Eén dag in Uw huis
Wij, jongeren
Wc willen deze keer samen nadenken over het begin van de kerkdienst. Als het orgelspel opgehouden is komt de kerkeraad binnen. De dienstdoende ouderling brengt de predikant tot aan de preekstoel en geeft hem de hand. Zij wensen elkaar Gods zegen toe. Deze gang van zaken is natuurlijk geen Bijbels voorschrift, maar een menselijke instelling. Toch heeft die handdruk betekenis. We worden eraan herinnerd dat de dominee niet uit eigen beweging het woord gaat voeren. De kerkeraad, die de gemeente ook heeft samengeroepen, geeft hem het woord.
De ambtsdragers zijn door de gemeente zelf gekozen en zijn ook zelf gemeenteleden. Toch geven zij namens de Heere Jezus leiding aan Zijn gemeente op aarde. Als zij dus de gemeente samenroepen en de predikant laten voorgaan, clan doen zij dat in naam van Christus. Dan wordt het stil in de kerk. Er wordt gebeden. Voordat de predikant de preekstoel opgaat, vraagt hij Gods hulp. Hij heeft ook óns gebed nodig. Zelfs Paulus, een apostel, vraagt de gemeenten dringend: broeders, bidt voor ons. Dan zal het Woord voor hém en voor óns opengaan. Dan stellen we ons niet kritisch op tegen de voorganger. Dan zullen wij zijn gebreken en eenzijdigheden dragen. Dan zal ook de veelkleurige wijsheid Gods toch doorstralen.
Het begin
Dan begint de eigenlijke dienst met de bekende woorden: Onze hulp is in de Naam des Heeren. De predikant spreekt hier het zo genoemde votum uit. Votum betekent wijdingswoord. Omdat deze woorden bij iedere dienst terugkeren zijn wij daar aan gewend geraakt. Je zou haast kunnen denken dat die woorden uitgesproken worden om als IJw huis het ware een sein te geven dat de dienst gaat beginnen. Maar het zijn woorden met een diepe betekenis.
Het votum is een tekst die je kunt vinden in psalm 124. Je kent die indrukwekkende psalm wel. We zingen die vaak als het bevrijdingsdag is geweest. Wij jongeren herinneren ons waarschijnlijk weinig of helemaal niets meer van de oorlog. Maar wij hebben wel van de ouderen begrepen dat zij de bevrijding van ons land door de Geallieerden na vijf jaar van angst en verschrikking als een grote vreugde hebben beleefd. Toen is er ook in de kerken gezongen:
„Dat Israël nu zegge, blij van geest, Indien de Heer Die bij ons is geweest — — niet had gered, wij waren lang vergaan."
Maar als Israël bevrijd werd, was dat tegelijk een teken van de eeuwige verlossing. Daarvan zingt de psalm. En de dichter besluit bijna juichend: „Onze hulp is in de Naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft." Het is dus een geloofsbelijdenis.
En juist deze woorden hebben de kerken der Heivorming gekozen als votum. De dominee zegt dit namens de gemeente. Hij zegt niet: mijn hulp, maar ónze hulp. Laat het dan zo ook in ons hart leven. Als wij de weg niet zien, vragen we ons wel eens angstig af: vanwaar zal mijn hulp komen? De dichter antwoordt: mijn hulp is van de Heere! Heere betekent: de God van het Verbond. Zonder dat verbond hoefden we niet te rekenen op zijn hulp. Maar: Hij is het Die ons Zijne vriendschap biedt! Hoor maar, wat er op het votum volgt. De predikant strekt zijn handen uit —
want nu spreekt hij niet meer namens de gemeente, maar namens God — en zegt: „Genade zij u en vrede van God onze Vader en de Heere Jezus Christus." Met deze groet begon Paulus altijd zijn brieven. Vroeger begon een brief met de naam van de afzender. Dat deed Paulus ook en dan zette hij daar meteen ook zijn ambt bij: Paulus, een apostel van Jezus Christus. Dan volgde het adres, b.v. aan de gemeente Gods die te Corinthe is. En dan kwam de genoemde zegengroet. De betekenis daarvan begrijp je beter als je Paulus' brieven met onze brieven vergelijkt. Als wij een brief schrijven, informeren we meestal eerst naar iemands „welstand": hoe gaat het met je? ik hoop van goed. Of bij een verjaardag wensen we iemand geluk en voorspoed. Nu spreekt Paulus ook wel een wens uit, maar dat doet hij heel nadrukkelijk als Apostel van Christus. Hij wenst zijn lezers niet enkel Gods zegen toe, maar hij verkondigt hen Gods genade en vrede. En zo is het ook met de predikant die deze zegengroet uitspreekt. Hij mag dit doen omdat hij dit ambt draagt. Als het leesdienst is gebeurt het dan ook niet. Alleen aan een predikant is de Woordverkondiging opgedragen. En in die éne groet wordt het hele Evangelie eigenlijk al verkondigd. Door die éne groet is deze dienst ook geen gewone vergadering meer, maar vanaf nu is de gemeente van Christus in Zijn Naam vergaderd. In die éne groet wordt al gezegd waar het in de kerk over zal gaan. Wie Hem nog niet kent wordt hier al „aangelokt om God te zoeken". Wie dorst heeft wordt hier al gewezen op het water des levens.
Verschillend
Als je in het Nieuwe Testament de brieven opslaat zul je zien dat Paulus bijna altijd in zijn groet dezelfde woorden gebruikt. Alleen tegen Timotheüs en Titus zegt hij het iets anders. De andere apostelen doen het ook weer wat anders. Maar steeds valt je op dat de Heilige Geest in de groet niet genoemd wordt. Maar is het niet juist de Geest Die tot de gemeenten spreekt? Toch is er één groet waarin de Geest wel genoemd wordt. Die groet wordt meestal in de middagdienst gebruikt. Het is de groet van Johannes aan de zeven gemeenten in Klein-Azië. Die kun je dus vinden in het begin van dc Openbaring van Johannes. Daar staat: „Genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komen zal (de Vader dus), en van de zeven geesten die voor Zijn troon (dat is de Heilige Geest in Zijn volheid) en van Jezus Christus." Zo gezien is het dus wel verantwoord dat onze predikanten ook Paulus' groet aanvullen met de woorden: „in de gemeenschap van de H. Geest". Zowel het votum als de groet worden door hen nog wel eens verder uitgebreid. En in de gemeente onder het Nieuwe Testament is er in de liturgie inderdaad ook een zekere vrijheid. We zullen nog zien dat die vrijheid ook geldt voor andere delen van de eredienst en voor de volgorde in de dienst.
Een gesprók
We willen het deze keer hierbij laten. We willen nog eens met nadruk zeggen dat wij niet alléén aan het woord willen blijven. Aan dc éne kant vinden we het fijn om alles van de dienst te mogen uitleggen, aan de andere kant willen we graag weer eens reacties ontvangen. Wie wil zijn vragen eens naar voren brengen? Alle vragen over de kerkdienst zijn welkom. Ook het stukje van nu zou al problemen hebben kunnen oproepen. Hoeveel lezers van Daniël horen niet bij een vakante gemeente? Is een leesdienst wel een volwaardige kerkdienst? De ambtelijke groet en de levende verkondiging ontbreken hier toch? Is het geen nood in onze gemeenten dat er zo weinig predikanten zijn? En wordt dat wel altijd als een nood gezien? Vind je dat preken uit de 18e eeuw nog wel begrijpelijk zijn?
We zullen het ook nog over het zingen hebben. Vind je het jammer dat er alleen psalmen gezongen worden in de kerk? En vind je het taalgebruik in de kerkdienst moeilijk?
Dit is natuurlijk maar een greep uit de vele vragen. Je kunt het zelf wel aanvullen. We hopen echt dat jullie ons niet alleen zult laten schrijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1967
Daniel | 14 Pagina's