Heere wederkeren, maar geen vriendschap zoeken met heidense wereldmachten, lees 7 : 8—12. 5) Sociale zonden. Maatschappelijk stond de situatie er zedelijk gezien evenzeer

slecht voor, lees 4 : 1 e.v., 6 : 8, 7 : 1. Let op het overtreden van de tweede tafel van de Wet in 4:1: loeken, liegen, doodslaan, overspel doen, stelen! Zelfs profeten (4 : 5) en priesters staan onder Hosea's kritiek (4 : 6—S).

6) Oorsprong van de zonde. De oorzaak zit dieper dan de daad; die wordt gezien in het ontrouw zijn aan de Heere (6 : 7). De oorsprong van al het kwaad ligt dus in het hart, het is een geest der hoererij (8 : 4). Daarom kan de zonde ten diepste ook als ondankbaarheid worden voorgesteld (2 : 4, 7, vooral 10 : 1 en 12; 13 : 6).

7.) De zonde in het verleden. Ilosea haalt nogal eens zonden van het volk uit de historie op, om te laten zien hoe verweven Israël met het kwaad is. Alleen stamvader Jakob wordt als toonbeeld van geloof aangehaald (12 : 4 e.v.) Maar verder wordt er b.v. aan de schanddaad te Gibea (Richt. 19) herinnerd in 9 : 9 en 10 : 9, en in het algemeen aan de vroegere Baaldienst die al begon direct na de woestijnreis bij het begin van de vestiging in Kanaiin (13 : 5 e.v.) De Heere verwachtte — menselijkerwijs gesproken — vruchten, maar ondervond integendeel ondankbaarheid, direct al in Baal-Peor (t.g.ov. Jericho), zie 9 : 10 en vergelijk dat met Num. 25. Het kwaad zat niet in de rijke gaven die de Heere het volk had geschonken, maar in het misbruik daarvan (2 : 7); dus niet in de goederen zelf, want de Heere belooft zelfs opnieuw dergelijke zegeningen (2 : 14).

Maar de vervulling van die belofte gaat door de woestijn heen (2 : 13), d.w.z. door het gericht, de ballingschap heen. De woestijn is het beeld van Israëls „ledigheid", zijn „hulpeloze" afhankelijkheid, vgï. 2 : 2. Zó zou de Heere helpen: oals Hij ze eertijds uit vrije liefde uit de dorre woestijn had gered naar het land Kanaiin.

8). Gods gericht. Die totale verdorvenheid van Israël beantwoordt de Heere met Zijn gericht (6 : 5). Het zal niet alleen komen, het is er al: sraël is dood (13 : 1). Maar vooral toch in de toekomst: ehu's huis zal ten ondergaan (1 : 4 e.v.), zelfs het hele rijk (1 : 5, 5 : 8, 10 : 7), de zondige cultus (afgodendienst) zal uitgeroeid worden (10 : 2). De wegvoering in ballingschap wordt ook verschillende malen aangekondigd:2 : 5 e.v., 9 : 3 (d.i. dus de Assyrische ballingschap van N.-Israël uit het jaar 722, niet te verwarren met de Babylonische van zuidelijk Juda uit het jaar 586!) Toch houden deze gerichtsaankondigingen geen laatste vernietiging in van het-volk. Het ziet alles veeleer op tuchtmaatregelen om Israël tot bekering te leiden: fdst. 5 : 15 zegt het: . . . . totdat zij zichzelf schuldig kennen en Mijn aangezicht zoeken." Gods toorn is daarom zo geweldig, omdat zij uit getergde liefde voortkomt, omdat die liefde is omgeslagen in haat (9 : 15-17). Merkwaardige, gedurfde beelden worden voor Gods toorn gebruikt, zoals mot en verrotting (5 : 12). In 13 : 7 is de Heere als een leeuw voor Efraïm (voor Israël).

Let er bij het lezen op hoe zeker het gericht zal komen en dat toch steeds weer de roep tot bekering klinkt ( 2 : 1, 10 : 12) en dat het volk zich weigert te bekeren (11 : 5).

9.) Het „onmogelijke" heil. Wat bij de mensen onmogelijk is door verharding in onbekeerlijkheid, kan bij de Heere. Hij is geen mens, maar de heilige God (11 : 8, 9). Het elfde hfdst. spreekt van de ontrouw van Israël en van Gods trouw Die zichzelf niet kan verloochenen. Door de ballingschap zal de Heere het volk tot bekering brengen (2 : 5 e.v.) In die woestijn van de ballingschap (2 : 13) wordt Israël enerzijds op zijn afkomst gewezen (vgl. 2 : 2!), dus ontiedigd en schuldig gesteld, maar anderzijds — en daar gaat het om — wordt daar naar haar hart gesproken (2 : 13). In de ballingschap gaat de Heere hen leren sterven aan alles wat geen Israëls God is (3 : 4), opdat ze „vrezende tot

de Heere en Zijn goedheid zullen komen." (3 : 5).

10.) Genade. Zo werkt de Heere Zelf alles. Ook het boek Hosea predikt ons niets clan zonde aan de kant van Gods bondsvolk, en niets dan genade aan de zijde van de Verbondsgod. De mens kan zijn heil nergens zelf vandaan halen. Maar achter het „kan-niet" staat geen punt in de prediking, zodat er voor allen slechts Wetsprediking zou zijn en aileen voor de uitverkorenen (of mensen met een of andere hoedanigheid) Evangelieverkondiging! Nee, als er voor ons een punt achter staat, begint het bij de Heere — met eerbied gezegd — pas werkelijk. De Wetsprediking bereikt haar hoogtepunt en snijdt het diepste in wanneer zij uitmondt in de verkondiging van de genade, Nieuw-Testamentisch: e plaatsbekleding. De rechte ontdekking gebeurt daar waar de prediking alle poging tot zelfbekering als een wegwerpelijk kleed uit handen slaat en zegt: Ik zal hun afkering genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben" (14 : 5). In deze vrijwilligheid, in dit eenzijdige „Ik zal" ligt cle diepste vernedering, ja cle diepste verootmoediging voor cle mens, de mens van rond 700 voor Chr. in Israël èn de mens van 1967 in Nederland. En deze prediking van zonde en genade blijft geen beschrijvende beschouwelijkheid, maar beveelt in cle Naam des Heeren: Bekeert U tot cle Heere, zeg tot Hem: eem weg alle ongerechtigheid" (14 : 3). Die prediking stelt schuldig, en dringt gelijkelijk aan op het vluchten tot de genade. En genade wil zeggen: iet het werk onzer handen, niet onze bekering en vroomheid, maar Uw ontferming voor een hulpeloze wees! (14 : 4). Zo leert cle Heere Zijn volk en Zijn gemeente wat Zijn liefde wil zeggen, ook dwars door de menselijke verdraaidheid heen. „Niet-Mijn-volk" wordt „Mijn-volk" (1 : 12), cle hoer wordt bruid (2 : 18 e.v.) Uit Gods huwelijkstrouw en - liefde komen alle zegeningen voort (14 : 5—9).

Ethan zingt het in Psalm 89 : 18 zo: Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte, en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden."

A. cl. R.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1967

Daniel | 16 Pagina's

Rond en uit de Bijbel

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1967

Daniel | 16 Pagina's