Hemelvaart
Wat zoekt gij? Wèl hen die, nadat de wereld met haar pracht en heerlijkheid hen op het dwaalspoor gebracht heeft, het voortaan beginnen in te zien, dat het toch niets te betekenen heeft met al het ijdel wezen, en nu voortaan op de Ontfeiimer hopen. De Geest, de Heilige, Die brengt terecht, Hij leidt op het rechte pad.
En nu, in uw zoeken, wat zoekt gij? O God de Heere is verrassend (Zijn genade heerst immers vol macht) te zoeken die Hem niet zochten, maar die geheel iets anders zochten. Want gij mensenkind kunt slechts zoeken wat zichtbaar is, wat in het vlees steekt en wat tot uw verderf leidt, maar de Heere kan uw heil, uw geluk zoeken, het tijdelijke en het eeuwige. O, Zijn genade heerst zo wonderbaar heerlijk dat gezocht worden die Hem niet gezocht hebben, maar die van zichzelf belijden moeten: Ik heb iets geheel anders gezocht!
Wat doet gij in uw nacht, in de donkere nacht, wanneer het geestelijk leven sterft, wanneer gij in de dood zijt en van het tegenpand, de Heilige Geest, niets waarneemt? Waar is Christus? Daarboven! Zie naar boven! zoals Hij tot Abram zeide: Tel de sterren. — Is het waar? Ts Christus daarboven? Ja, dat is waar, dat zegt de ervaring: Hij hoort het gebed en bekleedt de zijnen met allerlei heil. Is het waar dat Christus daarboven is? Ja spreekt het hart in de levende hoop, wanneer ook niets gezien wordt. — Het hoofd omhoog, en daarheen gezien waar Christus is! Hier beneden is het niet, hier beneden is volstrekt geen doorkomen, volstrekt geen troost, maar waar het hoofd omhoog geheven wordt daarheen waar Christus is, daar moét troost nedervloeien, daar moét regen neerdalen op het dorre.
Zijn er nog meer daarboven dan de Heere Jezus? Ach, daar zijn al de engelen en al de heiligen, klein en groot. Daar zitten ook de kinderen op gouden stoelen en hebben hun gouden boekjes in de hand en zingen liefelijke psalmen op gouden citers — de kinderen waarover de moeder weent dat God ze van haar borst wegnam. Daarboven zijn — dat is gans gewis — allen die in de Heere Jezus ontslapen zijn. Dat alles zegt mij de hemelvaart van Jezus Christus. En nu is het nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar dat weten wij dat wij Zijn glorierijke toekomst gaarne tegemoet zien en Zijn glorierijke verschijning liefhebben — wij zullen Hem zien gelijk Hij is! Amen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1967
Daniel | 16 Pagina's