„VROUWENPRAET"
In een tweetal artikelen volgt nu de lezing van mej. A. Lindhoudt uit Groot-IJsselmonde, die zij hield op de in het najaar van 1966 gehouden kontaktmiddag van de Bond van Vrouwen-en Meisjesverenigingen:
BARMHARTIGHEID
En hij zeide tot Jezus: „Wie is mijn naaste? " Ja, wie is mijn naaste? Vragen wij ons dat ook wel eens af? Ik hoor het u al zeggen: „Waarom zou ik mijzelf dat afvragen? Ik vind het helemaal niet belangrijk!" Hoe kunt u dat zeggen, u die als een Christen u schaart rondom Gods woord en u voegt bij Zijn kerk hier op aarde. Hoort u dan toch wel wat u voorgehouden en geleerd wordt uit Gods woord? „Natuurlijk", zult u zeggen. Wel, dan wordt u toch vanzelf geconfronteerd met de heilige wet van God en met uw naaste?
We lezen van een zeker mens, een wetgeleerde, die zeer goed wist wat er in de wet van God geschreven stond. Als de
Heere Jezus hem vraagt: „Wat is in de wet geschreven, hoe leest gij? " dan is zijn antwoord: „Gij zult liefhebben de Heere uw God uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel, uit geheel uw kracht en uit geheel uw verstand, en uw naaste als u zelf". Dat deze mens goed wist wat er in de wet stond blijkt ons uit het antwoord van de Heere Jezus, want Deze zegt tot hem: „Gij hebt recht geantwoord, doe dat en gij zult leven". Maar deze mens is niet tevreden. Hij wil nog meer weten en vraagt dan: „En wie is mijn naaste? " Dan volgt, door de Heere Jezus verteld, de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, die ons allen wel bekend zal zijn.
Na deze gelijkenis verteld te hebben vraagt Jezus de wetgeleerde: „Wie dan dunkt u de naaste geweest te zijn van degene die onder de moordenaars gevallen was? ", waarop hij antwoordde: „Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft". En toen zeide Jezus tot hem: „Ga heen en doe gij desgelijks!"
Wij begonnen met de vraag: „En wie is mijn naaste? " Het antwoord op deze vraag vinden we in de gelijkenis die de Heere Jezus vertelde. De man die de vraag stelde had het duidelijk gehoord. Immers zijn antwoord kwam duidelijk en goed. En meteen na zijn opdracht kreeg hij een opdracht van de Heere Jezus, en wel deze: „Ga heen en doe gij desgelijks".
Als wij ook wel eens lopen met de vraag wie onze naaste is, krijgen wij ook hier het antwoord. En met dit antwoord ontvangen ook wij meteen de opdracht van de Heere: Doe desgelijks! Deze opdracht van de Heere is voor allen die Zijn naam dragen, dus voor alle Christenen!
U vraagt misschien: „Wat kan ik dan doen, want gebeurtenissen zoals in de gelijkenis komen wij niet meer tegen". Dit is maar een voorbeeld. Er zijn echter ook nu mensen, overal, die uitzien en verlangen naar medeleven en begrip, naar liefdevolle hulp van een medemens. En vraagt u: „Waar zou ik dan kunnen helpen? " Ach, kijk dan eens om u heen. Want wat u veraf zoekt ligt soms in de woning naast u, of aan de overzijde van de straat, of in uw familiekring.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1967
Daniel | 14 Pagina's