ONZE TIJD
Kinderen van de verloren zoon
(3)
De vorige keer kwam de „massa-mens" ter sprake. Ds. G. van Veldhuizen ty-
peert deze mens als volgt: „Mensen zonder verleden, heden en toekomst. Zonder verleden, want ze zijn losgeslagen uit de binding van een ehristelijkhumanistische wereld. Kinderen van de verloren zoon in het verre land, zonder weet van een Vaderhuis. De taal der kerk is hun onverstaanbaar geworden. Haar gebouwen betitelen ze als pakhuizen of concertzalen. De burgerlijke zeden achten zij zinloos. Evenmin aanvaarden zij de vakverenigingen of politieke partijen, wier noeste strijd ze niet kunnen waarderen omdat hun geschiedenis een gesloten boek voor hen bleef. Hun ouders lieten hun ideaal noch getuigenis na, alleen hun barre naakte en bedreigde huid. Hun jeugd ging grauw voorbij: niemand zag naar hen om en de bommen vielen rondom. Hun huwelijksleven bezorgde hun enkel schrijnende littekenen. Ze kunnen nergens
Ze zijn ook mensen zonder heden. De bijbelse geladenheid van dit begrip (Het Heden der Genade, kies nu!) is hun vreemd. Ze zijn de imitatiemensen, afgestemd op en onderworpen aan de machines, die hen in de arbeidsuren hun taak en in hun vrije tijd hun amusement voorschotelen. Zij leven niet, maar worden geleefd: ze kunnen immers niet bewust meer willen. Ze laten de dingen over zich heen komen, gelijk de lopende band hen hun werk toeschuif!: . Van het ene moment glijden ze willoos in het andere: ze zien plan noch doel. Ze zijn geen bewust levende en denkende en voelende mensen. Ze vormen een atoom uit een massale samenleving.
Aan dit alles paart zich het feit dat ze geen toekomst hebben. Ze weten niet van het nieuwe Jeruzalem. Hun bestaan is volstrekt uitzichtsloos: geen tijd die komt, bouwt teed're dageraden aan verre horizont. Ze zijn als dagjesmensen in een autobus op plezierreis." l)
Pessimisme
Het klinkt misschien vreemd, maar ondanks het feit dat de wetenschap een hoge vlucht neemt — waardoor we vaak zeggen: hoe krijgt men het voor elkaar! —, ondanks het feit ook dat de mens zich van allerlei comfort kan omringen en zijn machines hem veel werk uit handen nemen, ondanks dat allerlei zorgen, vergeleken bij vroeger, hem veel minder drukken en ondanks dat hij veel meer gelegenheid heeft zich te ontwikkelen kunnen we toch zeggen dat pessimisme en vereenzaming de wereld beheersen.
O ja, men wéét veel: over de natuur, de techniek, de hemellichamen, de medische wetenschap, de geschiedenis. Maar hoe meer men weet hoe meer men moet zeggen: wat weten wc weinig. Hierbij denken wc alleen maar even aan de vraag die velen zich stellen: Waar komt het léven vandaan?
Velen zeggen ook: Ja we weten wel veel, maar zijn we er gelukkiger op geworden? Is alle technische vooruitgang niet vaak gebruikt tot verwoesting en verdelging? En, al „beheerst" de mens meer en meer de stoffelijke wereld, beheerst hij dan ook meer zijn geest? Is niet het tegendeel vaak waar? Zijn we op weg naar een chaos? Op weg naar de vrede?
Vandaar dat er schrijvers zijn die „prediken": Aanvaardt dat het bestaan zinloos is. Pluk de dag want morgen sterft u. Vandaar dat velen zich maar overgeven aan wat ze kunnen zien, kunnen genieten, kunnen bezitten. Vandaar dat velen leven voor het heden en maar afwachten wat morgen gebeurt. Zij leven in een tredmolen van eten, drinken, werken, t.v. kijken, slapen. Hun arbeid is een noodzakelijk kwaad geworden en zij teren op de ontspanningsmomenten, waarbij ze zo passief mogelijk zijn.
God?
Als deze mens in nood is, zorgen wetenschap en techniek wel voor de oplossingen. Men kan terecht bij de dokter, de psychiater, de socioloog, de econoom, de ingenieur enz. Dat is een zegen. Alleen.... slechts dan wanneer die mens daardoor het zicht op God niet kwijt raakt. En wringt hier nu niet de schoen? Velen vinden God niet meer terug in ccn wereld die beheerst wordt door het verstand en het denken. Het wordt hen onmogelijk te geloven in een God die alles bestuurt en onderhoudt. Ze zien en begrijpen Hem namelijk niet. Ze geloven in de psychologie, in de natuurwetenschappen, in de sociale zorg en noem maar op, maar in God? Nee! Nadat God eerst door een aantal filosofen doodverklaard is zijn nu ook duizenden „gewone mensen" ertoe overgegaan. Zij „doen het zelf wel." En.... onder hen zijn vele „kerkmensen".
Eenzaam
Is het wonder dat deze mensen vereenzaamd zijn? Al maken ze samen nog zo-
veel lol, al werken ze samen in fabrieken en op kantoren, al duiken ze onder in de massa, tóch zijn ze eenzaam en vaak vol angst. Ik geef toe: het lijkt anders. Wanneer je duizenden mensen in het stadion aantreft zou je het op het eerste gezicht niet zeggen. Maar vraag je eens af wat hen uiteindelijk „bindt"? Dat is die bal, dat zijn de spelers die ermee hun spel spelen. Zo gauw de wedstrijd afgelopen is is het kontakt — behalve het „nakaarten" — weg en gaat iederéén weer naar zijn eigen huis. Zo is het op de fabriek toch ook? Er werken er velen op dezelfde afdeling. Ze drinken samen koffie, ze schaften met elkaar, ze knappen samen misschien een karwei op, maar verder.... ? Verder bestaat hun enig kontakt misschien uit het gesprek over de t.v.-uitzcnding van de vorige avond.
Wij?
En denk erom: wij ondergaan van dit alles ook de invloed. Ook wij plukken de vruchten van wetenschap en techniek. Ook wij werken vaak als een „nummer" in het grote geheel. Ook wij dreigen het „zicht" op de Heere God te verliezen. Ook wij leven vaak eenzaam langs elkaar heen.
Daarom mogen we wetenschap en techniek nog niet als zondig beschouwen, als iets waarvan we ons ver moeten houden. Lees wat ds. A. Vergunst hierover schrijft in „Bouwen", blz. 70. De Heere gaf juist de opdracht „de aarde te beplanten en te bebouwen". Het is Zijn schepping immers. Het is de taak van de gemeente alles dienstbaar te maken aan de komst van Gods koninkrijk. Zij mag het niet overgeven aan dc wereld. Vanzelf moet zij dit kritisch doen, met de Schrift in de hand. Maar zij moet het doen. Zij mag niet een compromis sluiten: wel meeconsumeren van alles wat wetenschap en techniek oplevert en het toch als zondig kwalificeren. De mens is zondig en wat hij doet eveneens, maar Gods schepping niet. Dat mogen we nooit vergeten. Vergeten mogen we ook nooit de mens, waar we het in dit artikel over hadden. Daarover een volgende keer.
x) Ds. G. van Veldhuizen: „Op de straathoek. Comprehensieve approach in de practijk."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1967
Daniel | 16 Pagina's