Gij zijt de Weg
(1)
Wij drijven stuurloos op de oceanen
en turen angstig naar een streepje land.
Wij worden aangevallen door orkanen,
die gieren uitgelaten door het want.
Niet lang houdt ons wanhopig pogen stand.
als nireand daagt op ’t smeken van de seinen,
die lichten door de lucht naar alle kant.
Uit welke hoek zal ’t morgenlicht verschijnen,
opdat wij zien het werpen van de lijnen
uit 't reddend schip dat aan de lijzij ligt?
Of moeten wij in 't zwarte diep verdwijnen,
Zie, hoe de storm ons steunsel snel ontwricht!
De harten bonzen en de benen beven...
dan klinkt een stem door ’t noodweer en bericht
gij zijt de weg, de waarheid en het Leven.
M. Nijsse
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1967
Daniel | 14 Pagina's