a
Met de menselijke Rede achtte men zich in staat alles te begrijpen, alles te verklaren en daardoor alles te beheersen 2). De duisternis van vooroordeel, achterlijkheid, bijgeloof, geestelijke onmondigheid en onderhorigheid zou door de „verlichte" rede van de mens gaan verdwijnen. Een nieuw perspectief werd zichtbaar. De hemel zou op aarde te vinden zijn. Condorcet, een vooruitstrevend en „verlicht" Fransman uit die dagen, zegt zonder schroom: „Niet ver meer is de tijd waarop de zon nog slechts vrije mensen zal beschijnen, die alleen hun Rede als hun meesteres zullen erkennen." 3)
De lezer voelt hoever dit denken af staat van de leer der Schrift, die getuigt dat ons denken verdorven is door de zonde en de verlichting behoeft van de Heilige Geest. We staan hier voor een tot en met onbijbels optimisme. Dit onbeperkte vertrouwen in het „gezonde" verstand van de mens, deze geweldige overschatting van de menselijke vermogens hebben hun invloed op Karl Marx uitgeoefend.
Op zoek naar wetten
Het vertrouwen in het licht van de Rede ontving in Marx' dagen een enor-O O me stimulans door de resultaten van het nog in de kinderschoenen staande wetenschappelijke onderzoek van de natuur. In de achttiende eeuw had de natuurkundige Newton de wet van de zwaartekracht ontdekt, die glashelder verklaarde hoe het mogelijk was dat hemellichamen elkaar aantrokken, ba-
Deze ontdekking maakte op de tijdgenoten minstens evenveel indruk, zo niet meer, dan nu de tocht van astronauten in hun satelliet rond de aarde met een „uitstapje" boven Mexico of de Grote Oceaan. De zucht om alle dingen „redelijk" te verklaren uit oorzaken en gevolgen nam beslag van de voor de dode stoffen; de scheikundewetten van Lavoisier! De bekende Darwin beschrijft zijn ontwikkelingswet voor de levende natuur. Er is geen schepping, maar een geleidelijke ontwikkeling van laagste naar steeds hogere wezens. De eeuw van de Vooruitgang is aangebroken en biedt ongekende vooruitzichten. Hetzelfde optimisme, hetzelfde onbegrensde vertrouwen in de Rede, hetzelfde geloof in de Vooruitgang, eenzelfde zoeken naar een wetmatige verklaring vinden we bij Karl Marx terug. Marx meende namelijk ook allesverklarende wetten te hebben ontdekt voor de ontwikkeling der menselijke samenleving. De menselijke samenleving zal zich eveneens van lager naar steeds hoger niveau gaan ontwikkelen. Deze ontwikkelingswetten vormen ook nu nog de basis, het fundament van alle communistische denken.
Wat wetenschappelijk is, is waar!?
We hebben nu de sleutel in handen om het citaat van Lenin, waarmede dit artikel opende, beter te verstaan. Het communisme stelt, dat het absolute waarheid brengt, omdat het op wetten is gebaseerd, die langs strikt wetenschappelijke weg zijn ontdekt. Daarom noemt men het juist en almachtig. Daarom wordt elke mening, die van de communistische verschilt als leugen, bijgeloof enz. afgewezen. De communistische levensleer is wetenschappelijk en daarom juist! Deze leuze vinden we in elk communistisch geschrift wel een of meer malen terug. Het behoeft geen betoog, dat achter deze ontzettende zelfoverschatting van het communisme het vertrouwen in het licht van de Rede en het wetmatige denken uit de eeuw der Verlichting schuilgaat.
Wie bij het licht der Schrift de beperktheid, de zondigheid van het menselijke denken inziet, kan ook beseffen dat de wetenschap heel vaak met hypotheses moet werken, met veronderstellingen cn
waarschijnlijkheden, die echter altijd weer moeten worden gecorrigeerd, verbeterd door nieuwe ontdekkingen, nieuwe vindingen. De huidige natuurwetenschap is reeds lang genezen van het streven om alles te verklaren uit oorzaak en gevolg. Moderne natuurkundigen spreken openlijk over het onverklaarbare, het mysterie, dat zij bij hun werk tegenkomen. Daarmee wijzen zij bewust of onbewust heen naar de Schepper en Onderhouder van alle leven, wiens Almacht, Alwetendheid en WijsJoh. 11 : 28-44 1 Petr. 4 heid Zaterdag vér overtreft, 25 februari al wat wij, nietige mensen, Joh. weten. 11 : 45-57 1 Petr. 5
1) Aangehaald door H. Hendrikse: „Rusland in beweging", A'dam, 1965. blz. 50.
2) We kunnen deze stroming slechts aanstippen. Wie er meer over weten wil, vindt een heldere uiteenzetting in het tweede hoofdstuk van „Sekten en Stromingen in deze tijd" door Ds. H. Rijksen, uitgave „De Banier", Utrecht, 1963.
3) Citaat bij Dr. R. Hooykaas: „De chemische omwenteling", Arnhem, 1952, blz. 5.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1967
Daniel | 16 Pagina's