JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Zending van de Broedergemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending van de Broedergemeente

4 minuten leestijd

Van mosterdzaad tot boom

Ook .stelde Zinzendorf een catechismus op. Die was hard nodig, want de zendelingen moesten heel wat vragen beantwoorden. De zonderlingste vragen werden gesteld. Zo vroeg een Eskimo, of er in de hemel ook zeehonden waren. Zonder zeehonden kunnen de bewoners van Groenland niet leven. Het spreekt vanzelf dat de zendeling zeggen moest, dat die beesten daar niet waren. Toen was al het schone van de hemel voor de Eskimo verdwenen en hij wilde niets meer over die heerlijke plaats horen.

Op de meeste vragen was Zinzendorf bedacht geweest bij het samenstellen van het leerboek. Stel eens voor, dat een heiden aan de zendeling vroeg: „Als de duivel zo slecht is, waarom wordt hij dan niet door God gedood? " In de catechismus vond de zendeling daarop het volgende antwoord: „Omdat het nodig is dat de Heere de trouw van de zielen ten opzichte van God wil beproeven. Daarbij komt, dat de duivel niemand kan schaden, die zelf niet wil." Het is wel aardig om het vraag-en-antwoord-spel tussen de zendeling en een heiden te horen.

Wie heeft je op de wereld gebracht? — Mijn ouders.

Wat zijn je ouders? — Mensen. Wat is een mens? — Een onvergankelijke geest in een breekbare hut. Hoe heet die hut? — Lichaam.

Wie heeft de mens gemaakt? — God, de Heere.

Die vragen en antwoorden gingen zo door tot men kwam aan het centrale punt van de godsdienst, namelijk de verlossing door Christus' bloed en de gemeenschap met de Heere.

Naar het voorbeeld van de oud-christelijke kerk werd de gemeente ingedeeld in doopcandidaten, gedoopten en zij die tot het avondmaal waren toegelaten.

Aparte ambtsbroeders zorgden voor de armen, de weduwen en de wezen. In de gestichte scholen kwam men tot bevredigende resultaten. In Groenland b.v. moest eerst de taal op schrift worden gesteld en de onderwijzer, die daar

kinderbaas werd genoemd, kreeg zijn jongens en meisjes zó ver, dat deze brieven naar Herrnhut konden schrijven. Om de zendingsposten zoveel mogelijk te kunnen bedruipen, legde men plantages aan, zoals suikerrietvelden in West-Indië. In Groenland probeerde men een handelsonderneming op te bouwen, om de zeehondenvellen en rendierhuiden te exporteren.

Niet overal in de nederzettingen kreeg men de finantiën rond. De centrale leiding in Europa moest dan bijspringen. Dit lukte meestal heel goed, want Zinzendorf kon gemakkelijk geld lenen. .

Toen Zinzendorf hoorde dat men in Engeland het eerste hulpgenootschap had gesticht, ging hij in 1751 naar Lon1 Joh. 2 : 1-14 2 Kron. 25 : 14-28 den, om Vrijdag van 10 hieruit maart leiding te geven aan het zendingswerk, dat wereldwijd was geworden

Engelands Zaterdag hoofdstad 11 maart werd nu een belangrijk 1 Joh. centrum, 3 2 waar Kron. alle 26 : 19-23 berichten en 27 en verzoeken van de zendelingen werden verzameld en waar ook grote conferenties gehouden werden.

Na ongeveer vijf jaren reisde hij naar Herrnhut om de gemeenten te bezoeken. Helaas brak in 1756 de Zevenjarige oorlog uit, tussen Frederik II van Pruisen en Oostenrijk, zodat de Graaf het land niet kon verlaten om naar Londen terug te keren. Bovendien was er ook tussen Engeland en Frankrijk een strijd ontbrand; de zee was onveilig en de verbinding met Londen geschiedde heel

gebrekkig. Zinzendorf had zodoende gedwongen huisarrest, maar de werkzame man voerde toch een uitgebreide correspondentie. Dwars door de oorlogvoerende landen en de onveilige zeeën brachten de Broeders de boodschappen over op de bestemde plaatsen. Toen Zinzendorf uit Londen in Engeland was aangekomen, had hij de leeftijd van 56 jaar bereikt; dat was bepaald niet oud, maar toch gevoelde hij dat zijn krachten gingen afnemen. Ruim dertig jaar had hij op de bres gestaan om alles te doen voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Toch ging hij door om met raad en daad bij te staan. De kern van zijn gesprekken en predikaties was: de vrede met God, de liefde van Christus en de leiding van de Heilige Geest.

Hij mocht de leeftijd van zestig jaar bereiken. Op zijn sterfbed zag hij alsin een visioen „een geweldige karavaan staande rondom het Lam."

Het kleine mosterdzaad was uitgegroeid tot een wijdvertakte boom!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1967

Daniel | 14 Pagina's

Zending van de Broedergemeente

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1967

Daniel | 14 Pagina's