BARMHARTIGHEID
(vervolg en slot)
Zegt u nu niet: „Ja, maar dat kan ik niet hoor! Daar ben ik niet geschikt voor." Het is zo eenvoudig. Neam b.v. een bezoekje aan een zieke, voor wie alle dagen eentonig en traag voorbij gaan. Men komt daar, toont allereerst hartelijke belangstelling voor de omstandigheden en probeert, wanneer dat nodig is, hen wat op te beuren. We mogen hen daarbij wijzen op de grote Heel-en Medicijnmeester Jezus Christus. Aan het eind van ons bezoek beloven wij dat wij nog eens terug hopen te komen.
Dit lijkt alles heel simpel. Is men zelf nooit ziek geweest dan kan men niet begrijpen hoe gelukkig en blij men een zieke kan maken met zo'n bezoekje. Evenzo is het met de bejaarden. Hoe vaak zijn ze niet eenzaam. Ze zijn slecht ter been, kunnen niet meer tegen de kou en hebben zodoende weinig kontakt met anderen. Zo zijn ze vaak lange dagen alleen met hun eigen gedachten en zorgen. Ook voor hen is het heerlijk om eens met iemand van gedachten te kunnen wisselen. Denkt u niet dat zij dankbaar zijn voor onze hartelijke belangstelling?
Dan zijn er nog zovelen die ons nodig hebben. Als we het maar echt zoeken, dan kunnen we overal met onze liefde en hulp terecht. En u zult bemerken, wanneer u eenmaal bezig bent met dit werk, hoe mooi en dankbaar het is. Men wordt er zelf door gesterkt en men is dankbaar voor de vele zegeningen die men zelf bezit en die menig ander ontberen moet. We vinden het dan niet meer gewoon dat
we gezond zijn, geluk en voorspoed hebben, temidden van onze familiekring leven, nu we zien hoeveel eenzaamheid en lijden er is.
Dat de liefde voor de naaste ons dan dringe om gehoor te geven aan de opdracht van Christus: „Doe gij desgelijks." Wanneer wij daarnaar handelen, dan trachten wij tevens te leven naar het grote gebod van de liefde, waarover ons de bijbel leert: „Dient elkander in de liefde en vervult alzo de wet van Christus!" Dat wij allen mogen trachten cm gehoorzaam te zijn aan dit grote gebod. En indien iemand wijsheid ontbreekt of vrijmoedigheid of anderszins, dat men ze van de Heere afsmeke.
Er is een mooi gezang dat spreekt van liefde en hulp aan de medemens. Dat ook wij er mee in mochten stemmen wanneer we horen:
Veel voor anderen te wezen, hen te helpen altijd weer, Och mocht dit de vreugde worden, die ik bovenal begeer, Zalig, zalig is hij die geeft dat hij heeft en zich rijk voelt daarbij. Laten wij, als Christenvrouwen, in liefde en eendracht samenwerken, dan zal onze arbeid niet tevergeefs zijn, want
Waar liefde woont gebiedt de Heer' Zijn zegen, Daar woont Hij zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, En 't leven tot in eeuioigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1967
Daniel | 16 Pagina's