„Verenigingen, geeft het niet te gauw op!”
Gesprek met tle heer Joh. A. Segers te Lisse, voorzitter van het District N.-West.
De heer Segers is zelf 12 jaar lid geweest van een jongelingsvereniging. Enkele jaren is hij tweede voorzitter geweest. Deze functie verliet hij toen hij tot kerkeraadslid werd gekozen. Hij is nu sinds 1964 voorzitter van het District Noord-West, In 1968 is hij aftredend als voorzitter en niet herkiesbaar. Het reglement van District N.W. bepaalt namelijk dat de voorzitter om de twee jaar aftreedt en slechts voor één periode van twee jaar herkozen kan worden. Deze bepaling is enige jaren geleden (mede op uitdrukkelijk aanraden van de heer Segers) in het reglement opgenomen. Hij is namelijk van mening dat een voorzitter niet langer dan vier jaar zijn functie moet waarnemen.
VERANDERINGEN
Over de veranderingen, door de reorganisatie van de Bond enkele jaren geleden, zegt de heer Segers het volgende:
„Ik vind dat er sinds de reorganisatie van de Bond weinig wezenlijke veranderingen zijn gekomen in ons District. Enkele verbeteringen zijn: behalve de jongens komen nu de meisjes ook op de vergaderingen en er wordt tegenwoordig een beter systeem toegepast, doordat men de discussiegroepen heeft ingevoerd. Het voordeel van dit laatste is dat er niet meer uitsluitend een beperkte groep van „durvers" vragen stelt, maar dat iedereen in de discussies wordt betrokken".
SPREKERS
Anders dan in sommige andere Districten worden in District Noord-West de inleidingen hoofdzakelijk door leden van de aangesloten verenigingen verzorgd. In dit seizoen is er voor het eerst een spreker van elders geweest en het is de bedoeling dat er op de laatste vergadering van dit seizoen weer een onderwerp door iemand van buiten de verenigingen wordt gehouden. Aan welke methode geeft u de voorkeur?
„Beide heeft zijn voor-en nadelen, daarom hebben wij geen vast systeem. Het nadeel van een spreker is o.a. dat veel jongeren niet tot een openhartige discussie komen. Het is gemakkelijker om met een districtsgenoot dan met een spreker van gedachten te verschillen. Verder worden ook de kosten hoger".
GOLFBEWEGING
Veel verenigingen klagen tegenwoordig over verminderde belangstelling. Moeten onze verenigingen soms op de een of andere manier aantrekkelijker gemaakt worden?
„Ik zal iets heel merkwaardigs vertellen: Toen de J.V. in Lisse veertig jaar bestond
heb ik de notulen van al die jaren eens doorgelezen. Vooral de cijfers interesseerden me. En ik bemerkte een „golfbeweging" in het bezoekersaantal, steeds was het op en neer. Soms was er zo'n dieptepunt bereikt, dat het voorstel ter tafel kwam om de vereniging maar op te heffen. Maar gelukkig ging dat altijd nog net niet door en even later kwam er dan weer een opbloei. Daarom wil ik iedere vereniging aanraden: geef het niet te gauw op! Ik geloof namelijk dat het wel weer zal bijtrekken. Hier en daar hoor ik al weer optimistischer geluiden. Nu heb ik nog iets over het „aantrekkelijk maken" gezegd. Daar is natuurlijk geen bezwaar tegen. Aan sfeer en methode moet veel aandacht besteed worden. (Een groen kleed op de tafel is niet vereist). Maar een kerkelijke studievereniging is geen ontspanningsbijeenkomst. Het onderzoek van Gods Woord moet centraal staan".
MOETEN
„Het is in onze kringen zo, dat de catechisaties aanvaard worden als een „moeten" en de jeugdvereniging is vrijblijvend. In de Vrijgemaakte kerk is het bezoeken van de vereniging ook min of meer verplicht, evenals de cathechisaties. Ik ben van mening dat het bij ons ook zo zou moeten zijn. Niet dat het van mij moet. Maar het is een Goddelijk moeten om Zijn Woord te onderzoeken. De cathechisaties geven stelselmatig onderricht over leer en leven, terwijl op de verenigingen de jongelui regelmatig Gods Woord onderzoeken en zich meer met elkaar kunnen uitspreken. De Heere geeft ons de opdracht om de Schriften te onderzoeken en ik betwijfel of we daar thuis in de privé-sfeer wel voldoende aan toe komen. Vandaar dat ik in alle rust wil stellen: de vereniging', daar moet je naar toe!"
AUTORITEIT
Vindt u dat de voorzitter van een vereniging een autoriteit moet zijn? „Ja, in de goede zin van het woord, wat onder meer inhoudt, dat hij rustig eens mag zeggen dat hij iets niet weet. Maar hij moet kennis van zaken hebben, waardoor hij leiding kan geven. Dat betekent niet dat hij altijd het laatste woord moet hebben. Het gevaar dreigt namelijk wel eens, dat hij op alles een antwoord meent te moeten hebben. Ook is het belangrijk dat cle inleider op hem kan terugvallen.
Ik vind het wel erg belangrijk, dat een voorzitter niet te lang aanblijft, hooguit vier jaar. Elke voorzitter heeft namelijk een andere manier van aanpakken en zeggen. En de veelgehoorde klacht dat er in de gemeente geen geschikte personen voor voorzitter zijn, daar geloof ik totaal niets van. Het zou een schande zijn voor een gemeente als er niemand voor voorzitter geschikt was".
JEUGDOUDERLING
„Bijzonder belangrijk vind ik het ook dat er een jeugd-ouderling door de kerkeraad wordt aangesteld, die op onregelmatige tijden de verenigingen bezoekt. De kerkeraad weet dan wat er onder de jonge mensen leeft. Er dient tussen hem en de vereniging een sfeer van vertrouwen te komen. En als zich bepaalde problemen zouden voordoen op de vereniging ziet de jeugdouderling (en dus de kerkeraad) die tijdig aankomen.
Minstens eenmaal per maand moet er mondeling (desnoods telefonisch) contact zijn tussen de voorzitter van de vereniging en de jeugd-ouderling.
Een ander voordeel is dat hij via de huisbezoeken bij de jongelui het verenigingsbezoek kan stimuleren. Hij weet wat hij aanprijst: hij kent de vereniging immers!"
GEEN PESSIMIST
„Tenslotte wil ik dit zeggen: Het pessimisme ten aanzien van onze verenigingen overheerst bij mij beslist niet! De jeugd is niet beter dan vroeger, maar ook niet slechter. Het grote wonder is, dat de Heere altijd Dezelfde is en eeuwig Zijn Verbond zal gedenken. Daarom ben ik geen pessimist".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1967
Daniel | 16 Pagina's