JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rubriek voor en van onze jeugd

4 minuten leestijd

De eerstvolgende keren zal onze rubriek gevuld worden met de lezing die de heer C. Verschuure uit Zeist in februari hield op de vergadering van leiders en leidsters in Gouda.. Hieronder de eerste aflevering.

Ons werk in de jeugdverenigingen, waarheen en hoe ?

1.

't Is met enige schroom, dat ik aan dit onderwerp begonnen ben. Wie met opvoeden en opvoeding te maken heeft, weet, dat dit een zoeken en tasten is, waarbij grote fouten worden gemaakt, die soms het hele latere leven hun invloed uitoefenen. Vandaar, dat we achter „waarheen en hoe" een groot vraagteken hebben geplaatst, omdat, hetgeen hieronder volgt, voor ons nog niet volkomen vaststaat, temeer daar de ideeën in de opvoeding zich voortdurend wijzigen. Vanmorgen hebben we van ds. Elshout, onze ex-voorzitter, gehoord, dat we in biddend opzien tot God onze kinderen erop moeten wijzen, dat ze bekeerd moeten worden; ik zou dit de theorie willen noemen. De leiders en leidsters van de jeugdverenigingen staan echter voor de taak om dit praktisch te verwezenlijken.

Onder jeugd versta ik in 't bijzonder in dit verband de jeugd, die wij onder onze hoede krijgen, zo van 11—1G jaar. 't Lijkt me aanbevelenswaardig geen jongeren toe te laten, omdat die qua ontwikkeling te ver achter staan bij de ouderen, zodat ze het besprokene niet kunnen begrijpen. Die jeugd nu maakt in die periode van 11—16 jaar een moelijke tijd door, omdat ze door de ouderen niet au serieux genomen worden en dat geeft aanleiding tot spanningen en botsingen. Aan ons de taak die groep te leiden, botsingen te voorkomen en begrip voor ons standpunt bij te brengen, mits ook wij willen proberen hun problemen te begrijpen. Als we met hen willen praten kan dit ons al hun vertrouwen geven. We moeten dan zeker openstaan voor opbouwende kritiek hunnerzijds en ons er niet voor schamen eerlijk toe te geven dat we een fout hebben gemaakt of dat onze mening niet geheel juist is, als dat het geval is.

Ten opzichte van die kritiek is er de laatste decennia heel wat veranderd. Uit eigen ervaring weet ik, dat wij er in onze jeugd niet voor uit durfden te komen het oneens te zijn met de ouderen en daaruit groeide dan een geest van onbehagen.

Het is moeilijk voor diverse problemen een regel te geven omdat zich daarbij in onze verenigingen grote verschillen voordoen. Jongelui, die op Ulo-of middelbare scholen enz. gaan, die dus studeren, zullen zich gemakkelijker uiten en „kritiek" leveren dan jongelui van het platteland, die na de lagere school gaan werken.

Ik wil nadrukkelijk vaststellen, dat ik er van overtuigd ben, dat we allen in zonden ontvangen en geboren zijn, dat we dus verdoemelijk liggen in Adam en dus bekeerd moeten worden. Maar ik ben er ook van overtuigd, dat we dat onze jeugd niet voortdurend moeten voorhouden, want dan raken ze er te zeer aan gewend en wordt dit voor kennisgeving aangenomen. In dit verband denk ik aan het verhaal, dat wijlen ds. Fraanje dikwijls aanhaalde over de smidshond, die eerst voor de vonken de smidse uitvloog maar later onder een regen van vonken bleef liggen.

Veelal wordt, vooral in onze kringen, aan de jeugd verweten, dat ze zo slecht is. Dit is echter een verschijnsel, dat door alle tijden heen normaal is geweest. Reeds Sallustius, een bekend Romein, die vóór het begin van onze jaartelling leefde, verweet aan de jeugd, dat ze liever honden dan paarden hadden, d.w.z. dat ze de voorkeur gaven aan een luxe leven boven de toen normaal geachte harde militaire opleiding. Wij zouden nu honden vervangen door brommers. Wat dit betreft is er dus weinig veranderd. Het verschijnsel berust op verschil in inzicht, geaardheid en ervaring van de jeugd en de oudere garde. De jeugd mist de ervaring maar bezit nog een zeker enthousiasme, waardoor ze warm kan lopen voor idealen, die wij ouderen als onbereikbaar hebben afgeschreven.

Maar ook de apostel Paulus had idealen. De jeugd is kritischer, maar ook vrijmoediger dan vroeger en staat daarom eerlijker tegenover de problemen. Wat wij vroeger niet durfden zeggen wordt nu openlijk besproken en daardoor worden ze wellicht bewaard voor kwaad, dat vroeger ondergronds voortwoekerde.

Wordt vervolgd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1967

Daniel | 16 Pagina's

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1967

Daniel | 16 Pagina's