Niets uit de weg gaan.....
Niets uit de weg gaan Bij „De Banier" is in de B.B.G.-serie een boek van de heer Donkersloot verschenen: „Veranderende wereld."
In dit boek gaat schrijver in op veel eigentijdse problemen, o.a. de atoombom, de vrije tijd, de verhouding tot de medemens en de nieuwe theologie. Het boek leest plezierig en geeft aardig informatie. Heel fijn in dit boek is de verwijzing naar andere boeken om zich zodoende meer te kunnen verdiepen in de aangestipte vraagstukken. Daardoor is de waarde voor het gebruik op onze verenigingen toegenomen.
Enkele gedachten, die tijdens het lezen opvielen, zullen we ter overweging, ter bespreking in de discussiegroepen op het eind van een verenigingsavond, doorgeven.
De mens
Hét probleem van onze tijd is de mens. De mens, die verder dan ooit van God en Zijn boodschap af schijnt te staan. De tegenwoordige moderne mens leeft in een leegte en daarom zijn er nooit meer mogelijkheden geweest voor de verkondiging van het Evangelie. Onze tijd lijkt sprekend op die van Paulus, die vond een honger naar het Woord des levens. Niet bij de kerkmensen, de Joden, maar bij de onkerkelijken, de heidenen. En wie ogen gekregen heeft om te zien, zal hetzelfde in onze tijd opmerken.
Paulus zegt: „Wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof en zijn Gode openbaar geworden."
De angst
Door het wederzijdse vertrouwen tussen de naties wordt ons leven verlamd door de angst. Er zijn veel mensen, die tegenwoordig niet durven te leven en dus ook niet kunnen sterven. Overal voelen ze zich bedreigd en ik geloof, dat dit nog erger is dan de uitwendige gevaren van de atoombom. Het zal blijken dat wij niet in elkaar de ergste en gevaarlijkste vijand hebben te zien, maar dat we samen een veel ergere vijand hebben: de zinloze wederzijdse uitmoording uit panische angst, de bezetenheid door de duivel, de uit elkaardrijver van den beginne. Tot deze nuchtere en eenvoudige ontdekking zullen we kunnen komen, wanneer we ons hebben laten bevrijden van de verduistering, die onze geest gevangen houdt.
De enige weg om werkelijk tot vrede te komen met de Russen is: ze laten zien dat wij hen niet langer als uitgestotenen of gangsters beschouwen, heel eenvoudig door hen voor te stellen samen te werken. Zodoende kunnen we misschien de angsten en het wantrouwen weg nemen. (D. neemt deze gedachte over van Boerwinkel).
Alles is in principe klaar
Verzet tegen de antichristelijke tendenzen van onze samenleving en straks tegen de Antichrist zal altijd een geestelijk karakter moeten dragen. Daarom heb ik zo'n groot respect voor Martin Luther King e.a., die zich wel verzetten — en dat is op grond van Gods Woord plicht! — tegen de onchristelijkheid van de samenleving, maar met lijdelijk verzet.
Iemand doodslaan is eenvoudig, maar mogen we dat wel?
De kerk zal de weg van God moeten zoeken door zijn aangezicht dagelijks en in gemeenschap te zoeken. En de Heilige Geest zal Zelf voor en in ons bidden met onuitsprekelijke zuchtingen. Dan pas zal de Kerk weer geloofwaardig worden, als zij dit geloof voorleeft. Dat is een geloof zonder waarborgen, zonder garantie, dan alleen de garantie van Gods beloften en van Zijn trouw ondanks onze ontrouw.
„En diep in de kern weigeren we de vreugde te geloven, dat Jezus Christus al het essentiële alreeds lang gedaan heeft en wij niets essentieels meer te doen hebben dan Gods water over Gods akker te laten lopen en de heilsgeschiedenis niet in de weg te staan."
Het christendom moet spreken over het oorlogsvraagstuk; we mogen de aarde niet ontrouw worden. De mens heeft een opdracht van God ontvangen. De kerk mag zich niet uit de wereld terugtrekken, maar als de profeten in Israël moeten getuigen tegen haar en haar wijzen op het enige Heil dat te vinden is in de Messias.
Door de machines en de automatisering zal de vrije tijd nog toenemen. Dat is aan één kant bijzonder gelukkig.
Ik begrijp niet, dat er predikanten zijn, die daar tegen kunnen fulmineren met een argument, als dat we zes dagen moeten werken en slechts één dag hebben gekregen om te rusten.
Werken zij dan de hele dag ingespannen door? Dan begrijp ik, dat hun preken vaak zo slecht zijn. Want ze zullen naast de tijd voor studie en Bijbellezen — Luther las elk half jaar de hele Bijbel door — toch ook tijd moeten vinden voor meditatie en gebed. Voor het zijn in de „binnenkamer", want anders verschrompelt ons leven. Nee het is niet erg, dat de mens over meer vrije tijd beschikt, maar hoe brengt hij die tijd door?
Literatuur
Niet alleen de pornografie acht ik een groot kwaad, maar ook allerlei verhalen, die men in de damestijdschriften als Libelle enz. vindt. In beide worden alleen maar levensleugens verteld immers. En we vervreemden van het menselijk leven.
Teevee
Was vroeger de tafel het middelpunt, waar om heen de gezinsleden gezeten waren, die elkaar aankeken, terwijl ze hun gesprek voerden, thans is in menige huiskamer het centrum verlegd naar de hoek van de kamer, waar de T.V.-kast is opgesteld, met als gevolg dat de gezinsleden allen in eenzelfde richting, maar langs elkaar heenkijken, waardoor in feite vaak het kontakt door het gesprek is verstoord. De televisie brengt vervreemding van de natuur, de medemens en God.
De arbeid
Veel mensen veranderen van werkkring, omdat men vaak zijn werk als zinloos ervaart. En dat is in feite de diepste oorzaak van de hedendaagse onrust: Ons bestaan wordt als zinloos ervaren. We zullen in het bedrijf meer aandacht moeten gaan besteden aan de menselijke verhoudingen. (Arbeidsvreugde!) Een goed voorbeeld vinden we in de Bijbel.
Boaz groet zijn arbeiders met de zegenwens: „De Heere zij met ulieden", waarop de arbeiders antwoorden: „De Heere zegene u." Onze arbeid moet staan in dienst van de arbeid aan de medemens en het dienen van God. Het gaat om het wezenlijk belang van de medemens en dat alles ter ere van God. En waar is de kerk, die ons nu eens richtlijnen gaat geven hiervoor? Die nee durft te zeggen tegen onze verleugende maatschappij? Maar een positief nee, door nieuwe wegen te ontsluiten?
Een zich zomaar terugtrekken uit de wereld is vrome hoogmoed en in feite een ons vijandig afsluiten van onze medemens en een niet aanvaarden van onze verantwoordelijkheid in de samenleving. In feite zonde dus!! Er zijn ook mensen die werken tot ze er dood bij neervallen: managerziekte, hartkwalen, noem maar op.
„Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen, Heere."
Afscheid
Tenslotte wil ik graag hier doorgeven de woorden van een leraar, die afscheid nam van zijn school en tegen zijn leerlingen het volgende zei: „Het heet dat jullie zakelijk en nuchter zijn, dat je je geen knollen voor citroenen laat verkopen en vooral dat jullie zoveel eerlijker zijn dan de vorige generatie. Ik ben er volstrekt niet zeker van. Wel word ik vaak geërgerd door een verruwing van manieren en een vermindering van de wellevendheid. Het meest verontrustend is dat wegebben van de belangstelling voor blijvende waarden en van die „politesse de coeur", die het leven zo'n weldadige warmte geeft. Als ik daar nog bij opsom de toenemende neiging tot massa-hysterie (zoals de Beatlary), dan krijg ik de neiging om te zeggen: „Oorlof mijn arme schapen, gij zijt in grote nood."
Wanneer de jongere generatie de ouders van alles en nog wat beschuldigt, dan is dat niets nieuws. Iets nieuws is het, wanneer de ouderen daaraan gaan meedoen. Ik doe daar beslist niet aan mee. Iedere generatie maakt fouten, allicht! Wees jullie maar blij als je geen ergere fout maakt; overal worden fouten gemaakt waar gehandeld wordt; maar de grootste wordt gemaakt door niet te werken en alleen maar te kritiseren."
De bovenstaande zaken vereisen onze grootste aandacht. I-Iopenlijk worden we aan het denken én het praten gezet. Kom op!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1967
Daniel | 14 Pagina's