JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Israël onder de heidenen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Israël onder de heidenen

4 minuten leestijd

Israël onder de heidenen Israël moest alleen wonen; het mocht niet vermengd worden met de volken rondom. Maar toch zou dit volk gesteld worden als een licht voor de hei-denen.

Bij het heengaan van Jozna had het volk gezegd: „Wij zullen de Heere, onze God dienen en wij zullen Zijn steim gehoorzamen." En Israël hield woord, want het diende de Heere al de dagen van de oudsten, die lang na Jozua leefden. Na die oudsten echter verliet het volk de dienst van de ware God en volgde andere goden na. Daardoor verwekten ze de Heere tot toorn. Israël kon geen licht meer uitstralen, want het boog voor Baal en Astharoth. De heidenen rondom konden niet meer jaloers worden op dat gezegende volk. En dan krijgen de vijanden de overhand, dan hier dan daar. Richters moeten verwekt om de vijanden ten onder te brengen. Israël moet zuiver blijven en alleen de God van hun vaderen eren en gehoorzamen. Het isolement moet streng gehandhaafd blijven.

En nu zien wij juist in die richterentijd, waarin al het heidense geweerd moet worden, Gods verkiezende liefde zich openbaren: Ruth, de Moabietische wordt ingelijfd in Israël. De Heere doorbreekt het isolement. Zo zal straks cle middelmuur tussen Israël en de heidenen volkomen verbroken worden. De profeet Jona begrijpt dat niet of wil het niet begrijpen. Hij wil Gods boodschap niet brengen aan de inwoners van Ninevé. Als de profeet geen andere w7eg meer kan inslaan, wordt hij gedwongen om naar cle heidense stad te gaan. En zijn prediking had vrucht. •Ook hier betoont cle Heere Zijn genade aan een volk, dat leefde buiten het verbond met Israël.

Wij zouden misschien geneigd zijn te denken, dat Ezra en Nehemia in de geest van Jona handelden, toen zij geen hulp wilden ontvangen van de gemengde bevolking rondom Jeruzalem. Maar toch was dat niet zo. Die twee leiders van het teruggekeerde volk uit ballingschap zagen heel goed in, welke taak Israël had: De boodschap en cle roeping, die Israël had ten opzichte van het heidendom, moest zuiver bewaard blijven. Israël moest herbouwd worden, staatkundig en ook geestelijk. Zou het gemeenschappelijk de stad en tempel bouwen met cle heidenen, dan zou het weer afwijken van de dienst van de ware God. Dan kon het niet schijnen als een licht om het heidendom aan te trekken tot de dienst van de Heere. Vandaar dat Nehdmia zo streng optreden moet. Hij is de grote hervormer en hij moet telkens verzuchten: „Gedenk mijner, mijn God, ten goede." Hij ijvert voor cle eer van Gods Naam, opdat de andere volken zouden komen om cle Heere te aanbidden in Jeruzalem. Niets anders beogen cle profeten. Zij zijn de wakers over het geestelijk bezit van Israël. Dat volk mag niet ondergaan en opgelost worden in cle volken rondom de grenzen. Het moet cle heidenen trekken binnen het licht van Gods heilsopenbaring. Het volk van Israël moet telkens weer gereinigd worden, opdat het zuiver zal staan tegenover de omringende volken. En dan

zullen de heidenen weten dat de Heere God is. Dit komt heel duidelijk uit in Ezechiël 36: „Alzo zegt de Heere Heere: Ten dage, als Ik u reinigen zal van al uw ongerechtigheden, dan zal Ik de steden doen bewonen en de eenzame plaatsen zullen bebouwd worden." En wat zal er dan gezegd worden? „Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond." En wat zal dat uitrichten bij de heidenen? „Dan zullen de heidenen, die in de plaatsen rondom u zullen overgelaten zijn, weten, dat Ik, de Heere, de verstoorde plaatsen bebouw en het verwoeste beplant. Ik, de Heere, heb het gesproken en zal het doen."

De uiteindelijke bedoeling van God met Zijn volk, te midden van de volken, vinden wij zeer schoon voorzegd door Jesaja, hoofdstuk 2: „En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des Heeren zal vastgesteld zijn op de top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot dezelve zullen alle heidenen toevloeien.

En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg des Heeren, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heeren woord uit Jeruzalem."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1967

Daniel | 16 Pagina's

Israël onder de heidenen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 mei 1967

Daniel | 16 Pagina's